waar is de duivel?
“Mennen noemt de vrijwilligers in Berghem duivels”. Zo kopte het Brabants Dagblad afgelopen maandag 7 oktober. Je moet al dom of kwaadwillig zijn of beide, als je beweert dat ik dit in mijn vorige column geschreven heb. Ik zal niet uitspreken onder welke categorie ik in gedachte bepaalde journalisten van het Brabants Dagblad schaar. Dat mag u raden. Voor de zekerheid: als er morgen als kop in het BD staat: “Mennen noemt journalist N. dom” dan heb ik dat dus niet beweerd. Wel beweer ik dat er een zekere systematiek van de kant van het BD in de kwalificaties over mij. Ik herinner u aan een column die ik enkele jaren geleden uitgesproken heb in het politieke café “Zout”. Daarin heb ik gezegd dat je in de media ongestraft allerlei negatieve dingen over de Kerk kunt beweren terwijl de realiteit vaak anders ligt. Ik heb toen als voorbeeld gegeven dat iedereen de paus vanwege het condoomverbod van de Kerk de schuld geeft van de aids in Afrika. Daartegenover stelde ik dat statistieken aantonen dat aids aanzienlijk veel minder voorkomt in Afrikaanse landen waarin de meerderheid katholiek is. Daarop kopte het BD dat pastoor Mennen in zout had beweerd dat aids in Afrika niet voorkomt. Is dit dom of kwaadaardig of beide? U mag het zelf uitmaken.

Om op de duivels terug te komen: ik zit wel met feit dat veel mensen die klakkeloos de krant geloven en niet de moeite nemen mijn column te lezen, nu denken dat ik bepaalde mensen kwalificeer als duivels. Dat levert dan weer allerlei “liefdevolle” opmerkingen aan mijn adres op, met name in de twitterwereld waar ik mij, gelukkig voor mijn zielenleven, verre van houd maar waarover mij soms mensen informeren. Daardoor wordt de zaak waarom het gaat, verduisterd en gebagatelliseerd tot een ordinaire ruzie met het nodige gescheld.

Het gaat mij om de beleving van het katholieke geloof zoals het ons door de Kerk wordt overgeleverd. Ik constateer in sommige parochies een “stille reformatie” waarin voor de Kerk belangrijke parameters worden veranderd. De mensen gaan daar ongemerkt in mee als de betreffende pastoor er maar lang genoeg zit, aardig is en als de veranderingen aan bepaalde (niet altijd authentiek religieuze) behoeften tegemoet komen. In één generatie kan een groot gedeelte van de parochie ongemerkt zijn weggedreven van wat een katholieke parochie is, met uitzondering misschien van een kleine groep mensen, die het door heeft en zijn heil zoekt in een naburige nog wel katholieke parochie. Officieel kent de katholieke Kerk geen modaliteiten zoals de protestantse PKN waar je orthodoxe en vrijzinnige gemeentes hebt en alles er tussenin. De katholieke Kerk presenteert zich als eenheid en wil dat ook zijn.

Mensen die bewust handelen tegen die eenheid noemt de Kerk schismatiek, zij die hardnekkig een andere leer verkondigen noemt zij ketters. Voor alle duidelijkheid: ook nu heb ik niemand ketters of schismatiek genoemd. Op de kerkelijke misdrijven van schisma en ketterij staat uiteindelijk de straf van excommunicatie. Dat is de straf van tijdelijke uitsluiting uit de geloofsgemeenschap om de betrokkenen tot bekering te brengen en de gemeenschap te beschermen tegen uitholling van binnenuit. Deze straf wordt in feite nauwelijks toegepast omdat de bisschoppen steeds weer hopen dat het met praten op te lossen is of dat het vanzelf weer overgaat.

Die pastorale houding van de bisschoppen (sommigen noemen dat zwakheid van bestuur) heeft er toe geleid dat er parochies zijn, die als er een katholieke priester wordt benoemd, deze eigenlijk niet dulden. Nu zeg ik “parochies” maar je zou beter kunnen zeggen “bepaalde vrijwilligers in de parochie”. Zij hebben van de vorige pastoor zekere vrijheden gekregen en daarbij behorende volmachten die hij niet had mogen geven maar die men nu niet bereid is op te geven. Psychologisch begrijp ik dit zelfs. Maar met de nodige uitleg en met de kerkelijke documenten in de hand zou je toch mensen moeten kunnen overtuigen. Maar veelal lukt dat niet en men zoekt dan steevast de publiciteit om de ten onrechte positie te behouden. En dat is tot schade van de parochie. Want het merendeel van de parochianen die eigenlijk van niks weten, worden zo in die ruzie of die machtsstrijd (want zo lijkt het) meegetrokken en een gedeelte dat toch al niet zo sterk staat, haakt af. Mag ik dit het werk van de duivel noemen? Hij is het immers die tweedracht zaait en op slinkse manieren de eenheid van de Kerk bedreigt. Hij is geniepig genoeg om met succes zijn spelletje te spelen. Ook nu heb ik geen afzonderlijke personen “duivels” genoemd, wel het hele gebeuren.

Ik sprak gisteren een collega die buiten het gebied van het BD woont en die dus van de hele kwestie niets had meegekregen. Ik vertelde hem de gang van zaken en hij zei: ik heb precies hetzelfde meegemaakt enkele jaren geleden. Van de parochies die ik moest fuseren was er maar één normale parochie waar het in de kerk normaal toeging en waar ook de vrijwilligers gewoon bereidwillig waren. Daar was een oude pastoor geweest die de parochie op een katholieke manier geleid had. Dat is nog steeds een verademing. De andere parochies zijn door toedoen van bepaalde vrijwilligers en de krant toch gehavend uit de strijd gekomen. We kunnen nu pas opbouwen.

Er zijn mensen die vragen mij: waarom schrijf je hierover? Wie is daarmee gediend? Het gaat er mij om dat mensen zich ervan bewust worden waar het in deze controverse om gaat:  wil je (als vrijwilliger of als parochiaan) katholiek zijn, in eenheid met de katholieke Kerk (en daarmee met Christus) leven, dan moet je kiezen voor de leer en discipline van de Katholieke Kerk; doe je dat niet, dan verwijder je je van de Kerk (en daarmee ook van Christus). En dat laatste is altijd de (openlijke of heimelijke) bedoeling van de duivel. Dat aan de kaak stellen lijkt me pastoraal. In de pastoraal gaat het immers om het eeuwig heil van de zielen.

Oss 9 oktober 2013
Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten