Oosterhuis en zijn liederen
De liederen van Huub Oosterhuis beroeren geregeld de gemoederen in katholiek Nederland. Zijn ze nu verboden of moeten ze verboden worden? Of liggen de zaken genuanceerder?

Allereerst moeten we constateren dat er geen enkel lied van Oosterhuis door de Nederlandse bisschoppen verboden is. In Gezangen voor Liturgie (GVL) dat met toestemming en een voorwoord van de bisschoppen is uitgegeven staan vele liederen van Oosterhuis. Ze mogen van de bisschoppen dus nog steeds in de kerk gezongen worden.

Met de twee zondagsmisboekjes die wekelijks verschijnen (uitgave resp. Gooi en Sticht en de Abdij van Berne) ligt het enigszins anders. Met die uitgeverijen is op instigatie van de Romeinse Congregatie voor de Eredienst afgesproken dat zij alleen liederen in hun boekjes zouden opnemen die al op de lijst van door de bisschoppen en door Rome goedgekeurde liederen voorkomen. Op die lijst komen geen liederen van Oosterhuis voor.

Deze lijst wordt nog steeds aangevuld en is nog lang niet volledig. Is het nu toevallig dat er op die lijst geen liederen van Oosterhuis staan en zou het zo maar kunnen gebeuren dat vandaag of morgen die officiële lijst wordt aangevuld met liederen van Oosterhuis? Dat lijkt onwaarschijnlijk en heeft te maken met het feit dat een van de criteria voor goedkeuring in Rome sinds jaar en dag is dat de schrijvers van liturgische teksten (en dus ook van liturgische liederen) moet uitmunten door hun gezonde leer en hun heiligheid. In Rome heeft men er al eerder blijk van gegeven dat men vindt dat Oosterhuis aan beide criteria niet voldoet en dat op die grond zijn liederen niet geschikt zijn voor de liturgie. Ik denk dat Rome daar een punt heeft.

Als we bezien of Oosterhuis uitmunt door de gezonde leer, dan lijkt me heel duidelijk dat hij dat al jaren niet meer doet. Hij heeft al geruime tijd geleden afstand genomen van de katholieke Kerk en haar leer. Een eenvoudig bewijs daarvoor vinden we in een interview in Volzin van oktober 2002: “Waarvoor ik echter het liefst erkenning zou krijgen, is wat ik het ‘demasqué van de transsubstantiatie’ noem: de ontmaskering van de roomse overtuiging dat Christus werkelijk aanwezig is in het brood en de wijn. In die opvatting is de eucharistie volstrekt onschadelijk gemaakt, de truc der trucen geworden, zonder enige politieke relevantie.” Hiermee ontkent en ridiculiseert Oosterhuis een van de belangrijkste geloofspunten van de katholieke Kerk. Uit het interview verder blijkt dat de Bijbel voor hem vooral een politiek instrument is. Langs andere dingen leest hij heen.

Als we bezien of Oosterhuis uitmunt door heiligheid van leven, dan is daar vanuit de katholieke moraal in objectieve zin nogal wat op aan te merken. Huub Oosterhuis heeft zijn celibaatsgelofte die hij als kloosterling (jezuïet) had afgelegd, gebroken. Hij heeft zijn “priesterlijke werk” ondanks uitdrukkelijk kerkelijk verbod doorgezet in een (op zijn minst) schismatieke gemeenschap, de Studentenekklesia in Amsterdam. Hij is burgerlijk gehuwd met Josefien Melief. Van haar is hij gescheiden om naderhand burgerlijk te huwen met de veel jongere Colet van der Ven. Al met al geen leven dat de katholieke Kerk als voorbeeldig beschouwt.

Een ander criterium voor de toelaatbaarheid van liederen is een inhoudelijk criterium. Als we dit criterium toepassen, dan kunnen we, denk ik, vier categorieën onderscheiden:
1. De directe bijbelse liederen en de liederen die in overeenstemming zijn met het katholieke geloof. Dit zijn over het algemeen de oudere liederen van Oosterhuis, toen hij nog geen afstand had genomen van het katholieke geloof. Ik noem hier als voorbeelden “Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt en gegeven”, “Gedenken wij dankbaar de daden des Heren”, “God die ons heeft voorzien”, “Hij ging van stad tot stad”, “Omdat Hij niet ver wou zijn”, “Toen Jezus in zijn uur gekomen was”.  En als voorbeelden van bijbelse liederen: “Christus, de gestalte van God”, “Die rechtens God gelijk”. “Heden zult gij zijn glorie aanschouwen”.
2. De liederen die er bijbels uitzien maar feitelijk Bijbelteksten manipuleren
Dit zijn liederen met duidelijke bijbelse verwijzingen maar zoals ik het wel eens genoemd heb “chemisch rein gemaakt van God”. Een heel goed voorbeeld daarvan is “De steppe zal bloeien”. Dit lied is hoofdzakelijk gebaseerd op ps. 126 en Jes. 36, maar wat in die teksten aan God wordt toegeschreven, wordt door Oosterhuis systematisch weggelaten. Oosterhuis geeft bijbelse beelden een andere inhoud. Dit wordt bevestigd door zijn uitspraak: “De Bijbel is geen religieus maar een politiek boek.”
3. De liederen die voor de liturgie gemaakt zijn maar waarin God geen rol speelt.
Een voorbeeld daarvan is het lied “Ergens komt een kind vandaan” bij gelegenheid van de doop van Johan Friso. En ook “Uit vuur en ijzer, zuur en zout”, in de volksmond het chemicaliënlied geheten. Verder “vergeet niet dat woord van oudsher” en “hier is een stad gebouwd”. .
4. De liederen die onbegrijpelijk poëtisch en vaag religieus zijn.
Bijvoorbeeld: “Delf mijn gezicht op en maak mij mooi. Wie mij ontmaskert, zal mij vinden..”. Verder “Hoe ver te gaan? En of er wegen zijn? Nooit meer gebaand. Hoeveel paar voeten zijn zij? Twee, drieduizend”. Ook het lied “Licht dat ons aanstoot” hoort in deze categorie. Flarden ervan zijn begrijpelijk maar grote delen niet of je hebt een exegese nodig van een “deskundige” en dat mag bij een liturgisch lied niet nodig zijn.

Als je het inhoudelijk criterium op de liederen loslaat, dan komen alleen de liederen in categorie 1 in aanmerking voor gebruik in de liturgie. Bij gebruik van dit criterium alleen (zonder de persoon Oosterhuis erbij te betrekken) zouden deze liederen in toekomstige bundels kunnen worden opgenomen en op de lijst van goedgekeurde liederen terecht kunnen komen. Ik zou geneigd zijn daar vooralsnog voor te kiezen omdat deze liederen vertrouwd zijn bij het zingende kerkvolk en omdat ze bij de ontwikkeling van een Nederlands liedrepertoire van groot belang zijn (geweest).
Er zijn, denk ik, ook bisschoppen die in die richting denken maar of deze gedachten het in de praktijk zullen halen, weet ik niet. Daarvoor is het criterium dat Rome hanteert wat betreft de persoon van de auteur, te duidelijk. We moeten er aan toevoegen dat Oosterhuis zelf het door zijn uitspraken de bisschoppen niet gemakkelijker maakt.

Al met al is de eufore uitroep van Antoine Bodar tijdens een televisie-interview met Oosterhuis “uw liederen zullen altijd gezongen blijven worden”, minstens twijfelachtig, tenminste als het over de katholieke Kerk gaat.


C. Mennen pr

10 april 2014
Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten