de Duitse volkskerk en haar bisschoppen
Bovenstaande titel heb ik heb ik aan onderstaand commentaar gegeven dat ik uit het Duits vertaald heb en vond op de website van kath.net. Het is van de hand van dr. Michael Schäfer

De tekenen werden de laatste tijd steeds duidelijker maar nu kan niemand er meer omheen: tenminste een gedeelte van het Duitse episcopaat heeft er geen zin meer in met het geloof van de Kerk tegen de stroom van de wereld in te zwemmen.

Volgens bisschop Ackermann van Trier is het “niet meer van deze tijd” een nieuw huwelijk na een scheiding als een voortdurende doodzonde aan te duiden. Hetzelfde is het geval met gepraktiseerde homoseksualiteit en voorechtelijke betrekkingen. Om het beeld te completeren komt hem het onderscheid tussen kunstmatige en natuurlijke geboorteregeling “op een of ander manier” kunstmatig voor.

Eén ding moet men daarbij de bisschop toegeven: hij schijnt zich gerealiseerd te hebben dat de toelating van hertrouwd gescheidenen tot de sacramenten niet kan plaats vinden zonder de katholieke leer over het huwelijk en daarmee de seksuele moraal in zijn geheel uit zijn voegen te lichten. Dat is altijd nog eerlijker dan de theologisch hulpeloze beweringen van veel van zijn ambtsbroeders (daaronder ook de scheidende voorzitter van de Duitse Bisschoppenconferentie*), dat het ene (de toelating tot de sacramenten) zou kunnen samengaan met het andere (het vasthouden aan de onontbindbaarheid van het huwelijk). Al onmiddellijk na het verschijnen van de “Freiburger Handreichung”** heeft een kerkjurist met vreugde vastgesteld dat door dit document voor het eerst seksuele betrekkingen buiten een geldig huwelijk moreel werden gelegitimeerd. De uitingen van bisschop Ackermann vallen samen met de presentatie van de Duitse antwoorden op de enquête die het Vaticaan als voorbereiding op de Bisschoppensynode wereldwijd verstuurd  heeft. Dit document wordt gekenmerkt door twee karakteristieke kenmerken: enerzijds de “meedogenloze” beschrijving van de feitelijke toestand (wat alledaagser gezegd: “geen hond houdt zich nog aan de katholieke huwelijksleer”) en anderzijds het volkomen ontbreken van enige zelfkritiek. Over het algemeen beschrijft het document de betreffende onderdelen van de uit de kerkbelasting betaalde pastoraal-apparatsjiks als voorbeeldig. De kwestie of bijvoorbeeld de jeugdpastoraal wel zo voorbeeldig zijn kan, als men tegelijkertijd moet toegeven dat praktisch geen enkel paar, dat gaat trouwen, tevoren niet “ad experimentum” samengewoond heeft, komt zelfs niet eens in de gedachten van de samenstellers op. In plaats daarvan wordt gezworen bij de normatieve werking van het feitelijke.

Tegelijk wordt verzwegen dat er - juist onder de jongeren - groepen en bewegingen zijn die de katholieke huwelijksleer en de daaruit voortvloeiende seksuele moraal wel degelijk serieus nemen. Met de getallen die men hier bijeen krijgt, kan men uiteraard geen volkskerk maken en dat schijnt het enige nog geldende dogma in het Duitse katholicisme te zijn: niet de eigen maatschappelijke marginaliteit te willen toegeven.

Dus gaat men dapper een andere weg: “Wij kunnen de katholieke leer niet helemaal veranderen maar wel criteria uitwerken aan de hand waarvan wij zeggen: in dit of dat concrete geval is het te verantwoorden”. Aan deze zin van bisschop Ackermann is alles fout: de visie op de kerkelijke leer als iets dat men (iedereen hoort daarin het “jammer genoeg”) niet helemaal kan veranderen, als zou deze leer volgens de eenstemmige mening van het 2de Vaticaans Concilie en het postconciliaire leergezag helemaal geen schat zijn. Maar ook de idee dat men met een nieuwe casuistiek het fundamentele probleem zou kunnen oplossen. Dat probleem bestaat in de visie van de wereld eenvoudigweg daarin dat men op enkele nog bestaande taboes na - niet meer bereid is de seksualiteit überhaupt nog als een plaats van mogelijke zonde te zien.

Daarom loopt ook de belangrijkste vooronderstelling van Ackermann - “we moeten het verantwoordelijkheidsbesef van de mensen versterken maar dan ook hun gewetensbeslissingen respecteren”- op niets uit. “De mensen” weigeren over het algemeen in zake seksualiteit een instantie te accepteren waarvoor ze hun concrete handelwijze en de daaruit voortvloeiende levenssituaties zouden moeten rechtvaardigen. Dit nog afgezien van het feit dat we voor de clichés “verantwoordelijkheidsbesef” en “gewetensbeslissing” graag eens vindplaatsen in het Nieuwe Testament genoemd kregen - taal van Jezus is dat duidelijk niet. De Heer is barmhartig en duidelijke tegelijk: “Ga heen en zondig niet meer”.

Wil men de gedachtegang van de bisschoppen begrijpen, dan ligt als interpretatiemodel de idee voor de hand dat men een leerstuk in de marge opgeeft om de kern te redden. Maar wat is deze kern met het oog op de levenspraktijk van de mensen? De zondagse eredienst bezoeken niet veel meer dan 10 % van de katholieken, de biecht is een randverschijnsel, de roepingen blijven op een dieptepunt steken. Hoe moeten we ons het kerkelijke leven dan voorstellen nadat de  “dingen in de marge” als hindernissen zijn opgeruimd? Iedereen doet wat hij wil, de Kerk “zegent in een mooie kleine viering” alles wat zich voor “verantwoordelijke gewetensbeslissing” uitgeeft. Wie de schrijver dezes van kwaadwillige overdrijving verdenkt, kan zich zelf in het DBK***-document overtuigen: “Ook de betekenis van zegeningen voor mensen in moeilijke levensomstandigheden moeten we - met een duidelijke afbakening van sacramentele vieringen - opnieuw overwegen”.

Dat er vanuit de frustratie over uitblijvende pastorale successen de wens ontstaat nog meer onderdelen van de kerkelijke leer over boord te werpen (van hoeveel heeft men zich in de laatste 50 jaar al geruisloos en stil ontdaan), is begrijpelijk. Maar het schip zal daardoor niet lichter worden en vlot getrokken worden. Integendeel: de nu ingeslagen weg zal - vermoedelijk en uiteraard ook hopelijk - niet de weg van de wereldkerk zijn. En we willen ons er nog maar liever geen voorstelling van maken wat het betekent als de bisschoppen op een dag van de Romeinse synode terugkomen en - vanuit het oogpunt van de synodale pressiegroepen en hun luidruchtige woordvoerders - met legen handen zullen staan.

Het zou beter en eerlijker zijn om de poging op te geven te doen alsof we nog een volkskerk zijn en maatschappelijke relevantie zouden hebben om dan met de inderdaad kleine groep, die de Kerk in Duitsland al lang is, werkelijk op weg te gaan.

Dr. Michael Schäfer was medewerker aan de Romano-Guardini-leerstoel van de LMU München en werkt tegenwoordig in de zakelijke leiding van een internationaal werkzaam manegement consulting bedrijf, dat in Stuttgart gevestigd is.
Zijn blog is www.summa-summarum.blogspot.de.



*  Aartsbisschop Robert Zollitsch (Freiburg)
** Pastorale richtlijnen van het aartsbisdom Freiburg waarin het deelnemen van hertrouwd gescheidenen onder bepaalde voorwaarden wordt toegestaan tegen de algemene praktijk van de Kerk in.
***Duitse Bisschoppen Conferentie

Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten