Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten


In “The Making of Martin Luther”, stelt de wetenschapper van Cambridge, Richard Nex, dat 1518, en niet 1517, de werkelijke geboorte is van Luthers openbare profiel. Zijn 95 stellingen bereikten de ruimere Duitse markt in januari 1518. Hij schreef zijn instructies voor de biecht en zijn preek over de juiste voorbereiding van het hart op het ontvangen van de communie in de lente van hetzelfde jaar. De preek met name had al de vroege zaadjes in zich die later bij Luther leidde tot de regelrechte aanval op de katholieke sacramententheologie- feit dat kardinaal Thomas Cajetanus al had gevoeld toen hij Luther ontmoette en er bij hem op aandrong zijn meer problematische opvattingen te herroepen in Augsburg, oktober 1518. Luther weigerde. De rest van het verhaal is bekend.

Precies 500 jaar na Luthers preek is de communie weer onderwerp van debat in Duitsland. Dit keer voeren de bisschoppen zelf de polemiek. Kardinaal Reinhard Marx van München en andere Duitse bisschoppen willen protestantse echtgenoten van katholieken onder bepaalde voorwaarden te communie laten gaan, als zij maar “instemmen met het katholieke geloof in de eucharistie.” Kardinaal Rainer Wölki van Keulen en zes andere Duitse bisschoppen verzetten zich tegen deze poging. Zij hebben verheldering gezocht in Rome. Het Vaticaan echter heeft geweigerd tussenbeide te komen en de zaak naar de Duitse bisschoppen terugverwezen met de opdracht aan hun adres om op conferentieniveau tot overeenstemming te komen.

Het verhitte debat bereikte eerder deze maand een hoogtepunt op de nationale Duitse Katholiekendag. De president van het land, met een belangrijke televisiepersoonlijkheid en anderen kozen publiekelijk de kant van Marx. Kardinaal Marx betoogde dat “als iemand honger heeft en gelooft, hij toegang moet hebben tot de eucharistie. Dat moet onze passie zijn en ik zal dit niet opgeven.” Kardinaal Wölki was het er niet meer eens en zei dat “wie ‘ja’ zegt tegen de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de [katholieke] eucharistie” ook “natuurlijk ‘ja’ zegt tegen het pausdom en de hiërarchische structuur van de Kerk, en de verering van de heiligen, en veel, veel meer” – alles wat normaal in het protestantse geloof afgewezen wordt. Wölki benadrukte verder dat “wij [in Duitsland] een deel zijn van de universele Kerk. Er kan geen Duitse uitzonderingspositie zijn.” Als mensen zijn bisschoppen het vaak oneens. Interne meningsverschillen zijn er gewoon in iedere bisschoppenconferentie, en zij worden – en dat is geen verrassing – binnenskamers afgehandeld. Maar twee dingen maken de Duitse situatie uitzonderlijk: de wereldwijde aandacht voor de controverse en de leerstellige kern van het debat.

Wie de eucharistie kan ontvangen en wanneer en waarom, dat zijn geen louter Duitse kwesties. Als, zoals Vaticanum II heeft gezegd, de eucharistie de bron en het hoogtepunt is van ons leven als christenen en het zegel van onze katholieke eenheid, dan hebben de antwoorden op deze vragen gevolgen voor heel de Kerk. Zij belangen ons allen aan. En in dat licht geef ik de volgende punten om erover na te denken en erover te praten en ik spreek hier simpelweg als een van de vele diocesane bisschoppen:

1. Als de eucharistie werkelijk het teken van en het instrument tot de kerkelijke eenheid is, is het dan niet zo dat, als we de voorwaarden voor de communie veranderen, we in feite ook een nieuwe definitie geven van wie en wat de Kerk is?

2. Bedoeld of niet, het Duitse voorstel zal onvermijdelijk daartoe leiden. Het is het eerste stadium in het openstellen van de communie voor alle protestanten, of voor alle gedoopten omdat een huwelijk tenslotte geen unieke reden is om de communie aan niet-katholieken toe te staan.

3. De communie vooronderstelt gemeenschappelijk geloof en geloofsbelijdenis, met inbegrip van het bovennatuurlijk geloof in de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus Christus in de eucharistie, evenals in de zeven sacramenten die erkend zijn door de vaststaande traditie van de katholieke Kerk. Door dit feit te herzien aanvaardt het Duitse voorstel feitelijk een protestants idee van wat de Kerk is. Alleen de doop en een geloof in Christus lijken voldoende te zijn, niet geloof in het mysterie van het geloof zoals het verstaan wordt door de katholieke traditie en haar Concilies. Zal de protestantse echtgenoot moeten geloven in de heilige wijdingen zoals begrepen door de katholieke Kerk. Dit geloof is logisch verbonden met het geloof in de consecratie van het brood en de wijn in het lichaam en bloed van Christus? Of suggereren de Duitse bisschoppen dat het sacrament van de heilige wijding niet zou afhangen van de apostolische successie? Dan zouden we geconfronteerd worden met een nog veel grotere dwaling.

4. Het Duitse voorstel verbreekt de vitale verbinding tussen de communie en het sacrament van de biecht. Waarschijnlijk houdt het niet in dat protestantse echtgenoten ernstige zonden moeten gaan biechten ter voorbereiding van de communie. Maar dit is in tegenspraak met de van ouds aanwezige praktijk en de uitdrukkelijke leer van de katholieke Kerk, het Concilie van Trente, en de moderne Catechismus van de Katholieke Kerk maar ook van het gewone leergezag. In zijn uitwerkingen betekent het een protestantisering van de katholieke theologie van de sacramenten.

5. Als de leer van de Kerk ontkend of veranderd kan worden, zelfs een leer die vervat is in een conciliaire definitie (zoals in dit geval, van Trente), dan kunnen alle concilies historisch gerelativeerd en gewijzigd worden? Veel hedendaagse liberale protestanten zetten vraagtekens bij of verwerpen als historische ballast de leer over de godheid van Christus van het Concilie van Nicea. Zal van protestantse echtgenoten worden gevraagd te geloven in de godheid van Christus? Als zij moeten geloven in de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in het sacrament, waarom zouden ze dan niet het katholieke geloof in de heilige wijding of in het boetesacrament moeten delen? Als zij in dit alles geloven, waarom worden ze dan niet uitgenodigd katholiek te worden als een middel binnen te treden in de zichtbare volle gemeenschap (communio)?

6. Als protestanten worden uitgenodigd tot de katholieke communie, zullen katholieken dan nog steeds worden uitgesloten van de protestantse communie? Zo ja, waarom zouden wij uitgesloten zijn? Als ze niet uitgesloten zijn, wil dat dan niet zeggen dat de katholieke visie op de heilige wijdingen en de geldige eucharistische consecratie in feite foutief is, en als ze foutief is, wil dat dan niet zeggen dat de protestantse opvattingen waar zijn? Als intercommunie niet de bedoeling heeft te zeggen dat er een gelijkwaardigheid is in het katholieke en protestantse voltrekken van de eucharistie, dan misleidt de praktijk van de intercommunie de gelovigen. Is dit niet een handboekgeval van het “veroorzaken van schandaal”? En zal het niet door velen gezien worden als beleefde vorm van bedrog of van het achterhouden van een harde leer in de context van een oecumenische discussie? Eenheid kan niet worden gebouwd op een proces dat systematisch de waarheid van onze verschillen verdoezelt.

De kern van het Duitse intercommunievoorstel is dat er een deelnemen aan de heilige communie zou zijn zelfs als er geen echter kerkelijke eenheid is. Dat raakt aan het hart van de waarheid van het  sacrament van de eucharistie omdat vanuit haar eigen aard de eucharistie het lichaam van Christus is. En het “lichaam van Christus” is zowel de werkelijke en substantiële aanwezigheid van Christus onder de gedaanten van brood en wijn als ook de Kerk zelf, de communio (gemeenschap) van de gelovigen, verenigd met Christus, haar Hoofd. De eucharistie ontvangen betekent op een plechtige en publieke wijze verklaren voor God en zijn Kerk dat men in communio (gemeenschap) is zowel met Jezus als met de zichtbare gemeenschap die de eucharistie viert. Er bestaat dus een wezenlijke band tussen “in communio (gemeenschap) zijn” met een gemeenschap en “de communie ontvangen” in die gemeenschap. Deze werkelijkheden verwijzen naar elkaar.

Veel verenigt ons met de protestanten. Het tijdperk van de harde polemieken is voorbij en onder de zegeningen in mijn leven zijn de aanwezigheid en het voorbeeld van protestantse vrienden met een geweldige christelijke inborst, met een grote eruditie en toewijding aan het evangelie. Niets wat ik hier schrijf wil iets afdoen aan hun buitengewoon getuigenis. Maar het is ook waar dat belangrijke zaken ons nog steeds verdelen, en de zaken die ons scheiden zijn geen versteende formuleringen uit voorbije tijden. Onze scheiding is een wond in de eenheid van de christenen en is niet door God gewild; maar het is een realiteit die we dienen te erkennen. Bedrog plegen op het meest plechtige moment van iemands ontmoeting met Christus in de eucharistie – dat je namelijk zegt in je daden “ik ben in gemeenschap met deze gemeenschap” als men overduidelijk niet in gemeenschap is met die gemeenschap - is dat een leugen en dus een ernstige belediging van God.

In zijn encycliek Ecclesia de Eucharistia uit 2003 schreef Johannes Paulus II:

De viering van de eucharistie….. kan niet het beginpunt zijn van gemeenschap (communio); zij vooronderstelt dat die gemeenschap reeds bestaat, een gemeenschap die door de eucharistie wordt bevestigd en tot voltooiing gebracht. Het sacrament is een uitdrukking van deze band van gemeenschap zowel in haar onzichtbare dimensie, die ons, in Christus en door der werking van de Heilige Geest, verenigt met de Vader en met elkaar, alsook in haar zichtbare dimensie die gemeenschap met de leer van de apostelen, met de sacramenten en met de hiërarchische ordening van de Kerk inhoudt. De diepe relatie tussen de onzichtbare en de zichtbare elementen van de kerkelijke gemeenschap is constitutief voor de Kerk als het sacrament van het heil. Alleen in deze context kan er een wettige viering van de eucharistie en een waarachtige deelname eraan bestaan. Bij gevolg is het een wezenlijk vereiste voor de eucharistie dat zij wordt gevierd in gemeenschap en dat daarbij de verschillende banden van die gemeenschap ongerept bewaard zijn.

Wat in Duitsland gebeurt, zal niet in Duitsland blijven. De geschiedenis heeft ons deze les al eens geleerd.

Vertaling: C. Mennen pr
Maria Visitatie 2018
WAT GEBEURT ER IN DUITSLAND?

door Charles J. Chaput, aartsbisschop van Philadelphia