RUBRIEKEN VAN HET MISSAAL VAN 1962
In juli 2007 heeft paus Benedixtus XVI met het Motu Proprio Summorum Pontificum de coorconciliaire Misritus aangewezen als een buitengewone vorm van de Romeinse Ritus. Deze Mis is weer toegestaan aan alle priesters die haar prive willen lezen en voorts aan bestendige groepen van gelovigen die deze vorm van liturgie is toegedaan. Ten behoeve van priesters die deze vorm van liturgie willen inoefenen heb ik hieronder alle rubrieken voor de gelezen Mis volgens het Missaal van de zalige Paus Johannes XXIII uit 1962 bij elkaar gezet.

Inleidende bemerkingen

Buigingen: Deze kunnen met het hoofd of met het lichaam zijn.

Buigingen met het hoofd. Vroeger waren hoofdbuigingen verdeeld in diepe en eenvoudige maar deze onderverdeling wordt niet meer vermeld in het rubrieken van het missaal van 1962.

Lichaamsbuigingen. Deze kunnen diep of gematigd zijn. De diepe buiging geschiedt door het lichaam te buigen vanaf het middel. De kleine buiging geschiedt door het hoofd en enigszins de schouders te buigen.

Stemgeluid: Dit kan zijn duidelijk en verstaanbaar of stil.

Duidelijk en verstaanbaar betekent dat de priester duidelijk verstaan kan worden door hen die de Mis bijwonen. Stil betekent dat de priester zichzelf kan horen maar dat anderen vlakbij hem niet horen. Hij moet echter wel de woorden uitspreken met de tong en met de lippen. Alleen met de ogen lezen is niet voldoende.

Canonborden: Hoewel de hele tekst van de Mis in het missaal te vinden is, zijn verschillende gedeelten voor het gemak van de priester ook afgedrukt op een van de drie canonborden. Er kunnen echter kleine variaties zijn in het aantal en de volgorde van de teksten met name op het middelste canonbord.

Extra collecta’s, secreta’s en postcommunio’s
Als één of meer extra collecta’sen zodoende ook secreta’s en postcommunio’s moeten worden gezegd, dient het volgende in acht te worden genomen.

De collecta van de Mis wordt gezegd inclusief de conclusie. Daarna zegt de priester Oremus en dan volgt de tweede collecta.

Als er geen verdere collecta meer is volgt de conclusie op de gebruikelijke wijze.

Als er nog een derde collecta is wordt de conclusie van de tweede weggelaten en gaat de priester verder met de derde collecta zonder eerst oremus te zeggen. De conclusie wordt dan gezegd na de derde collecta.

Dezelfde regels gelden voor de postcommunio.

Dezelfde regels gelden ook voor de secreta. De secreta van de Mis wordt gebeden inclusief de conclusie. “Per omnia saecula saeculorum” wordt in stilte gebeden en priester zegt zelf in stilte “Amen”. Dan bidt de priester de tweede secreta.

Als er geen andere secreta meer gebeden hoeft te worden wordt de conclusie op de gewone wijze gezegd en deze keer wordt “Per omnia saecula saeculorum”duidelijk en verstaanbaar gezegd. (“Oremus” wordt bij de secreta niet gezegd).

1. Voorbereiding

In de sacristie: Maak het missaal klaar en leg, indien noodzakelijk, op de juiste pagina’s lintjes. Was uw handen met het gebed “Da, Domine” en maak daarna zo nodig de kelk en de pateen klaar. Maak dan een kruisteken en zeg bij het aankleden de respectieve gebeden. (Verondersteld wordt dat de priester reeds een toog draag. Zoniet, dan trekt hij die eerst aan. Het is ongepast de liturgische gewaden aan te trekken over gewone kleren.)

De amict is het eerst, gevolgd door de albe, de singel, de manipel, de stola en tenslotte het kazuifel. Het kruis op de manipel en de stola wordt gekust alvorens men er zich mee bekleed. Wanneer men zich bekleedt met de amict, legt men die eerst op het hoofd, laat hem meteen zakken en schikt hem rond de nek. Heeft men zich met alle gewaden bekleed dan zet men de bonnet op het hoofd.

Neem de kelk met uw linkerhand bij de nodus en leg uw rechterhand op de bursa die op de kelk ligt. De opening van de bursa moet naar u toe liggen. Buig met bedekt hoofd naar het kruisbeeld in de sacristie en ga richting kerk.

Processie naar het altaar: Bij het binnentreden van de kerk ontvangt u wijwater van de misdienaar en u maakt, met bedekt hoofd, een kruisteken met de rechterhand van voorhoofd naar borst en van de linker- naar de rechterschouder. Gekomen bij de onderste tree van het altaar, zet u met de rechterhand de bonnet af en geeft hem aan de misdienaar. Dan knielt u als het H. Sacrament aanwezig is. Zoniet dan buigt u diep en bestijgt het altaar.

Klaarmaken van het altaar: Plaats de kelk aan de evangeliezijde (links) van het altaar. Neem de bursa en haal het corporale eruit. Plaats de bursa aan de evangeliezijde van het altaar zo mogelijk tegen de achterwand van het altaar of tegen een kandelaar. De opening moet naar het midden van het altaar gekeerd zijn tenzij de afbeelding erop een andere positie verlangt. Vouw het corporale open en leg het in het midden van het altaar ongeveer 2 cm van de voorkant. Plaats de met het velum bedekte kelk op het corporale. Als er een ciborie is dan zou die gesloten maar zonder velum reeds op het altaar staan. Deze wordt nu op het corporale geplaatst achter de kelk maar een beetje naar de epistelzijde (rechts). Ga naar het missaal aan de epistelzijde en open het bij de juiste mis. Keer terug naar het midden van het altaar, buig het hoofd voor het altaarkruis, daal af van de trappen tot voor de onderste trede, keer om naar het altaar toe, kniel (of buig diep zoals boven). Ga recht staan. De misdienaar knielt op de grond links van u.

2. Gebeden aan de voet van het altaar

Begin van de Mis Begin de Mis met het maken van een kruisteken, duidelijk en verstaanbaar: “In nomine… Amen”. Met hetzelfde stemgeluid worden alle gebeden aan de voet van het altaar gezegd tot en met “Oremus”. Zeg “Amen” aan het eind van het kruisteken. Het wordt niet door de misdienaar gezegd. Houd uw handen tegen elkaar voor de borst met de rechterduim over de linker en ga verder met “Introibo ad altare Dei”. (Als u een kaart nodig hebt voor de gebeden aan de voet van het altaar, houd die dan in beide handen voor de borst). Zeg de gebeden in afwisseling met de misdienaar. Buig het hoofd bij “Gloria Patri..”. Maak een kruisteken bij “Adjutorium nostrum..”.

Buig diep bij het Confiteor en sla op de borst bij “mea culpa” en “mea maxima culpa”. Keer u niet naar de misdienaar bij de woorden “vobis fratres” en “vos fratres”. Blijf gebogen als de misdienaar zegt “Misereatur tui..”. Ga pas na het antwoord “Amen” recht staan. Tijdens het Confiteor van de misdienaar buigt deze naar u bij “tibi, pater” en “te, pater”. U beantwoordt dit niet. Maak een kruisteken bij “Indulgentiam…”. Maak een gematigde buiging bij “Deus tu conversus..” etc.

Beklimmen van het altaar: Als u zegt “Oremus”, breid dan uw handen uit, voeg ze weer samen en ga rechtop staan. Ga omhoog tot voor het midden van het altaar en zeg ondertussen in stilte het gebed “Aufer a nobis…” [op het middelste canonbord]. De misdienaar gaat knielen op de eerste tree. Bij het altaar aangekomen maak een kleine buiging, de handen tegen elkaar terwijl de pinken de voorkant van het altaar raken.

Zeg dan in stilte het gebed “Oramus te, Domine..” [op het middelste canonbord]. Als u de woorden uitspreekt “quorum reliquiae hic sunt”, plaats dan de handen los van elkaar met de handpalmen naar beneden op het altaar, naast het corporale, en kus het altaar. Voeg dan de handen weer samen voor de borst en ga naar de epistelkant terwijl u het gebed besluit.

3. Van de Introitus tot het Graduale

Introitus: Staande aan de epistelkant met het gezicht naar het missaal: sla een kruisteken als u de Introitus duidelijk en verstaanbaar begint te lezen. U blijft zo lezen tot het anders aangegeven staat. Buig het hoofd richting kruis bij “Gloria Patri…”. Keer aan het eind van de Introitus terug naar het midden van het altaar voor het Kyrie.

Kyrie: Zeg met de handen tegen elkaar voor de borst afwisselend met de misdienaar het Kyrie.

Gloria: Als het Gloria gebeden moet worden, spreid dan na het Kyrie, staande midden voor het altaar, de handen uit, hef ze omhoog tot schouderhoogte terwijl u zegt: “Gloria in excelsis”. Bij het woord “Deo” voegt u de handen weer samen, laat ze zakken en buig voor het kruis. [Op het middelste canonbord]. Vervolgens bidt u verder, rechtop staande met handen voor de borst tegen elkaar. Bij de woorden “Adoramus te”, “Gratias agimus tibi”, “Jesu Christi” (wat twee keer voorkomt) en “suscipe deprecationem nostram” buigt u het hoofd. En maak bij “cum Sancto Spiritu..” en kruisteken.

Collecta: Na het Gloria of als het niet gebeden wordt, na het Kyrie, kust u het altaar in het midden, terwijl de handpalmen op het altaar rusten aan weerszijde van het corporale. Dan keert u zich, met de handen samengevoegd voor de borst en met neergeslagen ogen, rechtsom naar het volk en terwijl u zegt: “Dominus vobiscum”, breidt u de handen uit voor de borst en voegt ze weer samen. Keert u zich weer linksom naar het altaar en ga naar het missaal. Als u zegt “Oremus”, breid dan de handen uit voor de borst, buig het hoofd in de richting van het kruis en voeg de handen weer samen. Breid de handen opnieuw uit en bid de Collecta. Voeg de handen weer samen bij de conclusie “Per Dominum…” of een andere conclusie van de collecta. Buig het hoofd in de richting van het kruis bij de naam van onze Heer, naar het missaal bij de naam van Onze Lieve Vrouw of van de heilige van dag, zelfs als deze alleen wordt gecommemoreerd. (In een votiefmis echter van een heilige wordt er bij de naam van de heilige geen buiging gemaakt). Deze regel wordt gedurende heel de Mis in acht genomen.

Epistel: Na de Collecta legt u de handen op het missaal of op de missaalstandaard zodat de handpalmen het missaal raken en lees het epistel. Aan het eind van het epistel geeft u een teken aan de misdienaar door uw linkerhand op het altaar te leggen. De misdienaar antwoord “Deo gratias”. (Als de naam van de heilige van de dag genoemd wordt in de titel van het epistel wordt er bij het noemen geen buiging gemaakt. Deze regel geldt ook voor het evangelie.)

Graduale en Alleluia: Zeg met uw handen op dezelfde plaats al
bij het epistel het graduale, alleluia, tractus, en sequentie voor zover deze zijn voorgeschreven. Ga met de handen tegen elkaar naar het midden van het altaar ter voorbereiding van het evangelie. De misdienaar brengt nu het missaal naar de evangeliezijde van het altaar.

4. Het Evangelie en het Credo

Voorbereiding op het evangelie: Aangekomen bij het midden van het van het altaar, sla de ogen op naar het kruis en sla ze onmiddellijk weer neer. Buig diep met de handen nog tegen elkaar, niet steunend op het altaar, en zeg in stilte “munda cor meum…”, “Jube Domine…” en “Dominus sit …” [op het middelste canonbord].

Evangelielezing: Met de handen nog tegen elkaar voor de borst gaat u naar het missaal dat de misdienaar aan de evangeliezijde heeft geplaatst en zeg met het gezicht naar het missaal duidelijk en verstaanbaar “Dominus vobiscum”. U blijft zo lezen tot het anders aangegeven is. Tijdens de groet zijn de handen niet uitgebreid zoals gewoonlijk, maar blijven tegen elkaar en keer u ook niet verder naar het volk. Maak het kruisteken met de rechterduim, eerst op het misssaal bij het begin van het evangelie dat gelezen gaat worden bij de woorden “Sequentia (of Initium)”. Ondertussen houdt u de linkerhand op het missaal met de handpalm naar beneden. Dan plaatst u de linkerhand onder de borst, maak een kruisteken op het voorhoofd, mond en borst als u vervolgt met de woorden “sancti evangelii secundum N.”. Dan leest u met de handen tegen elkaar voor de borst het evangelie. Als er tijdens de lezing een buiging moet worden gemaakt bij de naam van onze Heer gebeurt dit bij wijze van uitzondering richting missaal.

Het eind van het evangelie: Bij het einde van het evangelie tilt u het missaal op en kust u het begin van de tekst, terwijl u in stilte zegt: “Per evangelica dicta…. nostra delicta”. Ondertussen zegt de misdienaar “Laus tibi, Christe”. Doe de handen tegen elkaar en keer terug naar het midden van het altaar.

Credo: Als het credo moet worden gebeden, breidt u na het evangelie in het midden van het altaar uw handen uit, heft hen op tot schouderhoogte terwijl u weer met duidelijke en verstaanbare stem zegt “Credo in unum”. Bij het woord “Deum” voegt u de handen samen en laat ze zakken en buigt voor het kruis. [Op het middelste canonbord]. Dan gaat u verder rechtop staande met de handen tegen elkaar voor de borst. Bij de woorden “Jesum Christum” en “simul adoratur” buigt u het hoofd. Bij “Et incarnatus est… et homo factus est” knielt u langzaam, met de handen ondertussen vlak op altaar naast het corporale, de palmen naar beneden. En maak bij “Et vitam venturi saeculi. Amen” een kruisteken.

5. De offerande

Het offertorium: Na het credo of na het evangelie, als het credo niet wordt gebeden, kust u het altaar in met midden met de handen op het altaar, de handpalmen naar beneden en aan weerzijden van het corporale. Dan vervolgt u met een duidelijke en verstaanbare stem en met de handen tegen elkaar voor de borst, u keert zich rechtsom met neergeslagen ogen naar het volk en terwijl u zegt “Dominus vobiscum” breidt u uw handen uit en voegt ze weer samen. Keer u linksom weer naar het altaar. Wanneer u zegt “Oremus”, breidt u de handen uit, buigt het hoofd in de richting van het kruis en voegt de handen weer samen. Zeg dan het offertorium.

De ontdekking van de kelk: De rest van de offerande tot aan de conclusie van de secreta gebeurt in stilte. Neem het velum, vouw het en leg het aan de epistelkant terzijde van het corporale bij de achterkant van het altaar. Het velum moet in drieën gevouwen worden zodat de buitenkant boven ligt. Neem de kelk met de pateen etc. bij de nodus en plaats hem aan de epistelkant naast het corporale. Verwijder de palla van de pateen en leg hem op het gevouwen velum of tegen een hoek van het middelste canonbord. Als er een ciborie is, neem het deksel ervan af en plaats het deksel en het ciborievelum buiten het corporale.

Offerande van het brood: Neem de pateen met beide handen; houd de duimen, wijsvingers erom heen, de andere vingers eronder uitgestrekt tegen elkaar. Houd de pateen boven het corporale ter hoogte van de borst. Sla de ogen op naar het kruis, sla ze onmiddellijk weer terneer en zeg het gebed “Suscipe, sancte Pater… in vitam aeternam. Amen.” [Op het middelste canonbord]. Laat na dit gebed de pateen zakken tot ongeveer 10 cm boven het corporale, maak er een kruisteken mee over het corporale en laat de hostie op de eerste vouw in het midden van het corporale glijden. Schuif de pateen gedeeltelijk onder de rechterzijde van het corporale. Doe het deksel op de ciborie indien er een ciborie is.

De wijn: Ga met de handen tegen elkaar naar de epistelzijde. Neem naar het altaar gekeerd de kelk met uw linkerhand bij de nodus en veeg de binnenkant en de buitenkant aan de rand schoon met het purificatorium. Houd dan het purificatorium, in tweeën gevouwen, met de duim van de linkerhand tegen de nodus en neem de wijnampul aan van de misdienaar. Giet wat wijn in de kelk en let erop dat er geen druppels tegen de zijkant spatten. Geef de ampul terug aan de misdienaar.

Het water: Blijf de kelk en het purificatorium vasthouden en maak een kruisteken over de waterampul wanneer u begint met het gebed “Deus, qui humanae substantiae…” [Op het rechter canonbord]. Neem de ampul of het lepeltje en giet enkele druppels water in de kelk terwijl u zegt: “Da nobis per huius aquae et vini mysterium”. Geef de ampul terug aan de misdienaar. Veeg met het purificatorium aan de binnenkant van de kelk eventele druppels water weg die zich niet met de wijn vermengd hebben. Plaats met uw linkerhand de kelk vlak naast het corporale. Bij “Jesus Christus” voegt u de handen samen met het purificatorium ertussen en buig uw hoofd naar het kruis. Vervolgens ga na het einde van het gebed naar het midden en leg het gevouwen purificatorium over het onbedekte deel van de pateen.

Offerande van de kelk: Breng staande voor het midden van het altaar de kelk met de rechterhand bij de nodus naar u toe. Ondersteun dan de onderkant van de kelk met uw linkerhand door de vingers eronder te plaatsen. Houd de kelk omhoog terwijl u erop let dat de bovenkant van de kelk op ooghoogte blijft. Zeg het gebed “Offerimus tibi … suavitatis accendat. Amen.”,de ogen voortdurend gericht op het kruis [Op het middelste canonbord]. Laat na het gebed de kelk zakken tot 10 cm boven het corporale, maak een kruisteken met de kelk over het achterste gedeelte van het corporale en dus niet boven de hostie. Plaats de kelk daarna op het midden van het corporale maar achter de hostie.

In spiritu humilitatis: Zeg nu, licht gebogen, met de handen tegen elkaar op de rand van het altaar en met de pinken tegen de voorkant van het altaar het gebed “In spiritu humilitatis…” [Op het middelste canonbord].

Veni Sanctificator: Ga rechtop staan, breid de handen uit, hef ze omhoog tot schouderhoogte en richt uw ogen omhoog naar het kruis als u begint te bidden: “Veni Sanctificator..” [Op het middelste canonbord]. Voeg de handen onmiddellijk weer samen en sla de ogen neer en wanneer u zegt “benedic”, maak dan een kruisteken over hostie en kelk met de rechterhand terwijl u tegelijk de linkerhand plat op het altaar legt links van het corporale. Voeg daarna de handen weer samen voor de borst.

Lavabo: Ga na het gebed naar de epistelkant en blijf staan met het gezicht naar de misdienaar. Was de uiteinden van duim en voorvingers van beide handen terwijl de misdienaar het water uitgiet. Ondertussen bidt u de psalm “Lavabo inter innocentes” [Op het rechter canonbord]. Neem de handdoek van de linkerarm van de misdienaar, droog de duimen en de voorvingers af en vouw de handdoek op het altaar en leg hem terug op de linkerarm van de dienaar. Voeg de handen samen. Buig het hoofd bij het “Gloria Patri…” richting het kruis en ga vervolgens tijdens het “sicut erat…” naar het midden van het altaar.

Suscipe sancta Trinitas: Sla uw ogen op naar het kruis en sla ze onmiddellijk weer neer, en terwijl u de vingers op de rand van het altaar legt en met de pinken de voorkant van het altaar raakt, zegt u licht gebogen het gebed “Suscipe sancta Trinitas..” [Op het middelste canonbord]. Hierbij wordt geen buiging gemaakt bij de namen van onze Heer, Onze Lieve Vrouw of eventueel de heilige van de dag omdat u reeds gebogen bent.

Orate fratres: Na het gebed kust u het altaar in het midden terwijl de handen met de handpalmen naar beneden aan weerszijden van het corporale op het altaar laat rusten. Voeg de handen weer samen en keer u rechtsom met de ogen neergeslagen naar het volk toe, breid uw handen uit en voeg ze weer samen terwijl u luid en duidelijk de twee woorden "Orate, fratres” zegt. Dan vervolgt u in stilte met “ut meum ac vestrum..” terwijl u linksom weer met het gezicht naar het altaar draait. Zodoende maakt u een volledige cirkel.

Secreta: Als de misdienaar geantwoord heeft, zegt u in stilte “Amen”. Dan zegt u met de handen uitgestrekt voor de borst nog steeds in stilte de secreta zonder eerst oremus te zeggen. Voeg de handen samen bij de conclusie "Per Dominum..” of bij een andere conclusie. Stop na het zeggen van “Spiritus Sancti, Deus”. Leg met uw linkerhand het missaal open bij de prefatie. Ondertussen ligt uw rechterhand plat op het altaar buiten het corporale. Hebt u de prefatie gevonden, dan legt u ook uw linkerhand plat op het altaar en vervolg luid en duidelijk met “Per omnia saecula saeculorum”. De misdienaar antwoordt met “Amen”.

Prefatie: U gaat luid en duidelijk verder tot het einde van het Sanctus. Bij het “Dominus vobiscum” draait u zich niet om naar het volk; de handen blijven plat op het altaar. Bij “Sursum corda” heft u uw handen omhoog met de handpalmen tegenover elkaar tot op borsthoogte. Bij “Gratias agamus Domino” voegt u de handen bijeen zonder ze verder op te heffen. Bij “Deo” slaat u de ogen op naar het kruis en slaat ze ogenblikkelijk weer neer en buig het hoofd als u zegt “nostro”. Als de misdienaar heeft geantwoord, breid dan de handen uit voor de borst en zeg de Prefatie.

Sanctus: Bij “Sanctus, sanctus, sanctus…” voegt u de handen weer samen voor de borst en maak een lichte buiging maar zonder dat de handen het altaar raken. Bij “Benedictus qui venit…” gaat u weer recht staan en maak een kruisteken.

Zie vervolg Rubrieken

Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

LITURGISCHE TEKSTEN
doopsel

huwelijk

uitvaart



LITURGISCHE ONDERWERPEN

de diaken in de liturgie

rubrieken missaal 1962

voorwerpen in de liturgie