Het grote demasqué

In het verleden kon je geen enkele katholieke bisschop betrappen op een onvertogen woord op het gebied van de geloofsleer en de moraal. Er was wel verschil. Sommigen preekten vurig, ook over thema’s die in de moderne seculiere cultuur niet zo goed liggen, anderen zwegen liever of uitten zich in een wollige taal waaraan zich niemand een buil kon vallen. Er bestond wel een zekere verdenking dat een aantal bisschoppen in hun hart niet meer zo katholiek dachten of minstens dat ze liever niet “gemarteld” werden in de liberale pers en vooral aardig en “progressief” gevonden wilden worden maar je kon ze nooit betrappen op een incorrecte uitspraak. Men wilde blijkbaar (vanwege carrière?) niet uit de gunst van de toenmalige pausen vallen.

Dat is nu wel anders. Veel bisschoppen hebben de indruk, niet in het minst vanwege het “gedoe” rond de laatste synode, dat in Rome de wind om is. Er worden dubieuze mensen benoemd in pauselijke raden; jonge bloeiende traditionele kloosterbewegingen worden onder pauselijke curatele gesteld en ontmanteld; een Opus-Dei-bisschop in Paraguay die een duidelijk orthodoxe cours vaart, veel seminaristen heeft (tot ergernis van zijn liberalere collega’s), krijgt een pauselijke visitator op zijn dak en wordt zonder opgaaf van redenen afgezet en vervangen zonder dat de (hartelijke, open) paus hem zelfs maar wil ontvangen; een kardinaal die gebruik maakt van de openheid waarvoor de paus zegt te opteren, en die keurig de traditionele leer van de Kerk verdedigt tegenover de liberale stellingen van kardinaal Kaspar wordt uit de curie weggepromoveerd, etc etc. Dit alles laat het wereldepiscopaat niet onberoerd. Een groot gedeelte van de bisschoppen (USA en Afrika) is ernstig verontrust door wat er in Rome gebeurt en de manier waarop de paus acteert. Een ander gedeelte laat de maskers vallen die zij tijdens de vorige pontificaten gedragen hebben en verandert hun wollig taalgebruik in publieke stellingen die niet katholiek meer zijn. Dit is het geval bij het grootste gedeelte van het Duitse episcopaat dat zich uit bij monde van kardinaal Marx, ook een van de vertrouwelingen van de huidige paus. Over de Antwerpse bisschop Bonny en zijn vrijzinnige opvattingen schreef ik al eerder. Maar aangemoedigd door de Romeinse ontwikkelingen en de seculiere publieke opinie is hij nu weer een stap verder gegaan. Hij heeft in een kranteninterview gezegd, dat de Kerk met de seculiere ontwikkeling mee moet en homoseksuele relaties moet erkennen en inzegenen. Hij vindt dat homoparen even goed aan de kerkelijke criteria voor het huwelijk kunnen voldoen. “De inhoudelijke waarden zijn voor mij belangrijker dan de institutionele vraag. De christelijke ethiek gaat uit van duurzame relaties waarin exclusiviteit, trouw en zorg voor elkaar centraal staan,” zegt hij.  Dit is voor normale katholieke oren onbestaanbaar en onverdraaglijk. Toch zegt deze bisschop het. Hij wordt niet vanuit Rome gecorrigeerd. Hij krijgt zeker geen apostolisch visitator over de vloer. Integendeel de kans is groot dat hij de volgende aartsbisschop van Mechelen-Brussel wordt als opvolger van de goede mgr. Léonard. Hij is immers een vriendje van kardinaal Kasper.

Waar zit nu het probleem bij Bonny en de andere liberale bisschoppen?
- Allereerst wil men de mensen, die zich feitelijk al van de Kerk verwijderd hebben, behagen. Men wil zich door hun applaus een rad voor ogen draaien en de harde werkelijkheid ontkennen. De journalist Markus Günther schrijft in de Frankfurter Algemeine Sonntagszeitung: de Kerk in Duitsland lijkt op de DDR vlak voor de ineenstorting. Net als toen in de DDR maken veel bisschoppen en pastoors zich iets wijs. Ze zien nog steeds het grote instituut met het vele geld. Maar ze willen er niet aan dat het gemeenschappelijke geloof grotendeels in lucht is opgegaan. De Kerk is steeds meer een lege zeepbel geworden. Die wil men niet doorprikken door zoveel mogelijk aan te sluiten bij de mening van de “gelovigen”. Dat houdt de façade met het bijbehorende applaus overeind. Naar Günthers mening heeft die huidige Kerk geen enkele toekomst. Over enkele tientallen jaren is de Kerk in Duitsland niet groter dan een sekte als de Jehova’s Getuigen. De belangrijkste oorzaak voor het verdwijnen van de Kerk ziet Günther in het opgeven en het vervagen van de geloofsinhouden. Een godsdienst moet absolute aanspraken hebben, anders heeft ze geen reden van bestaan. Een Kerk die zich aanpast aan de moraal van de wereld maakt zich overbodig.

- Het grondprobleem in liberale kerkelijke denken is een filosofisch probleem. Ze sluiten aan bij het moderne filosofische denken dat het doen en laten van de meeste mensen beheerst: het existentieel relativisme. Niet wat is, is belangrijk maar wat ik voel en ervaar. Daar gaat het om. Als ik het gevoel heb, dat het begrip “hel”  niet past bij de goedheid van God, dan bestaat er natuurlijk geen hel. Als ik het gevoel heb, dat mijn huwelijk voorbij is - ik beleef er niets meer aan, - dan ben ik voorbij die aanvankelijke werkelijkheid gegroeid en moet er een nieuwe toekomst mogelijk zijn. Als men dan een nieuw burgerlijk huwelijk aangaat, dan moet de Kerk daar minstens de goede elementen in erkennen. Want we ervaren dat toch als iets goeds voor die twee mensen. Homoseksualiteit kan toch niets verkeerds zijn als mensen zich als zodanig ervaren en elkaar in een duurzame relatie gelukkig maken. Wij voelen dat zo en dan is het goed.
Het normale katholieke denken is “ontologisch” omdat het in een absolute God gelooft, die iedere uiteindelijke relativiteit onmogelijk maakt.  Het gaat uit van “wat is”, van Gods scheppingsorde (de natuurwet) en van de geboden die ons via zijn Woord worden gegeven en die aansluiten op die natuurwet. Daarin is een tweede huwelijk, terwijl het eerste nog bestaat, altijd (ook volgens het woord van Jezus) echtbreuk en overspel, een zonde die pas ophoudt als men zich bekeert en die zondige toestand achter zich laat. Terwijl die zonde voort bestaat kan men niet biechten en communiceren. Dat druist in tegen de zondige situatie waarin men leeft.
Ongehuwd samenwonen is in dat normale katholieke denken altijd doodzonde en verhindert biecht en communie tenzij men die zondige situatie opheft. Hetzelfde geldt voor homoseksuele relaties.
Bisschop Bonny heeft geen enkele boodschap aan “wat is”, aan het “objectieve”. Daarom kan hij zeggen dat het institutionele voor hem van geen belang is. Het gaat hem blijkbaar om vloeiende, relatieve “inhoudelijke waarden”.

- om niet in conflict te komen met de katholieke waarheid zoals het leergezag in de Kerk dat tot en met paus Benedictus heeft voorgehouden, probeert men een onderscheid te maken tussen leer en discipline alsof die niets met elkaar te maken zouden hebben. Als je de communie aan burgerlijk hertrouwden toestaat, ontkom je er niet aan dat je dan het tweede huwelijk op een of andere manier erkent en daarmee dus afbreuk doet aan de absolute onontbindbaarheid van het huwelijk die tot de katholieke leer hoort. Dat wordt dan een min of meer holle frase.

Het grote demasqué van de bisschoppen is begonnen en daarmee de openlijke binnenkerkelijke strijd voor de waarheid. Die strijd moet gevoerd worden zoals in de vierde eeuw tegen de Arianen en in de zestiende eeuw tegen de protestantse hervormers. Het gaat tenslotte niet om liberaal welbevinden maar om de redding van de zielen, de salus animarum.


29 december 2014



Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten