Zalig, die niet gezien en toch geloofd hebben. Deze zaligspreking van Jezus richt zich tot de gelovigen van alle tijden, tot ons, die geloven op het getuigenis van de apostelen, die zeggen: wij hebben de Heer gezien, zonder dat we zelf met eigen ogen hebben gezien. Het paasgeloof, het geloof in de verrezen Heer is een geloof dat zich baseert op het authentieke getuigenis van de apostelen. Het zijn de apostelen, die een sleutelrol vervullen in de voortzetting van het werk van Christus: zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u. Het heilswerk van Christus, zijn leer, zijn leven, dood en verrijzenis krijgen wereldwijde dimensies door de zending van de apostelen. Zij worden als getuigen van de verrijzenis, toegerust met de Geest van Pinksteren, als vertegenwoordigers van Christus zelf de wereld in gezonden. Het werk van Christus wordt onlosmakelijk verbonden met de apostelen. Zij moeten de vrucht van de verlossing, die toch bestaat in de vergeving van de zonden en de verzoening met de Vader, beheren en bedienen: als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.  De apostelen krijgen namens Christus zelf het beheer over de geheimen van het geloof. Krachtens instelling van Jezus zelf betekent bij Jezus willen zijn, bij de apostelen zijn. Van Jezus vergeving willen ontvangen, van de apostelen vergeving willen ontvangen. Het heil, dat Christus aan de mensen wil schenken gaat via de apostelen: wie u hoort, hoort Mij; wier zonden gij vergeeft, hun zullen ze vergeven zijn. De verrezen Heer is niet echt te bereiken buiten de apostelen om. Daarom staat er in de eerste lezing: de eerste christenen legden zich ernstig toe op de leer van de  apostelen. Ze beriepen zich niet op de leer van Jezus, die niet meer lichamelijk in hun midden was, maar ze beschouwden de leer van de apostelen als de leer van Jezus. Daarom ook heeft de Kerk er altijd zeer grote waarde aan gehecht een apostolische Kerk te zijn en te blijven. Want alleen zo is zij Kerk van Christus. Zoals in ons kerkgebouw is uitgebeeld door de beelden van de apostelen in de pilaren van de kerk, wordt de kerk immers gedragen door de apostelen. Dat apostolisch ambt van getuigenis van de verrijzenis, van het spreken in de naam van Jezus, van het zonden vergeven in zijn Naam, van het binden en het ontbinden, van het optreden met het gezag van Christus is in de katholieke kerk altijd als een kostbare schat bewaard gebleven in het bisschopsambt onder leiding van het ambt van Petrus. Als er groepen christenen waren in de kerk, die zich tegen de gezamenlijke bisschoppen in beriepen op Christus – en die zijn er altijd geweest -, dan beriep de Kerk zich vanaf het allereerste begin op de apostolische opvolging. De bisschoppen van nu staan door handoplegging in een ononderbroken rij van bisschoppen, die op de apostelen terug gaan. Het apostolisch ambt is ononderbroken doorgegeven tot in onze dagen toe. En dit ambt is de door Christus gegeven garantie tegen willekeur van groepen en van individuen, die op eigen houtje menen te weten, wie Christus is, wat zijn leer is en zijn sacramenten. De apostelen en na hen het apostolisch ambt van de bisschoppen zijn de door Christus zelf gegeven getuigen van zijn verrijzenis, de behoeders van zijn leer en de uitdelers van zijn sacramenten. Buiten de bisschoppen om bestaat er geen katholieke Kerk, en kunnen wij ook de verrezen Heer niet werkelijk kennen, zoals Hij is en gekend wil worden. En daarmee was een 8-mei beweging in Nederland, die inging tegen alles wat katholieke bisschoppen zeggen en leren, alleen maar als niet-katholiek en kerkscheurend te kwalificeren. Katholiek zijn zonder de bisschoppen, zogenaamd aan de basis, bestaat niet, hoe verleidelijk de theorie├źn ook mogen klinken. Wie daarmee sympathiseert, beweegt zich weg van de Kerk van de apostelen, van de kerk van Christus en brengt schade toe aan de Kerk door verdeeldheid en scheuring te zaaien. Ik blijf bij de apostelen, ik blijf bij de bisschoppen en de paus. Daar is de Kerk van Christus: daar horen we wat Christus te zeggen heeft; daar vieren we zijn sacramenten. Amen.