Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten


Er zijn ongeveer twee en een halve week verlopen sinds de publicatie van een schrijven waarin de voormalige apostolisch nuntius in de USA en vroegere secretaris-generaal van het gouvernement van Vaticaanstad, Carlo Maria Viganò hooggeplaatste functionarissen in het Vaticaan tot aan paus Franciscus persoonlijk toe beschuldigt, dat zij van de seksuele uitspattingen van de emeritus-aartsbisschop Theodore McCarrick geweten en er niets tegen ondernomen hebben, maar zelfs zijn invloed binnen de kerkelijke hiërarchie zelfs hebben vergroot. Met name in de USA – maar niet alleen daar – gaan er steeds meer stemmen op die een grondige, onvoorwaardelijke opheldering eisen van de door Viganò geuite beschuldigingen. Tegelijk nemen elders, ook in het Duitstalige gebied, de stemmen toe van prominente vertegenwoordigers van de Kerk, die het zo ongeveer als een eis van loyaliteit tegenover de paus willen zien om een inhoudelijke confrontatie met de beschuldigingen zoveel mogelijk uit de weg te gaan en ze ongenuanceerd te zien als een samenzwering van reactionaire duistere figuren.

In die laatste zin heeft zich nu ook de aartsbisschop van Wenen, Christoph kardinaal Schönborn, zijn standpunt bepaald. In zijn regelmatige column in het gratis tijdschrift “Heute” schreef hij, dat de paus “momenteel moeilijke tijden” meemaakt – ten gevolge van kritiek “uit kringen in de Kerk, die deze paus zo spoedig mogelijk kwijt willen raken”. Iets concreets over de inhoud van deze kritiek ervoer de beminde lezer niet; in plaats daarvan prees Schönborn Franciscus als “strijder tegen ongerechtigheid en uitbuiting en voor de bescherming van het milieu” en als iemand die een ”frisse wind in de Kerk” gebracht had. Dat alles doet bitter weinig ter zake, maar maakt de lezer wel duidelijk: “Wij weten toch allemaal dat de paus een goeie is; dan moeten zijn critici de slechten zijn”.

Hoe oneigenlijk deze argumentatie ook werkt, zij kan toch op een ingeburgerd narratief steunen. Je zou er wel wat misselijk van kunnen worden, als in de lente van 2013  de ambtsaanvaarding van de nieuwe paus ook en met name door die kringen bejubeld werd, die anders eerder gereserveerd tot vijandig stonden tegenover de katholieke Kerk en haar leer. Vanaf zijn eerste optreden was paus Franciscus, in opmerkelijke tegenstelling tot zijn voorgangers, de lieveling van de media – en het door hen geschetste beeld blijkt na meer dan vijf jaar wonderbaarlijk duurzaam, met name bij katholieken die zichzelf als “liberaal” of “progressief” afficheren.

Vraagt men hen hoe het toch komt dat Franciscus van de hervormingen, die ze van hem verwacht hadden, nog zo goed als niets waargemaakt heeft, dan krijgt men te horen: als de paus kon doen wat hij wilde, dan zou hij er wel voor zorgen dat de Kerk eindelijk in de 21ste eeuw aankomt; maar dit wordt verhinderd door de aartsconservatieven in de Curie en op diverse niveaus van de kerkelijke hiërarchie, die hervormingspogingen van de paus deels openlijk, deels in het geheim  saboteren.

In dit beeld – dat opmerkelijk immuun voor de werkelijkheid blijkt te zijn – past de Causa Viganò maar al te gemakkelijk: als de rollen van goed en kwaad helder verdeeld zijn, dat komen de onthullingen van de ex-nuntius als poging tot een ultieme vernietigingsslag van de ultraconservatieven tegen de hervormingspaus. En die slag moet verijdeld worden, anders dreigt er een terugval in de Middeleeuwen.

Dit narratief wordt door het grootste deel van de kerkelijke en seculiere media gebruikt en zo kan kardinaal Schönborn erop hopen. dat de gelovigen die geen andere informatiebronnen hebben dan deze hem waarschijnlijk zullen geloven. Maar wie een beetje beter met de zaak bekend is, kan zich daarentegen alleen maar de ogen uitwrijven. Franciscus treedt “zeer vastberaden […….] tegen het seksuele misbruik in de Kerk op”, beweert Schönborn, terwijl het een algemeen bekend feit is dat de vastberadenheid van het Vaticaan bij het optreden tegen seksueel misbruik onder Franciscus in vergelijking met het pontificaat van Benedictus XVI duidelijk minder is geworden. Namen zoals Danneels, Inzoli en Barros mogen als voorbeeld voldoende zijn voor het feit dat bij de houding van Franciscus tegenover plegers van misbruik en tegenover degenen die het misbruik in de doofpot hebben gestopt, nogal wat vraagtekens kunnen worden geplaatst; nu komt daar nog de zaak McCarrick bij. Zo mogelijk nog ernstiger zijn de beschuldigingen, die zeer onlangs over zijn omgaan met gevallen van misbruik in zijn tijd als aartsbisschop van Buenos Aires naar voren worden gebracht.

Verder meent Schönborn dat de “open wijze” van paus Franciscus “om de dingen bij hun naam te noemen” verantwoordelijk is voor veel verzet tegen de paus. En dat terwijl de meest opvallende eigenschap van de uitingen van de paus nu juist zijn onduidelijkheid is. En dat de demonstratieve bescheidenheid van de paus (“geen pracht en praal meer, geen schitterende gewaden”, jubelt Schönborn)  alleen maar meer kost, is ondertussen toch wel algemeen bekend.

Ja, de aartsbisschop van Wenen schaamt er zich niet voor de propagandaslogan van Wim Wenders: “Paus Franciscus – Een man van zijn woord” als bewijs aan te halen voor het feit dat Franciscus “alles werkelijk meent wat hij zegt, en [….] ook leeft wat hij zegt”.

Bij een preek in de Stefansdom in Wenen voegde kardinaal Schönborn er zondag nog iets aan toe: hij “bewondert paus Franciscus, hoe hij in deze stormen de innerlijke vrede bewaart. Dat is een geschenk van God”. Nog afgezien van de vraag waarin deze innerlijke vrede zich bij de paus, die berucht is om zijn wispelturig en onbeheerst optreden, zich nu eigenlijk uit, is deze uitspraak ronduit een belediging van die gelovigen, wier vertrouwen in de Kerk door de jongste onthullingen van misbruik enorm geschokt zijn en door het demonstratief-rebelse zwijgen van de paus ten aanzien van de beschuldigingen die aan zijn adres gericht zijn, verder geschokt wordt.

Men weet niet goed of men deze lofzangen op de beschadigde paus als naïef of als cynisch beschouwen moet. In ieder geval leiden zij van de eigenlijke kwestie af: hoe kan het dat een man als Theodore McCarrick die bekend stond om het voortdurend aanranden en seksueel lastvallen van priesterkandidaten, toch na zijn emeritaat opnieuw een invloedrijke figuur in het Vaticaan en in het episcopaat van de USA kon worden; welke rol speelde  de vriendschap van McCarrick gedurende lange jaren met de vroegere kardinaal Bergoglio daarbij? En in hoeverre danken enkele invloedrijke curie- en diocesane bisschoppen hun positie aan de vriendjespolitiek van McCarrick? Als de verdedigers van de paus er werkelijk van overtuigd waren, dat Franciscus in deze zaak niets (of in ieder geval niets ernstigs) te verwijten is, dan zouden ze eigenlijk aan de opheldering van deze kwestie geïnteresseerd moeten zijn.

Zelfs als het waar is, dat bepaalde kringen binnen de Kerk, die, zoals kardinaal Schönborn zegt, “deze paus zo vlug mogelijk kwijt willen”, de affaire MacCarrick en het Viganò-document als gunstige gelegenheid aangrijpen, zegt dat op slot van rekening niets over het waarheidsgehalte van de beschuldigingen. Het is weliswaar in onze tijd ook bij andere thema’s in toenemende mate te zien, dat politiek en media ertoe neigen de vraag naar de opportuniteit belangrijker te vinden dan de vraag naar de waarheid – dus dat bij een bericht niet zozeer wordt gevraagd “is het waar?” als wel “wie heeft er profijt van?”. En als de “verkeerde partij” er profijt van zou kunnen hebben, bericht men liever niet over. Van een man van de Kerk zoals kardinaal Schönborn zou men echter mogen hopen dat hij zich het woord van Jezus uit Johannes 8, 32 herinnert: “Dan zult gij de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken”.

Vertaling: C. Mennen pr
Kardinaal Schönborn
en het sprookje van de goede paus

door Tobias Klein

Het is merkwaardig hoe wat liberalere figuren in de Kerk totaal voorbij gaan aan de werkelijkheid en de stortvloed van berichten die deze werkelijkheid ondersteunen. Men is vooral (bewust) stekeblind voor de rol die paus speelt in dit alles en voor zijn op zijn minst merkwaardige karakter. Als voorbeeld daarvan geven we hieronder het stuk van Tobias Klein waarin de "onnozelheid" van kardinaal Schönborn aan de kaak wordt gesteld.
Ik wil in dit verband ook graag verwijzen naar de preek van pater Sintobin, een Belgische jezuïet, die ook in Nederland een veel gevraagd spreker is. Zijn naïviteit met betrekking tot de persoon van de paus is onbegrijpelijk. Het verband dat hij legt tussen de paus en Jezus is ronduit stuitend. Klik hier voor de tekst van de preek.