Brief aan Tosatti:
“Ik ben bang dat we in het eind der tijden zijn.”


Marco Tosatti is een Vaticanist die 30 oktober 2017 een brief in zijn brievenbus vond. die ik u niet wil onthouden.

Beste vrienden, vijanden en alle andere lezers, vanmorgen dacht ik een vrije dag te zullen hebben. Toen kwam er een boodschap van “Hoge Ome” die mij, moet ik bekennen, de adem benam, vanwege de toon ervan en omdat ik weet dat “Hoge Ome” het allemaal heeft gezien en niet iemand is die gemakkelijk onder de indruk is. Lees maar……


Beste Tosatti,

Wat ik je deze keer ga schrijven, is niet bedoeld om je aan het lachen te maken. Ik ben niet alleen sprakeloos – want onderhand kan niets in dit pontificaat mij nog verbazen – maar deze keer ben ik bang.  De versnelling in de gebeurtenissen de laatste dagen is verrassend alsof dit pontificaat zich geconfronteerd ziet met een deadline en geen tijd meer wil verliezen met vriendelijkheden en diplomatie. Na een lange tijd waarin dingen gezegd werden die dubbelzinnig konden worden uitgelegd, hebben we nu uitspraken gekregen die geen interpretatie behoeven omdat het oorlogsverklaringen zijn tegen het katholieke geloof, tegen Jezus Christus, tegen de onbevlekte Maagd. Allereerst de uitingen van achting voor Maarten Luther (zeer onlangs van aartsbisschop Bruno Forte op 30 oktober), dan de verklaringen van een theoloog, die in de gunst staat bij de paus (Andrea Grillo), die uiteenzet (zonder dat hij door de Heilige Stoel gecorrigeerd wordt) dat “de transsubstantiatie geen dogma is”, verder de verrassende en verontrustende publieke terechtwijzing door de paus van kardinaal Sarah, en tenslotte de conferentie over de toenadering tussen de Kerk en de Vrijmetselarij (12 november in Syracuse) met grootmeester, een prelaat, en de bisschop van Noto. Het logo van deze bijeenkomst bestaat uit een ongeruste Christus met een kompas, het symbool van de Vrijmetselarij.

Jazeker, na de dingen die kardinaal (Gianfranco) Ravasi (voorzitter van de Pauselijke Raad voor de Cultuur) gezegd heeft over de noodzaak van toenadering tot onze “broeders in de vrijmetselarij”, hoeven we niet verbaasd te zijn, maar Ravasi is Ravasi, als hij geen Aramees of Oudgrieks spreekt en het is altijd mogelijk dat hij iets zegt zonder te begrijpen wat hij echt bedoelt…  Maar nu ben ik bang vooral door de snelle opeenvolging van gebeurtenissen, alsof we naar een deadline worden getrokken (die uit het visioen van Leo XIII? Van de profetieën van La Salette? Van de heilige Birgitta? Van Onze Lieve Vrouw van Akita? Van St. Vincentius Ferrer?

Wat moeten we als de volgende zet verwachten? Kunnen we ons voorstellen dat de volgende “toenadering” zal zijn tot de bekorende slang uit het boek Genesis aan wie we misschien excuses moeten aanbieden, “om recht te doen” aan haar “goede bedoelingen” dat zij namelijk kennis wilde brengen aan Adam en Eva? En zouden we bijgevolg de heilige aartsengel Michaël moeten terechtwijzen omdat hij haar uit het Paradijs gejaagd heeft? Moeten we misschien de allerheiligste maagd Maria vragen dat zij haar excuses aanbiedt omdat zij de kop van de slang verpletterd heeft? Of zelfs aan Jezus zelf vragen zich te verontschuldigen dat hij niet open geweest is bij de bekoring in de woestijn en geen multiculturele en pluralistische dialoog gehouden heeft met Satan die voor hen beiden van nut zou zijn geweest?

Beste Tosatti,
u zult het niet geloven maar ik begin echt bang te worden. Ik ben weer begonnen het exorcismegebed tot de heilige aartsengel Michaël te bidden, geschreven door paus Leo XIII (gebeden aan het eind van de Heilige Mis tot 1964 toen het om onverklaarbare redenen werd “gedeletet”). Ik vraag mezelf af of ik de kracht zal hebben actie te ondernemen zonder enige steun van mijn heilige Roomse katholieke en apostolische Kerk, nu ik eerder het gevoel heb dat zij zich van dag tot dag meer en meer stelt tegenover de evangeliën en de waarheid die zij zelf mij geleerd heeft. De kardinalen en bisschoppen die nog geloven in de waarheid van Christus moeten maar gauw iets doen! Ik vrees dat we in het eind van de tijden zijn, beste Tosatti.  Ik ben een “Hoge Ome” maar doodsbang….


In samenhang met het nieuws van de komende “conferentie van toenadering” is het niet zo gek de veroordeling van de Vrijmetselarij door Leo XIII in de encycliek Humanum genus van 20 april 1884, die nog steeds actueel is:

In onze dagen echter schijnen de aanhangers van de partij van het kwaad in onderlinge samenzwering tot een geweldige gezamenlijke krachtsinspanning te zijn overgegaan, op aandrijven en met de hulp van het wijdvertakte en stevig georganiseerde genootschap van de zgn. vrijmetselaars. Zij maken immers van hun plannen volstrekt geen geheim meer en hitsen elkander met de grootste brutaliteit tegen de majesteit van God op. Open en bloot beramen zij de ondergang van de heilige Kerk, en wel met de bedoeling, de christelijke volken zo mogelijk totaal te beroven van de weldaden, die onze Verlosser Jezus Christus hun gebracht heeft.
In diepe droefheid over dit kwaad voelen wij ons door de liefde, die ons hart beweegt, gedrongen, voortdurend tot God te roepen: "Zie, Uw vijanden maken gedruis, en die U haten steken het hoofd omhoog. Tegen Uw volk smeden zij een boos plan, en zij beraadslagen tegen Uw heiligen. Zij zeggen: komt laten wij hen verdelgen, dat zij geen volk meer zijn."
Bij zulk een dreigende, hachelijke toestand, bij zulk een gruwelijke, hardnekkige strijd tegen het christendom is het onze plicht op het gevaar opmerkzaam te maken, de tegenstanders aan te wijzen en hun listige plannen en tactiek zoveel wij vermogen te weerstaan, om te voorkomen, dat degenen, wier zaligheid ons is toevertrouwd, voor eeuwig verloren gaan, en om te maken, dat het rijk van Jezus Christus, welks verdediging wij op ons genomen hebben, niet alleen ongedeerd in stand blijve, maar door voortdurend nieuwe aanwas zich overal op aarde uitbreide.

In de nieuwe Codex van 1983 stond geen uitdrukkelijk verbod van lidmaatschap van de Vrijmetselarij meer. Om de verwarring die hierover ontstond een einde te maken verscheen de volgende verklaring

VERKLARING OVER DE VRIJMETSELARIJ
Gevraagd werd of het oordeel van de Kerk ten aanzien van de vrijmetselarij is gewijzigd door het feit dat zij in de nieuwe Codex van het kerkelijk recht niet uitdrukkelijk wordt vermeld zoals in de vorige
Codex.
Deze Congregatie is gemachtigd te antwoorden, dat deze situatie toe te schrijven is aan een redactionele norm welke ook voor andere eveneens niet vermelde organisaties is gevolgd in zover ze opgesloten liggen in bredere categorieën. Het negatieve oordeel van de Kerk ten aanzien van de vrijmetselaarsorganisaties blijft dus ongewijzigd, omdat hun beginselen altijd zijn beschouwd als onverzoenbaar met de leer van de Kerk, en het lidmaatschap blijft ongeoorloofd. De gelovigen die deel uitmaken van de vrijmetselaarsorganisaties zijn in staat van zware zonde en mogen niet tot de heilige Communie naderen. Aan plaatselijke kerkelijke overheden komt het niet toe zich over de aard van de vrijmetselaarsorganisaties uit te spreken met een oordeel dat afwijkt van hetgeen hierboven is vastgesteld en in de lijn ligt van de verklaring van deze heilige Congregatie van 17 februari 1981.

Paus Joannes Paulus II heeft tijdens de audiëntie aan de ondergetekende kardinaal-prefect verleend, deze verklaring goedgekeurd, waartoe in de gewone vergadering van deze heilige Congregatie werd besloten, en heeft de publicatie ervan bevolen.

Rome, vanuit de zetel van de Heilige Congregatie voor de Geloofsleer, 26 november 1983.

Joseph kard. Ratzinger,
prefect

Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten