de doopsoap
Een volwassene mag alleen gedoopt worden als hij het geloof van de Kerk van harte onderschrijft en er blijk van geeft  dat hij aan het normale kerkelijke leven wil deelnemen.  Een catechumeen die voorbehouden maakt ten aanzien van het katholieke geloof of die in de praktijk ongehuwd samenwoont, kan en mag niet gedoopt worden.

Hoe zit het nu met de kinderdoop. Er zijn mensen die beweren: als het kind maar gedoopt is, dan is het tenminste kind van God. Maar wat heb je er aan je leven als kind van God te beginnen en dan in de opvoeding niet te leren wat het betekent kind van God te zijn en dus ook verder niet als kind van God te leven? Mij lijkt een heiden die heidens leeft beter dan een christen die heidens leeft. Van een heiden mag je verwachten dat hij als een heiden leeft, bij een christen toch niet. Als de priester kan inschatten, dat het perspectief van een kind dat men aanbiedt voor het doopsel  niet veel meer is dan een praktisch heidens leven, dan zou hij de doop moeten uitstellen tot de ouders een serieuzer christelijk leven leiden en hun kind daarin willen opvoeden. Was het vroeger wellicht zo, dat de christelijke opvoeding niet volledig van de ouders afhing, omdat de katholieke  school en de parochie massief in het leven van het kind aanwezig waren, nu is dat niet meer zo. De katholieke school is praktisch verdwenen en de parochie is voor de meeste kinderen geen levende realiteit meer. Daarom zal een pastoor bij de aanvrage van een doop hogere eisen moeten stellen aan de ouders die “beloven hun kinderen katholiek op te voeden”.  In feite gebeurt dat zelden. Want een pastoor kan in geweten na uitvoerig overleg de ouders voorstellen de doop van hun kind uit te stellen, maar dan gaan de ouders vrijwel altijd naar een andere pastoor die niet zoveel vragen stelt of die vindt dat het pastoraal is om iedere aanvraag te honoreren. Dan sta je daar als degene die moeilijk doet en het netto resultaat is hetzelfde als wanneer zonder veel vragen met een stichtend praatje het kind maar gauw doopt. Dan is iedereen tevreden. We hebben er nominaal weer een katholiek bij en dat is goed voor de statistieken in deze barre tijden. Met pastoraal die gericht moet zijn op het “salus animarum” (het heil van de zielen) heeft het niet veel te maken maar wie maalt daar nog om?

In toenemende mate zijn er bij ouders objectief aantoonbare situaties die  niet stroken met wat onder christelijk leven verstaan moet worden en die dus bepaald geen goed uitgangspunt zijn voor een christelijke opvoeding.
De meeste ouders van nu leven ongehuwd samen of zijn alleen voor de wet getrouwd. Nou zou je nog begrip kunnen hebben voor mensen die burgerlijk gescheiden zijn en daarom kerkelijk niet kunnen hertrouwen. Zij kunnen wel degelijk met de Kerk verbonden leven. Bieden zij een kind aan voor de doop, dan hoeft dat geen enkele probleem te zijn.
Anders ligt het met het merendeel van de huidige gevallen. Er is vaak geen enkel objectief obstakel voor een burgerlijk of een kerkelijk huwelijk. Ze willen ook wel bij elkaar blijven maar ze hebben geen behoefte aan een “boterbriefje”. Hieruit spreekt zo’n grote afstand  ten aanzien van wat de Kerk gelooft met betrekking tot een centraal punt van het kerkelijk leven dat je je in geweten kunt afvragen hoe het met de rest van het geloofsleven gesteld is en of er van een christelijke opvoeding wel iets terecht zal komen. Het is niet natuurlijk helemaal onmogelijk: als namelijk hun beider samenleven een wat ongelukkige uitzondering is in een verder katholiek leven waarin ze hun kind opvoeden.. Dit lijkt me echter meer  theorie dan praktijk.

Ik heb het meegemaakt dat ouders naar mij toekwamen en vroegen of hun kind in een privé plechtigheid gedoopt kon worden omdat hun situatie zo bijzonder was dat een gezamenlijke doop niet aangepast was. Zij deelden mij mee dat de zus van de moeder als draagmoeder had gefunctioneerd en dat ze die uit dankbaarheid tijdens die doopviering extra in het zonnetje wilden zetten. Ik heb daarop uitgelegd dat en waarom  de Kerk draagmoederschap als immoreel afwijst. Ik heb gezegd dat ik het kind wel wilde dopen als zij een katholiek opvoeding zouden beloven maar dat ik niet wilde dat er tijdens die viering aan draagmoederschap wordt gerefereerd. Ik heb toen verder niets meer vernomen.

Volgens de Brabantse pers zou de beoogd pastoor van Aalst de baby van een lesbisch stel (als je dat tenminste zo kunt zeggen) alleen maar hebben willen dopen in een private plechtigheid. Dit lijkt niet zo’n slechte oplossing als tenminste de echte wil aanwezig is het kind katholiek op te voeden, ondanks het feit dat ook hier op een belangrijk punt van het leven wordt afgeweken van de katholieke leer.  De beide vrouwen moeten toch beseffen dat de Kerk grote moeite heeft met hun relatie en met de wijze waarop het kind verwekt is.  De Kerk kan en mag niet aanvaarden dat de doop van het kind gebruikt zou worden om de relatie tussen beide vrouwen “kerkelijk te promoten”. Een low-profile viering lijkt daarom op zijn plaats. Bovendien zou men ermee akkoord moeten gaan dat niet beiden in het doopboek als ouders vermeld worden maar alleen de biologische moeder. De andere vrouw kan alleen als meter fungeren. Waarom die private viering voor de dames geen optie was en waarom ze naar een andere pastoor zijn gegaan die hen overigens ook vroeg geen ruchtbaarheid aan de zaak te geven, is mij niet bekend.

Wel is dit weer het zoveelste geval dat de pers/de publieke opinie de Kerk wil dwingen haar morele standpunten te herzien of minstens te verzwijgen. We hebben dat al gezien rond de “hostierel” in Reusel en de “euthansierel” in Liempde. Daar wordt nu de “lesbische dooprel van Aalst” aan toegevoegd en er zullen er ongetwijfeld nog meer volgen.

De Kerk krimpt. Dat is jammer maar ze zal verdwijnen als ze haar identiteit en moraal opgeeft. Dan wordt ze zouteloos zout, alleen maar waard om vertrapt te worden.

feest van Maria Koningin, 22 augustus 2012

Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten