de sacramenten
Christus is voor alle mensen van alle tijden bereikbaar via zijn Kerk. Zij is het sacrament van zijn aanwezigheid in de wereld. Sacrament wil dan zeggen een zichtbaar teken waaraan Christus zijn aanwezigheid onherroepelijk heeft verbonden. Het zichtbare teken is een georganiseerde gemeenschap van mensen onder leiding van mensen. Het is een gemeenschap met deels zwakke mensen. Toch is het tegelijkertijd zijn heilige Kerk die door de machten van het kwaad nooit zal worden overwonnen. Aan die Kerk heeft Christus zelf zijn voortdurende, als het op wezenlijke punten aankomt, onfeilbare bijstand beloofd. Hij heeft haar zijn Woord toevertrouwd en de sacramenten van zijn aanwezigheid.

Is de Kerk zelf al een sacrament, zij bestaat dankzij de sacramenten die haar opbouwen. Christus heeft zijn Kerk immers vieringen nagelaten waaraan Hij zijn werkzame aanwezigheid verbonden heeft. Sacramenten zijn uiterlijke tekenen (heilige gebaren verbonden met heilige woorden) door Christus zelf ingesteld die werkelijke de genade geven die de tekenen aanduiden. Bv is het uiterlijk teken bij de doop een afwassing, dan geeft de doop de genade van de afwassing van alle zonden.
Van deze bijzondere tekenen zijn er in de katholieke Kerk zeven.

Initiatiesacramenten

1. Doopsel

Dit is de poort tot de Kerk en tot alle andere sacramenten. Het is ook de poort tot het eeuwig leven. Voorwaarde voor het doopsel is het geloof in Christus. Het doopsel bestaat in drievoudige begieting met of onderdompeling in water terwijl gelijktijdig wordt gezegd: "Ik doop u in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest." In dit sacrament krijgt de dopeling deel aan het paasmysterie van Christus: al zijn zonden (erfzonde en persoonlijke zonden) worden afgewassen; hij krijgt deel aan het paasleven van de Heer; hij wordt lid van de heilige Kerk.

2. Vormsel

Dit is de bevestiging van het doopsel met de gave van de heilige Geest om als christen te kunnen leven. Bij volwassenen gebeurt dat meteen na het doopsel. Bij kinderen rond 12 jaar. Het sacrament bestaat in een handoplegging en zalving met chrisma(olie) terwijl de bedienaar zegt: "Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods."

3. De eucharistie

Dit is het centrale sacrament van de Kerk. Christus is met zijn persoon en met zijn heilswerk in dit sacrament aanwezig. Het centrale moment van de viering is dat de priester brood neemt en zegt: "Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt." Daarna neemt hij de kelk met wijn en zegt: "Neemt en drink allen hieruit want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond, dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken."
De katholieke Kerk gelooft dat brood en wijn werkelijk worden veranderd in het lichaam en Bloed van Christus. Dat de Heer dus onder uiterlijke tekenen van brood en wijn werkelijk aanwezig is. Bovendien gelooft de katholieke Kerk dat het kruisoffer van Christus waardoor wij verlost zijn, op het altaar in de kerk opnieuw wordt tegenwoordig gesteld. In de eucharistie brengt de Kerk het offer van Christus, van zijn lichaam en bloed, door de handen van de priester als de eredienst van het nieuwe verbond aan de Vader en als een krachtige voorbede voor het heil van levenden en doden.

Na het opdragen van het eucharistisch offer kunnen wij deelkrijgen aan het lichaam en bloed van Christus door de nuttiging, de communie waarin wij innig met Christus verbonden worden.

Bij de eucharistie maakt de Kerk onderscheid tussen het eucharistisch offer (het sacrament van het altaar) en de eucharistische maaltijd (de communie). Het deelnemen aan het eerste is een plicht voor iedere katholiek op zon- en feestdag. Het communiceren is niet verplicht, is alleen toegestaan als men geen groot kwaad heeft gedaan. De communie is slechts 1 keer per jaar in de paastijd echt verplicht waarvoor men dan behoort te biechten als men zich van groot kwaad bewust is.

De eucharistie is het hart van de Kerk en dient ook het hart van ieder gelovige te zijn. Bij een volwassene is de eerste communie tegelijk met het doopsel. Nij kinderen rond 7 jaar.

Sacramenten van herstel

4. Boete en verzoening (biecht)

Als de doopgenade door ernstige zonde is verspeeld, dan is er de redplank van de biecht om opnieuw met God verzoend te worden en weer deel te kunnen nemen aan het kerkelijk leven. Biechten kan men bij iedere priester (die daartoe de bevoegdheid bezit). Men dient spijt te hebben, zijn zonden (minstens alle grote afzonderlijk) te belijden en het boetewerk dat de priester oplegt te volbrengen. De priester zegt dan: "En nu ontsla ik u van uw zonden in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen."

5. De ziekenzalving.

Is iemand door ziekte of ouderdom in direct gevaar te sterven, dan dient hij of zijn omgeving een priester te roepen die hem de ziekenzalving toedient. Het is een zalving van hoofd en handen waarbij gebeden wordt om genezing.
Als het enigszins kan gaat de biecht aan de ziekenzalving vooraf en wordt ze gevolgd door de communie. Dan ben je zoals dat heet volledig bediend.

De sacramenten van de gemeenschap

6. Sacrament van de wijding

Christus blijft als herder in ons midden door het apostolisch ambt dat door handoplegging en gebed wordt overgedragen. Die wijding geeft de bevoegdheid in de Kerk namens Christus op te treden.
De volheid van het ambt is de wijding tot bisschop. Daarnaast zijn er twee helpers van de bisschop: de priesters en de diakens.

7. Het huwelijk.

Het huwelijk tussen twee gedoopten is altijd een sacrament, omdat het een levend teken is van de bruidsrelatie tussen Christus, de bruidegom en zijn bruid, de Kerk.

NB
De orthodoxe kerken van het Oosten kennen dezelfde sacramenten als de katholieke Kerk en deze sacramenten worden door de katholieke Kerk als geldig beschouwd. Dat komt omdat de katholieke Kerk hun wijdingen als geldig erkend

De protestantse gemeenschappen aanvaarden maar twee sacramenten: doop en avondmaal. Daarvan beschouwt de katholieke Kerk alleen de doop - indien juist toegediend - als geldig. Het avondmaal wordt niet als geldig beschouwd omdat het protestantisme geen geldig priesterschap bezit.

Wat betreft de Anglicanen: hun wijdingen zijn in de 19de eeuw door de paus ongeldig verklaard en daarmee erkennen niet de geldigheid van hun eucharistie.


Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

God

verlossing

openbaring

de uitersten

de Kerk

de sacramenten

het communiceren

de moraal

katholiek zijn

katholiek worden