de mythe van paus Franciscus
Ik word aan één stuk door vanuit de hoek van dissidente katholieken om de oren geslagen met (vermeende) uitspraken van paus Franciscus. Ze staan in brieven die mij kapittelen om mijn  starre houding; ze liggen onderstreept in de brievenbus om mij waarschijnlijk op betere (?) gedachten te brengen. Ik merk toch dat ik  een beetje op moet passen geen hekel te krijgen aan de nieuwe paus. Hij wordt namelijk voor de meeste vreemde en onkatholieke karren gespannen. Hij wordt hét argument tegen de opvattingen die ik verkondig en de pastoraal die ik propageer. Ik geef een paar voorbeelden.

Afgelopen zondag vind ik een liturgieboekje in de brievenbus met de feestelijke viering van 400 Lithoijen onder de kromstaf van de abdij van Berne. De nieuwe abt, Denis Hendrickx, was de voorganger (om de in die kringen gangbare term maar te bezigen). Hij gebruikte een tafelgebed (in kerkelijke kringen heet dat een eucharistisch gebed) dat niet was goedgekeurd en die deze goedkeuring vanwege verschillende mankementen ook nooit zou kunnen krijgen. Maar dat terzijde. Vóór op het boekje stond onderstreept: pastoor blz. 18. En wat stond daar? “Paus Franciscus heeft gezegd: als je het slachtoffer wordt van parochiefusie en kerksluiting, huur ergens een garage, zoek een leek om voor te gaan in gebed. In Japan hebben de christenen 200 jaar overleefd zonder priester.” Hij schijnt inderdaad zoiets een twaalftal jaren geleden gezegd te hebben in Argentinië. Maar dat slaat op een situatie waar in de verste verte geen kerk en geen priester is maar zeker niet op onze situatie waarn zogenaamde “levendige parochies” met 20 kerkgangers 4 kilometer of minder van elkaar liggen. Een situatie waarin mensen zonder enig bezwaar naar de eucharistie in een andere kerk zouden kunnen.

Als ik niet toesta dat leken een kerkelijke uitvaart leiden omdat ze geen mandaat van de bisschop hebben; als ik zeg dat een avondwake vreemd en ongepast is als je een kerkelijke uitvaart weigert, dan wordt paus Franciscus van stal gehaald, die gezegd heeft dat de priesters dienstbaar moeten zijn aan de mensen. Ja maar, is dit werkelijk de vorm van dienstbaarheid die hij bedoelde?

Nu heeft hij gisteren weer gezegd dat katholiek zijn geen eenheidsworst is. Het werd me gisteravond bij een vergadering waar als argument voor het tolereren van de meest vreemde ideeën en praktijken voorgehouden. Dat katholiek zijn eenheid in verscheidenheid betekend, hebben alle pausen al gezegd maar bij niemand van zijn voorgangers hebben ze er de gedachte aan verbonden dat je je daarom van de leer en de discipline niet zo veel hoefde aan te trekken.

Nog een laatste voorbeeld is het Bulletin van de Europese provincie van de Kruisheren dat mij anoniem en met een kennelijke bedoeling werd toegezonden:
De hoofdredacteur Ries Sterke schrijft en ik denk dat  de toezender vindt dat ik mij dit moet aantrekken: “Er zijn mensen die je precies kunnen vertellen wie tot de uitverkorenen van God behoren en wie niet. Als je dan vraagt naar het criterium, dan komt dat meestal neer op het belijden van een aantal dogmatische uitspraken en het volgen van een aantal regels op het vlak van liturgie en moraal…. En meteen beginnen ze ongegeneerd andere gelovigen te verketteren. Je kunt onder christenen bijzonder enggeestige mensen tegenkomen.” Volgens mij zijn er maar weinig mensen die precies kunnen zeggen wie tot de uitverkorenen van God behoren. Dat is een karikatuur. Wel kunnen we vrij goed zeggen wie goed katholiek is en wie niet. Daar zijn tamelijk objectieve criteria voor maar Ries heeft er behoefte aan die criteria in het belachelijke te trekken. Inderdaad zegt de Katholieke Kerk (ook in de conciliedocumenten) dat je katholiek bent als je de leer (dogma en moraal van de katholieke Kerk aanvaardt (Ries zegt badinerend “een aantal dogmatische uitspraken… en regels op het vlak van moraal), haar liturgie viert (Ries misprijzend: een aantal regels op het vlak van liturgie) en haar bestuur aanvaardt. Mensen die zich daaraan houden en dat als maatstaf voor katholiciteit aanleggen zijn volgens Ries “enggeestige mensen”. Tot die enggeestige mensen zullen ook wel de kerkvaders Ireneüs en Augustinus horen die beiden boekjes over en tegen ketters hebben geschreven. Maar enfin, dit stukje gaat niet over paus Franciscus  maar ik wilde u de “spiritualiteit” van de Kruisheren niet onthouden.

Dan kreeg ik nog een stuk in briefvorm geschreven door een zekere Marinus uit Amsterdam aan Jan-Toon. Hier worden enige uitspraken van paus Franciscus geciteerd:
- “Vrouwen zijn belangrijker voor de kerkgemeenschap (=Jezus-beweging) dan bisschoppen en priesters”. Als hij dat zo gezegd zou hebben, is dat een vreemde uitspraak die alleen in een heel speciale context enige (katholieke) zin zou hebben. Maar ik vermoed, gezien de toevoeging bij “kerkgemeenschap": = Jezus-beweging, die zeker niet van de paus kan zijn, dat het geheel in zijn huidige vorm een construct van Marinus is.
- “De pastoraal moet uitgaan van de situatie waarin mensen leven en niet van een a-priori moraal. De kerkelijke leiders moeten niet oordelen en regeltjes maken.” In de situatie van Nederland lijkt me dit een riskante uitspraak. Waar dit toe leidt zien we in de conclusie van Marinus iets verderop:

“Het kan niet zo zijn dat de “kerk” over de problemen van morgen spreekt in de taal van gisteren;
en dat geldt ook voor het juridisme en de scholastiek. Zo was het Credo van Nicea (325) de opmaat voor vijftien eeuwen versmalling van het christendom tot de intellectuele actie van geloven in waarheden. Mensen hebben er genoeg van hun diepste religieuze motivaties en hun eerbied voor het mysterie van het bestaan door hiërarchieën te laten invriezen in geloofswaarheden. Het gaat om Jezus volgen en jezelf inzetten voor de minsten der mensen.”

U leest het goed. Het voor de Kerk zo belangrijke Concilie van Nicea dat de godheid van Christus bevestigde heeft gezorgd “voor vijftien eeuwen versmalling van het christendom tot intellectuele actie van geloven in waarheden”. Het gaat Marinus (en de Eurpopese kruisheren?) blijkbaar niet meer om de waarheid rond Christus. Ze miskennen de enorme liefde die deze waarheden in die 15 eeuwen hebben losgemaakt. Hoevelen (in ieder geval veel meer dan de laatste tijd sinds men die waarheden aan de kant schuift) hebben hun leven gegeven in een missie van liefde? Denkt u maar aan de talloze kloosterordes en congregaties die zich totaal, met opoffering van eigen leven, hebben ingezett voor de missie of een maatschappelijke nood. Volgens mij kan het soort “eerbied” dat Marinus zegt te hebben “voor het mysterie”, die inzet niet opbrengen anders dan met de mond en in fraaie medemenselijke geschriften. Natuurlijk gaat het om Jezus navolgen maar dan zul je wel eerst moeten weten wie Jezus is en wat hij precies wil. Ik heb dan toch liever dat de Kerk (die volgens Augustinus de moeder is van alle gedoopten die God tot Vader hebben) mij dat leert dan Marinus uit Amsterdam.

Kortom: paus Franciscus is een mythe aan het worden. In de gedachten van modernisten en half-katholieken is hij hun voorspreker en helper. Daar past overigens niet in dat hij meer dan alle andere pausen over de zonde en de duivel spreekt. En ook niet dat hij een priester in Australië die zich niet aan de voorschriften van de Kerk hield, eigenhandig heeft geëxcommuniceerd. Maar zo gaat dat met mythes. De historische werkelijkheid die eraan ten grondslag ligt, wordt versmald (of uitvergroot zo u wilt) tot datgene wat men wil beweren.


Oss 11 oktober 2013

Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten