Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten



Twee verklaringen verschenen in het weekend uit het Vaticaan, eigenlijk tijdens een pauze in de Synode in verband met het onderhouden van de zondag. Allebei gingen ze over het geval McCarrick en waren deels een reactie op de voortdurende aanwezigheid van deze kwestie en – indirect – van ander misbruikgevallen in de synodale gesprekken over de Kerk en de jeugd. Dat is een noodzaak geworden omdat, zoals de aartsbisschop van Sydney, Anthony Fisher, het vorige week stelde, veel mensen geschaad waren en hun vertrouwen hebben verloten toen ze jong waren; en “de Kerk moet de veiligst mogelijke plaats voor iemand zijn”.
De twee nieuwe documenten echter laten ruimte voor twijfel of Rome wel begrijpt wat er voor veel mensen moet gebeuren voordat zij erop vertrouwen dat de Kerk die stappen zal zetten die nodig zijn om te zorgen dat het werkelijk gebeurt. (Bovendien hebben kardinaal DiNardo en aartsbisschop Gomez, voorzitter en vicevoorzitter van de Bisschoppenconferentie van de VS, vandaag een ontmoeting met de paus. De nieuwe documenten lijken mede gepland om die ontmoeting in een bepaalde context te plaatsen.)
De eerste tekst kwam zaterdag als een kort officieel bericht van de Heilige Stoel en stelde dat de paus Franciscus zich bewust was van de verwarring onder de gelovigen sinds de onthullingen over McCarrick en dat hij wilde dat zij kennis zouden hebben van de diverse stadia van onderzoek. Toen toenemend bewijs vanuit het aartsbisdom New York kwam, aanvaardde de heilige vader het terugtreden van McCarrick uit het College van kardinalen “en verbood hem publiek dienstwerk uit te oefenen, en verplichtte hem tot een leven van gebed en boete”. De meeste katholieken wisten dit al.
Verder: “de heilige vader heeft besloten dat informatie die verzameld is tijdens het voorlopig onderzoek zal worden gecombineerd met een verdere diepgaander studie over de totale documentatie die in de archieven van de dicasteries en bureaus van Heilige Stoel aanwezig zijn met betrekking tot de voormalige kardinaal McCarrick; dit om alle relevante feiten te achterhalen, hen te plaatsen in de historische context en hen objectief te evalueren”. De paus gaf toe dat dit onderzoek zou kunnen onthullen dat in het verleden bepaalde besluiten genomen zijn op een manier die wij nu niet zouden kiezen, maar dat “Wij het pad van de waarheid zullen volgen waarheen het mag leiden”.
Dit is eigenlijk zoals het moet zijn – behalve één ding. Heeft de paus nu pas besloten dat de “totale documentatie” in de archieven bestudeerd moeten worden samen met de recente beschuldigingen? Wij weten dat het Vaticaan frustrerend langzaam is in zulke zaken. Maar McCarrick trad eind juli terug. Wij zijn nu net in oktober. Duurt het voor een moderne paus zo lang te beslissen – of het besluit aan te kondigen – dat de archieven daadwerkelijk worden onderzocht? En we zijn nog 5 maanden verwijderd van de vergadering met de voorzitters van de nationale bisschoppenconferenties  die paus Franciscus heeft opgeroepen de misbruikcrisis wereldwijd aan te pakken.. Er lijkt, om het zacht uit te drukken, geen gevoel van urgentie te zijn in het Vaticaan over deze en andere zaken.
Dit is geen muggenzifterij. We leven in een tijd van  directe communicatie. Een lange tijd zag het eruit alsof Rome niet veel meer ging doen dan het gewoonlijk doet – en dat lijkt op het oog jammerlijk onvoldoende – zelfs na het verrassend getuigenis van aartsbisschop Carlo Maria Viganò. Dat getuigenis beweerde dat de paus van McCarrick heeft geweten sinds kort na zijn verkiezing in 2013. Daarom, “in dit uiterst dramatische ogenblik voor de universele Kerk…… moet paus Franciscus de eerste zijn om het goede voorbeeld te geven voor de kardinalen en bisschoppen die het misbruik van McCarricvk toedekten, en moet hij aftreden samen te de rest van hen.”
En dat brengt ons bij het tweede document, gisteren gepubliceerd door kardinaal Marc Ouellet, prefect van de Congregatie voor de Bisschoppen. Ouellet publiceerde een brief gericht aan Viganò; het ziet ernaar uit dat de paus zelf hem niet zal antwoorden.

*

Door Viganò’s beschuldigingen “onbegrijpelijk en uiterst verwerpelijk” te noemen, zei Ouellet botweg: “Ik zeg je ronduit dat als je paus Franciscus ervan beschuldigt dat hij willens en wetens de zaak van een vermeende seksuele misbruiker heeft toegedekt en daarom medeplichtig is geweest aan het bederf dat zich door de Kerk heeft verspreid,  en dat je zover gaat dat je hem onwaardig acht als eerste herder van de Kerk met zijn hervorming door te gaan, dat dit, hoe je het ook beziet, ongelooflijk en onwaarschijnlijk is.”
Ouellet was er zelf door Viganò van beschuldigd dat hij van McCarrick had geweten en er niet echt iets over gezegd had. Daarom kunnen zijn beweringen niet helemaal onbevooroordeeld zijn. En hij lijkt zijn eigen verdediging te verzwakken door toe te geven dat hij wist van de beperkingen voor McCarrick van de kant van paus Benedictus maar dat dit geen formele “sancties” waren die Franciscus dan heeft opgeheven, zoals Viganò ze heeft gekarakteriseerd.
Dat is vanaf het begin een serieus strijdpunt geweest en sommigen – onder wie de schrijver dezes – hebben zich afgevraagd wat de status van deze beperkingen waren en welke versoepeling ervan zou hebben plaats gevonden. Emeritus paus Benedictus heeft zelf in het publiek gezegd dat hij zich de precieze aard ervan niet herinnerde.
Niettemin bevestigt dit alles dat Viganò helemaal gelijk heeft op tenminste één belangrijk punt: veel mensen, inclusief de paus wisten dat het wangedrag van McCarrick ernstig genoeg was om hem met nadruk te zeggen dat hij teruggetrokken in Washington moest leven en niet in het openbaar mocht verschijnen. Hij negeerde deze beperkingen natuurlijk; zelfs openlijker – zoals veel waarnemers hebben opgemerkt – na de verkiezing van Jorge Bergoglio.
Ouellet zegt dat er geen documenten zijn in de archieven van de Congregatie voor de Bisschoppen die formeel sancties opleggen aan McCarrick, omdat zij toen niet zoveel bewijs hadden als nu. Maar dat in zichzelf toont een ernstig mankement: was niemand voldoende geïnteresseerd in slachtoffers uit het verleden en de mogelijke slachtoffers in de toekomst dat zij niet het initiatief namen verder te kijken?
Zelfs Ouellet zegt in het vuur van zijn berisping van Viganò dat hij erover verbaasd is hoe McCarrick kardinaal-aartsbisschop van een belangrijke stad als Washington kon worden, gegeven al wat er al in zijn dossier stond. En, zegt hij, dat is onderzoek waard.
Maar ook hier doet het verlies aan vertrouwen in het systeem enige twijfel rijzen. Wij weten dat McCarrick niet hoog op de lijst van kandidaten stond om aartsbisschop van Washington te worden. Is er in het dossier McCarrick in de Congregatie voor de Bisschoppen niets te vinden over hoe hij over een dozijn betere kandidaten heen sprong? Viganò suggereert dat de laatste jaren twee homoseksuele adviseurs het gewone proces voor bisschopsbenoemingen hebben omzeild. Als decennia geleden McCarrick even machtige beschermheren in het Vaticaan had, dan moet daar zeker een of ander notitie van zijn van wanneer en waar zij tussenbeide zijn gekomen. En hoe dat twijfels werden omzeild. Je voelt dat Ouellet een niet compleet verhaal heeft verteld over de dossiers en wat zij aangeven. En dat alleen een meer open onafhankelijke toetsing van de hele zaak verschillende vragen zal oplossen en – laten we hopen – het vertrouwen zal herstellen.
De Heilige Stoel lijdt op het moment onder een serieus gebrek aan vertrouwen, deels verdiend, deels niet. Maar het bestaat en er moet iets aan gedaan worden, anders wordt het nog erger. We hebben pas de scherpe kritiek gezien van veel waarnemers op de overeenkomst tussen het Vaticaan en China – zo scherp dat kardinaal Zen een beroep heeft gedaan op kardinaal Parolin, de staatssecretaris van het Vaticaan (en de persoon die verantwoordelijk is voor de details van de overeenkomst) om af te treden vanwege zijn verraad van de ondergrondse Kerk van China.
In een zo korte periode heeft een aartsbisschop (Viganò) een paus opgeroepen om af te treden en een kardinaal (Zen) een andere kardinaal (Parolin) om af te treden. Dat is in de moderne tijden nog nooit gebeurd. Is het een wonder dat jonge mensen vaak in de war zijn en onzeker of de Kerk hun vertrouwen wel waard is?

Vertaling: C. Mennen pr
8 oktober 2018

Twee nieuwe verklaringen en het gebrek aan vertrouwen in de Kerk

Robert Royal