Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten


De kwestie van de betrekkingen van pater Jorge Bergoglio met het Argentijnse militaire regime, dat aan de macht was van 1976 tot 1983, werd behandeld door de journalist Horacio Verbitsky, die Bergoglio ervan beschuldigde dat hij opzettelijk twee van zijn priesters aan de autoriteiten had verraden, de paters Yorio en Yalics. De beschuldigingen werden genegeerd, voornamelijk vanwege Verbitsky’s marxistische en antiklerikale vooroordelen, en ik ben er hier niet op uit de feitenkwestie opnieuw te behandelen. Het is echter nuttig het verhaal dat Verbitsky vertelt, op basis van wat twee jezuïeten vertellen, te bestuderen voor de inkijk die het geeft in het karakter van Bergoglio.
Hier volgt een samenvatting van een artikel dat door Horacio Verbitsky gepubliceerd werd in Salta op 12 april 2010 toen Bergoglio kardinaal-aartsbisschop was van Buenos Aires. De titel is: “Mentiras y Calumnias. Acusaciones de Yorio y Jalics contra el Cardenal Bergoglio”. – Leugen en laster. Beschuldigingen van Yorio en Yalic tegen kardinaal Bergoglio ».
De achtergrond van het verhaal is het volgende: in 1976, toen pater Jorge Bergoglio provinciaal van de jezuïeten was zorgde een staatsgreep voor een dictatuur in Argentinië. Twee van pater Bergoglio’s onderdanen, pater Orlando Yorio en pater Francisco Yalics, waren linkse priesters die een missie volbrachten in de sloppenwijken van het land waar in de eerste dagen van dit regime terroristische acties plaats vonden. Zij werden ontvoerd door het leger en gemarteld voor ze werden vrijgelaten. In 1995 na de val van het militaire regime schreef pater Jalics een boek, Ejercicios de meditación, waar hij stevige beschuldigingen uitte aan het adres van Bergoglio zonder hem openlijk te noemen. Als achtergrond voor zijn arrestatie vertelt hij dat als linkse priesters in de sloppenwijken werkten, sympatisanten van het regime hen wilden aangeven als terroristen.
“Bovendien wisten wij uit welke hoek de wind waaide en wie verantwoordelijk was voor deze laster. Ik ging daarom naar de persoon in kwestie toe om met hem te spreken en ik legde hem uit dat hij met onze levens speelde. Hij beloofde mij dat hij de militairen zou laten weten dat wij geen terroristen waren. Door latere verklaringen van een officier en door dertig documenten waartoe wij vervolgens toegang hadden waren wij in staat zonder de minste twijfel te ontdekken dat die man zijn woord niet had gehouden maar een tegendeel een valse aangifte bij het leger had gedaan.”
In een ander deel van het boek voegt Jalics eraan toe dat die persoon “zijn laster geloofwaardig maakte door het gebruik van zijn gezag” en “getuigde bij de officieren die ons hadden ontvoerd dat wij hadden gewerkt op het terrein van de terroristische actie. Kort tevoren had ik die persoon verteld dat hij met onze levens speelde. Hij moet er zich dus van bewust zijn geweest dat hij ons een zekere dood in stuurde met zijn verklaringen.”
Voor de identificatie van die anonieme persoon verwees Verbitsky naar een brief die pater Orlando Yorio in november 1977, direct na de gebeurtenissen, schreef aan pater Moura, de assistent van de generaal van de Sociëteit in Rome. Yorio’s verhaal is duidelijk parallel aan het verhaal van Yalics. Hij vertelt dat pater Bergoglio als provinciaal hem in een gesprek vertelde dat hij ongunstige berichten over hem had ontvangen en hij noemde de drie volgende jezuïeten: de paters Oliva, Vicentini en Scannone als de bron van die berichten. Echter toen pater Yorio met de drie sprak, vertelden zij hem dat zij niet hun mening hadden gegeven in zijn nadeel maar in zijn voordeel. Yorio zegt in zijn brief dat pater Bergoglio had beloofd dat hij de geruchten binnen de Sociëteit van Jezus zou aanpakken en dat hij met het leger zou spreken om hen te overtuigen van de onschuld van de paters Yorio en Jalics, maar als provinciaal deed hij niets om hen te verdedigen en “wij begonnen te twijfelen aan zijn oprechtheid”. Yorio beweert dat pater Bergoglio hem jarenlang onderworpen heeft aan geheime pesterijen, terwijl hij nooit openlijk beschuldigingen tegen hem uitte. Hij gaf altijd de schuld ervan aan andere priesters of bisschoppen. Deze geestelijken ontkenden dergelijke beschuldigingen als ze ermee geconfronteerd werden.
Volgens Yorio had pater Bergoglio hem en pater Yalics een werk van drie jaar toegezegd in het district van Bajo Flores, maar tegen aartsbisschop Juan Carlos Aramburu verklaarde Bergoglio dat zij er waren zonder zijn toestemming. Dit werd hen verteld door pater Rodolfo Ricciardelli die het van aartsbisschop Aramburu zelf gehoord had. Pater Yorio vroeg pater Bergoglio om opheldering maar deze antwoordde dat aartsbisschop Aramburu een leugenaar was.

Wat er gebeurde rond hun ontvoering door de militaire autoriteiten wordt door de paters Yorio en Jalics als volgt uitgelegd: pater Bergoglio adviseerde hen,  als ze ze de Sociëteit van Jezus hadden verlaten, de bisschop Morón, Miguel Raspanti, te bezoeken in wiens bisdom zij misschien hun priesterschap en hun leven zou kunnen behouden. Hij bood hen aan een gunstig bericht te sturen zodat ze geaccepteerd zouden worden. Maar de paters Yorio en Jarics hoorden van de vicaris-generaal en diverse priesters van het bisdom Morón dat de brief van pater Bergoglio aan bisschop Raspanti beschuldigingen bevatte “genoeg om duidelijk te maken dat wij het priesterschap niet verder zouden mogen uitoefenen”. In antwoord aan pater Yorio verklaarde de provinciaal: “Het is niet waar. Mijn bericht was gunstig. Het probleem is dat Raspanti een oude man is en soms wat verward”. Toch herhaalde Bergoglio zijn beschuldigingen aan bisschop Raspanti in een latere ontmoeting die hij met hem had, zoals bisschop Raspanti zelf vertelde aan een andere priester van Bajo Flores, de eerwaarde heer Dourrón. Pater Yorio confronteerde Bergoglio hiermee opnieuw en dit keer antwoordde de provinciaal: “Raspanti zegt dat zijn priesters bezwaar hebben tegen jullie komst naar het diocees”.

Toen werd als alternatief voorgesteld dat de paters Yorio en Jalics zich zouden aansluiten bij een pastoraal team in het aartsbisdom Buenos Aires. De teamleider legde zit voor aan aartsbisschop Aramburu en diens antwoord was: “onmogelijk. Er bestaan zeer ernstige beschuldigingen tegen hen. Ik wil ze zelfs niet zien”. Een van de priesters van het team klaagde bij de bisschoppelijk vicaris van het district Flores, de eerwaarde heer Serra. Deze antwoordde: “De beschuldigingen komen van de provinciaal” en hij vertelde pater Yorio dat hij niet langer de bevoegdheid had zijn priesterschap in het aartsbisdom uit te oefenen omdat de provinciaal  hem had gezegd dat hij bezig was de Sociëteit van Jezus te verlaten. Toen hij hierover werd bevraagd, antwoordde Bergoglio: “Zij hadden die bevoegdheid niet hoeven intrekken. Dat is de schuld van Aramburu. Ik geef jullie verlof privé Mis te lezen tot jullie een bisschop gevonden hebben”.

Een laatste poging om een bisschop te vinden die de twee priesters zou willen incardineren, werd ondernomen door rev. Eduardo González. Hij benaderde in mei 1976 de aartsbisschop van Santa Fe, Vincente Zazpe. De aartsbisschop antwoordde: “Het is niet mogelijk hen op te nemen omdat de provinciaal zegt dat hij hen uit de Sociëteit van Jezus wegstuurt.” Daarenboven stuurde het pastorale team een protestbrief naar pater Begoglio met afschift naar aartsbisschop Aramburu, bisschop Raspanti en de nuntius, Pio Laghi, maar zij kregen hierop geen antwoord.
Enkele dagen later werden de paters Yorio en Jalics ontvoerd en gemarteld door de militairen. Later werden zij vrijgelaten na onderhandeling en een overeenkomst tussen de regering en de Kerk. Toen was er sprake van hen uit het land te krijgen. Pater Bergoglio, als provinciaal van de jezuïeten, wilde hen niet naar Rome sturen. Pater Yorio schuilde bij een religieuze, Norma Gorriarán, totdat pater Bergoglio haar vroeg te vertellen waar pater Yorio was, zogenaamd om hem te beschermen. Zuster Gorriarán was daarvan niet overtuigd en weigerde iets te zeggen. Bergoglio, zo vertelt zij, “trilde van woede dat een onbetekenende non zich tegen hem verzette. Hij wees met zijn vinger naar mij en zei: “U bent verantwoordelijk voor alle risico’s die Orlando loopt waar hij ook moge zijn.” Uiteindelijk kreeg de nuntius papieren voor pater Yorio en pater Bergoglio keurden de betaling voor zijn reis naar Rome goed.

In Rome aangekomen hoorde pater Yorio van pater Gaviña, de secretaris van de generaal van de jezuïeten, het nieuws dat hij uit de Sociëteit van Jezus was gezet en ook dat de reden waarom hij en pater Jalics door het leger gevangen ware genomen, was dat de Argentijnse regering door hun religieuze oversten was geïnformeerd dat minstens één van hen een guerillastrijder was. Deze informatie kwam van de Argentijnse ambassadeur, die dit schriftelijk bevestigde. Met betrekking tot pater Jalics verklaarde hij dat na zijn bevrijding uit de gevangenis pater Bergoglio zich verzette tegen zijn verdere verblijf in Argentinië en dat hij sprak met de bisschoppen dat ze hem niet als priester in hun bisdom zouden accepteren. Pater Jalics deed hiervan jaren later verslag, toen Bergoglio bisschop en aartsbisschop geworden was en hij beweerde dat Bergoglio probeerde hem te zoeken en met hem te praten; als deel van een witwasoperatie was hij precies op tijd.
Aan Verbitsky werd ook informatie verschaft door de broer van pater Yorio, Rudolfo, die de schrijver uit eigen kennis kon vertellen dat pater Bergoglio contacten had met het militaire regime. Hij herinnerde zich een vergadering met de provinciaal die hem zei dat hij op het punt stond bezoek te krijgen van het leger en nadat zij het huis verlaten hadden, zagen zij een auto komen aanrijden bij de deur en drie officieren uitstappen. Rodolfo Yorio voegde eraan toe dat pater Bergoglio deze contacten soms gebruikte om mensen te beschermen: “Ik ken mensen die hij geholpen heeft. Dat laat zijn twee gezichten zien en zijn hechte band met het militaire gezag. Zijn manier van omgaan met dubbelheid is meesterlijk. Als ze gedood waren, was hij hen kwijt geweest, als zij gered waren, was hij degene die hen gered had. Daarom zijn er mensen die hem beschouwen als een heilige en anderen die doodsbang voor hem zijn.”

Ik ben begonnen te zeggen dat het niet mijn bedoeling is na te gaan of pater Bergoglio de paters Yorio en Jalics echt heeft verraden aan het militaire regime. Men is het algemeen over eens dat Verbitsky zijn beschuldigingen niet heeft bewezen hoewel ze ook niet definitief ontzenuwd zijn. Waar het mij hier om gaat is het beeld van Bergoglio’s karakter dat uit bovenstaand verhaal naar voren komt. Een politiek gemotiveerde beschuldiging dat hij collaboreerde met het militaire regime zou men gemakkelijk kunnen verzinnen, maar het zou moeilijk zijn uit het niets een diepgaande indruk van dubbelheid en de beschuldigingen en tegenbeschuldigingen van leugenachtigheid te verzinnen die het verhaal van de paters Yorio en Jalics kenmerken. Bovendien komen zij nauw overeen met de verhalen over Bergoglio die uit andere bronnen komen. De gelovigen van de Kerk worden dus uitgedaagd om de mogelijkheid te overwegen dat zij als paus iemand hebben die tekortschiet in de maatstaven van integriteit die wij gewoon zijn aan te nemen in dit ambt en die een zorgvuldige en succesvolle witwascampagne heef doorgevoerd om zich te presenteren als een heldere spirituele figuur, allereerst aan he Argentijnse publiek en toen aan de wereld als geheel.


Vertaling: C. Mennen pr
TWEE PRIESTERS IN DE GEVANGENIS
EEN VREEMDE GESCHIEDENIS
UIT DE DAGEN VAN PAUS FRANCISCUS IN BUENOS AIRES


 
Onderstaande beschouwing over het karakter van de huidige paus werd op 23 juli 2018 geschreven door Henry Sire, een Britse historicus en auteur van het spraakmakende boek The Dictaor Pope dat dit jaar nog in het Nederlands zal verschijnen.