Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten


Een vroegere medewerker van kardinaal Eijk in Groningen is het niet met de interventie van de kardinaal eens en meent daar den volke kond van te moeten doen middels een open brief. Er staan zoveel kerkelijke gemeenplaatsen en theologische platitudes in dat ik niet kan nalaten hierop te reageren, te meer omdat dit voor de kardinaal niet heel wel mogelijk is.

Geachte kardinaal, Beste Wim,
Ik ben een beetje verbaasd over je opiniestuk op internet. Daar jezelf het publieke domein
voor het debat hebt opgezocht, voel ik mij genoodzaakt dit ook te doen. Niet reageren zou deindruk kunnen wekken dat jouw stuk geen vragen oproept. Bij mij is dat echter wel het geval:

Het is natuurlijk interessant als je een kardinaal met de voornaam mag aanspreken maar het is niet bepaald chic om daar in het publiek mee te koketteren zoals de eerwaarde heer Vermaat doet.

1. De monnik Benedictus schrijft in zijn Regel dat als je het niet eens bent met je overste je
dat niet buiten de geloofsgemeenschap moet gaan rondbazuinen. Bij mijn weten is dit traditie! Sinds wanneer is het de gewoonte om je meerdere in het openbaar af te vallen?

Het publieke optreden van de paus, niet alleen in deze kwestie maar in talloze hieraan voorafgaand, roept zoveel vragen bij gelovigen op dat ze een kardinaal vragen om een duidelijk katholiek standpunt. Onlangs is er nog een groep katholieken geweest die in een open brief de bisschoppen nadrukkelijk gevraagd heeft duidelijkheid te verschaffen in de verwarring die de paus schept. Kardinaal Eijk doet alleen maar zijn plicht als herder door een duidelijk standpunt in te nemen. Daardoor worden trouwe gelovigen bemoedigd en in hun geloof gesterkt.

2. Leg je door je optreden geen tijdbom onder het gezag van de Kerk? Is het niet gebruikelijk dat priesters en anderen bij benoemingen of aan de vooravond van Witte Donderdag de eed van loyaliteit afleggen aan hun bisschop? Wat stelt dit voor als jezelf op deze wijze dieloyaliteit naar jouw bisschop (die van Rome) ondermijnt?

Het is niet de kardinaal die een tijdbom legt onder het gezag in de Kerk. Dat heeft de paus al lang gedaan: door zijn badinerende opmerkingen, door zijn uitlatingen (bv. over het niet bestaan van de hel en het ontkennen van de onsterfelijkheid van ziel) over geloofszaken; door “pastorale” oplossingen te suggereren die verregaande doctrinaire consequenties hebben die ingaan tegen de leer en de constante traditie van de Kerk. Een gezag dat zich niet verantwoordt, dat suggereert en manipuleert (zoals bij de gezinssynodes) is bezig zichzelf op te blazen.
Inderdaad leggen priesters en diakens bij hun wijding een belofte van gehoorzaamheid af aan de bisschop en bisschoppen een eed van trouw aan de paus. Maar dit is een gehoorzaamheid en een eed van trouw binnen de waarheid van het geloof. Als de bisschop tegen het van ouds aanvaarde geloof in handelt of spreekt, mag een priester hem niet gehoorzamen. Hetzelfde geldt voor een bisschop ten aanzien van de paus. Die heeft zelfs de plicht zich tegen een dergelijke paus te verzetten. En dat geldt zeker voor een kardinaal die nog een grotere verantwoordelijkheid voor heel de Kerk heeft.

3. Sinds wanneer is het traditie dat een bisschop zich bemoeit met het pastorale beleid van een andere kerkprovincie? Sinds wanneer is het de gewoonte om van buiten af een pastoraa proces te verstoren, dat nog gaande is? Zaai je hiermee geen twijfel en onrust? Is de pastorale richtlijn van de paus – probeer er samen uit te komen – niet heel duidelijk?

Natuurlijk bemoeit een bisschop zich niet met het pastorale beleid in een ander bisdom. Maar het gaat hier niet over het pastorale beleid van een ander bisdom. Het gaat hier over praktisch een heel land dat formeel ingaat tegen de regels van het canonieke recht die erop gericht zijn het geloof in de eucharistie en de band tussen eucharistie en kerkgemeenschap veilig te stellen. Dat is een doctrinaire kwestie met gevolgen “grensoverschrijdend” zijn. De praktijk leert immers dat het kwaad gemakkelijk aanvaard wordt en zich snel verspreidt.
De aanwijzing die de paus heeft gegeven houdt in dat er discussie zou moeten ontstaan over de leer rond de eucharistie en de Kerk. Een dergelijke discussie over een waarheid is in de katholieke Kerk onmogelijk. Het is juist de taak van de paus de leer duidelijk te verkondigen en te bevestigen in de wereldkerk en naar aanleiding van vragen hieromtrent duidelijk stelling te nemen. Het is dus de paus die (bewust?) twijfel en onrust zaait en het is de kardinaal die dit constateert en aanklaagt.

4. Is je inzet niet wat al te fors? Spreken over ‘een afdrijven in de richting van afvalligheid
van de waarheid’ komt bij mij over als een retorische overdrijving. Is dat je bedoeling?
Bovendien, wat versta je onder waarheid? Het waarheidsbegrip wordt inzake religie op vijf
verschillende wijzen gebruikt. Mijn vraag is, wat wil je hier eigenlijk zeggen?

We moeten ons niet bezig houden met sofismes rond het begrip waarheid. Die dienen er meestal alleen maar voor de echte waarheid monddood te maken. Waarheid is in dit geval de waarheid rond de eucharistie: de werkelijke en blijvende tegenwoordigheid van de Heer in de eucharistie, het offerkarakter van de Mis zoals de katholieke Kerk dat belijdt. Protestanten geloven daar niet in. Heel pijnlijk kwam dat weer tot uiting op de Katholikentag in Münster waar een Lutherse cabaretier die met een katholieke vrouw getrouwd is, de “ouwel” (Oblate) opeiste omdat hij er belasting voor betaalde. Voorts de waarheid dat deelname aan de eucharistie deelname aan de Kerk vooronderstelt. Voor de lutheranen is de zichtbare kerk van geen enkele betekenis voor het heil. Afdrijven van de oecumene in die richting is inderdaad een “afdrijven in de richting van afvalligheid van de waarheid”. Dit te meer daar het katholieke geloof moeilijker (maar ook mooier) en veeleisender dan de evangelische opvatting en daarom een degelijke bescherming verdient.

5. Is het niet de traditie van Christus om uit te zijn op vrede en verzoening? Een dergelijke
houding bespeur ik bij de pastorale aanpak van de paus. Alleen de leer herhalen lost de
pastorale nood niet op. Mag ik vragen hoe jij de pastorale nood, die er wel degelijk is,
tegemoet wilt treden? Is er geen sprake van een categoriefout door alleen maar de leer van de kerk de mensen in geval van nood voor te houden? Overigens hield Jezus niet, volgens het evangelie van Lucas, nog een laatste avondmaal met zijn verrader Judas? Is dat niet de dialoog blijven zoeken tot het uiterste? Is dat ook geen Heilige Schrift en Heilige Traditie?

Natuurlijk moeten we als christenen uit zijn op vrede en verzoening, maar niet ten koste van alles. Na zijn toespraak in de synagoge van Kafarnaüm waarin Jezus sprak over het eten van zijn vlees en het drinken van zijn bloed, lopen de meesten van zijn leerlingen weg. Jezus haalt ze niet “dialogerend” en “verzoenend”  terug. Integendeel: hij vraagt aan zijn apostelen: “wilt ook gij soms heengaan?” Als het over de waarheid gaat is het bij Jezus wel degelijk “slikken of stikken”. En dan de beroemde scene van de tempelreiniging. Niks vrede en verzoening. Om de eer van God en zijn heilige woning wordt Jezus gewelddadig. Mogen wij dan niet verontwaardigd worden als de eer van “de tempel van zijn lichaam” in de Kerk bedreigd wordt? En wat te denken van de uitspraak van Jezus, dat Hij geen vrede is komen brengen maar het zwaard. Dat betekent toch dat die vrede en verzoening geen doel op zichzelf zijn. Het gaat Jezus om de waarheid die Hij komt brengen. talloze teksten en uitspraken getuigen hiervan (lees anders nog maar eens het evangelie van afgelopen zondag, 7de zondag van Pasen b).
In de evangelies staat inderdaad dat Judas bij het Laatste Avondmaal was. Maar hoe lang? Alleen Johannes vermeldt dat hij voortijdig wegging. In de traditie van de Kerk is het altijd de opvatting geweest dat Judas niet bij de instelling van de eucharistie is geweest maar dat is geen geloofspunt.

6. Het begrip transsubstantiatie, waar jij je op beroept, is een middeleeuws begrip. Maar het substantiebegrip is in de loop van de tijd veranderd. Wat bedoel je precies met lichaam van Christus? En hoe verhoudt zich de aanwezigheid van Christus in het brood tot zijn feitelijke historische afwezigheid? Is het niet zinvoller om het debat over het substantiebegrip te heropenen dan om oude begrippen klakkeloos te herhalen? Of om het in gewoon Nederlands te zeggen: De substantie van brood blijft volgens het hedendaagse substantiebegrip gewoon brood. Alleen noemde de middeleeuwer wat wij nu substantie noemen, toen accidentalia. Een decreet van het concilie van Trente citeren is toch geen antwoord op een pastorale vraag van vijfeneenhalve eeuw later, of wel soms? Kortom, wordt het geen tijd de theologie te actualiseren, zodat gelovigen weten waar het over gaat?

Inderdaad is het begrip “transsubstantiatie” geen geloofspunt. Wel is de wezensverandering van brood en wijn een geloofspunt dat volgens het Concilie van Trente het best wordt uitgedrukt met het begrip “transsubstantiatie”. Sinds lang hebben theologen geprobeerd de theologie rond de eucharistie te “actualiseren”. Tijdens mijn theologieopleiding in de zestiger jaren werden wij geconfronteerd met de theorie van de “transfinalisatie” en de “transsignificatie”. Deze pogingen en vele andere zijn steeds onvoldoende gebleken en konden het geloofspunt van de eucharistie minder adequaat beschrijven dan het begrip transsubstantiatie. Met die pastorale nood valt het trouwens wel mee. Meestal is het eerder een neiging tot ongeloof en een poging iets van het verheven mysterie af te doen omdat men er niet goed in kan geloven. Iemand die de scholastieke begrippen niet verstaat (dat geldt toch zeker niet voor theologen?), hoeft niet lastig gevallen te worden met het begrip “transsubstantiatie”. Als kinderen begrepen wij de toenmalige catechismus volkomen: brood en wijn veranderen in het lichaam en bloed van Christus terwijl de uiterlijke tekenen van brood en wijn blijven bestaan. Is dat onbegrijpelijk? Nee. Wel moeilijk te geloven en daar zit hem de kneep.

7. Je citeert met name het Kerkelijk Wetboek en de Catechismus. Maar in die teksten staat
ook dat er anders gehandeld kan worden in geval van ernstige nood. Is het verengen van deze nood tot sterfgevallen, zoals jij doet, geen minimalistische interpretatie? Laat deze bepaling bovendien niet zien dat de leer, die jij zo helder noemt, niet zo helder is? Betekent het immers niet dat als er uitzonderingen mogelijk zijn, deze leer daarmee impliciet wordt gerelativeerd? Blijkt dat ook niet uit de praktijk? Zijn er niet altijd toenaderingspogingen geweest zoals bij de uitvaart van paus Johannes Paulus II op 8 april 2005 waarbij kardinaal Ratzinger, de latere paus Benedictus XVI, Roger Schutz, de calvinistische voorman van Taizé de communie gaf.

Na het Concilie, sinds het Wetboek van 1983, is de “communicatio in sacris” (intercommunie) die in de Kerk alle eeuwen door verboden is geweest, verruimd. Hierbij gelden een paar principes:
a. Als teken van of als poging tot eenheid mag het nooit. Intercommunie is geen weg tot eenheid maar een bekroning als de eenheid tot stand gekomen is. Dit heeft te maken met het feit dat de katholieke Kerk gelooft dat de “communie met de Heer” de “communio met de Kerk" veronderstelt. Het sacramentele en mystieke lichaam van Christus hebben met elkaar te maken.
b. In geval van persoonlijke geestelijke nood mag het soms. Het gaat dan over individuele gevallen waarbij de Codex stervensgevaar noemt waarbij geen bedienaar van de eigen denominatie te bereiken is. Bisschoppen kunnen eventueel andere individuele noodgevallen aangeven. Het is zeker niet de bedoeling dat er een algemene regel als de in Duitsland voorgestelde komt. Dat zou praktisch pastoraal zeker gaan uitdijen met alle gevolgen voor het sacrament van dien. Want een absolute voorwaarde is dat de betrokkene het geloof in de eucharistie van de katholieke Kerk (en dus ook het geloof in de Kerk) deelt. Als dat zo is buiten stervensgevaar, dan dient men tot de volle gemeenschap (communio) van de Kerk toe te treden.
c. Een derde principe in de regel is dat de kerk onderscheid maakt tussen Oosters-Orthodoxen, echte Kerken met een geldig ambt en geldige sacramenten, én kerkelijke gemeenschappen (protestanten) die geen geldig gewijd ambt en dus ook geen echte eucharistie hebben. De orthodoxen mogen bij ons te communie als er een geestelijke behoefte is en geen orthodoxe kerk in de buurt; wij mogen op dezelfde condities bij hen te communie, tenminste van onze Kerk. De orthodoxen zijn echter nog even restrictief als wij vroeger en laten ons niet toe. Katholieken mogen nooit en onder geen enkele omstandigheid aan protestantse avondmaal deelnemen omdat we dan zouden doen alsof we de geldigheid ervan erkennen.
Onder de regels zit zowel een pastorale bekommernis als een zorg voor de waarheid. Beide zijn nodig om de oecumene niet in gevaar te brengen. Het is nu al zo dat vanwege de vele overtredingen van de regels veel jonge priesters een afkeer hebben gekregen van de oecumene. Is dat wat men beoogt? Wat de betreft de communie van Roger Schutz wordt beweerd dat hij op dat moment reeds katholiek geworden was.


8. Hoort het ook niet tot de leer van de Kerk om niemand uit te sluiten? Zocht Jezus zelf niet juist de zondaars op? En is niet de zonde tegen de Heilige Geest – die waait waar Hij wil en blijkbaar ook onverwachte dingen kan initiëren – de enige die niet vergeven kan worden?

Dat hoort pertinent niet tot de leer van de Kerk. Weliswaar wordt iedereen zonder uitzondering uitgenodigd lid van de Kerk te zijn en als goede katholiek te leven. Als je dat doet ben je in communio met de Kerk en word je tot de sacramentele communio met de Heer uitgenodigd. Maar als je ernstig misdoet tegen Gods geboden (doodzonde), plaats je jezelf buiten de gemeenschap van de Kerk. Je bent dan uitgesloten van de communie. Dat is de vaste leer van de Kerk. Het kan ook zijn dat een bepaalde zonde zo ernstig is (bv abortus) dat er de kerkelijke straf van excommunicatie op staat. Je wordt dan buiten de Kerk gesloten tot je je bekeert. Ook iemand die hardnekkig een ketterij verkondigt of schisma veroorzaakt wordt geëxcomuniceerd, uit de gemeenschap buitengesloten.
Inderdaad waait de Heilige Geest waar Hij wil maar Hij waait nooit regelrecht tegen de Traditie van de Kerk in. Het is namelijk diezelfde Heilige Geest die nu inspireert en die de Traditie leidt.


9. Is je hartenkreet aan het eind van je schrijven, waarin je spreekt van godsdienstig bedrog
wel zakelijk? Is het niet verstandiger deze teksten in hun context te bekijken in plaats van ze te gebruiken als een emotionele uithaal naar paus en mede-bisschoppen?

Hoezo zijn de teksten uit hun context gehaald?

10. Tot slot, zijn de uitnodigingswoorden bij de communie niet ‘Zalig zij die genodigd zijn
aan de maaltijd des Heren’? Is dit niet het zogenaamd goddelijk passivum? Betekent dat niet dat het niet een bisschop is, maar uiteindelijk de Heer zelf die nodigt wie ter communie kunnen gaan? Hoort dat ook niet bij de Heilige Schrift en Heilige Traditie?
Het zijn maar wat vragen die jouw schrijven bij mij oproept.
Hartelijke groet
Peter Vermaat, oud-medewerker van Mgr. W.J. Eijk.

Ik geloof dat er geen enkele reden is te veronderstellen dat er sprake is van een goddelijk passivum in die zin dat God iedereen uitnodigt. Misschien wel dat God zalig prijst die genodigd zijn. Maar dat betekent niet dat iedereen genodigd is en ook niet dat God rechtstreeks uitnodigt. Christus heeft ons zijn Kerk gegeven om zijn werk in deze wereld voort te zetten. De Kerk is het sacrament van Christus heilzame aanwezigheid in de wereld. Door de Kerk nodigt Christus uit en het is de Kerk die de communie regelt, in Christus’naam.

NB Als ik zeg de Kerk, bedoel ik niet noodzakelijkerwijs de paus. Immers de paus is niet de Kerk. Hij de dienaar van de Kerk en moet doen wat de Kerk wil. Hij is gebonden aan de leer en de traditie van de Kerk. Trucjes uithalen door te te pas en te onpas te spreken van de verrassingen van de Heilige Geest veranderen daar niets aan.

C. Mennen pr
15 mei 2018


DIAKEN VERMAAT
NEEMT DE KARDINAAL
VERMETEN DE MAAT