Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten


Hetzelfde geldt voor een onderwerp dat er nauw verband mee onderhoudt: het huwelijk. Ik heb enkele maanden geleden een publieke discussie gehad met een van onze andere bisschoppen en het thema van het debat was de Kerk onder paus Franciscus. Als een ondertekenaar van de correctio filialis afgelopen zomer (wat ervoor heeft gezorgd dat ik mijn andere baan heb verloren, aan het Institut d’ Études Théologiques van de jezuïten in Brussel, want zoals u weet is “barmhartigheid” nogal hardhandig dezer dagen – en er zijn er enkelen onder ons hier die dit onlangs hebben meegemaakt), raakte ik kennelijk het gevoelige onderwerp aan waar het om gaat. De vraag die ik stelde was glashelder: is het, ja of nee, toelaatbaar dat gescheiden mensen de heilige eucharistie ontvangen terwijl ze blijven slapen met hun nieuwe partner, dat wil zeggen: seksueel actief blijven buiten he huwelijk? Onze goede bisschop weigerde ronduit een rechtstreeks antwoord te geven; en het beste dat ik uit hem kon krijgen was, en ik citeer: “Wie ben ik om te oordelen? Wie ben ik om te weigeren de communie te geven aan iemand die haar wil ontvangen?” Hij voegde eraan toe dat hij hen zelf geen toelating zou geven de eucharistie te ontvangen maar dat hij het moest doen met ieders persoonlijke beslissing, omdat en ik citeer opnieuw: “de Hostie er niet alleen voor de volmaakte is, maar ook voor de zondaar, zelfs als hij in staat van ernstige zonde zou zijn.” Dat zijn zijn precieze woorden.

Dit is pure sofisterij! Wat is het volgende? Misschien dit: “Ik wil godslastering niet aanmoedigen, maar ik zal me niet verzetten tegen hen die in geweten geloven dat zij een godslastering mogen uiten?” Of misschien dit: “Ik geef geen verlof vrouwen te verkrachten, maar als u tot de conclusie komt dat u dat mag, wie ben ik dan om te oordelen en me tegen u te verzetten?” Wie bent u eigenlijk, als u geen opvolger van de apostelen bent? En toen kwam de onvermijdelijke mantra van de “begeleiding” en de “onderscheiding” van de wil van de Heer. Er is hier niets te onderscheiden! godslastering is verkeerd, en hetzelfde geldt voor verkrachting, punt uit. En men moet er zich stevig tegen verzetten wat het ook kost. Mensen die seksueel actief zijn buiten het huwelijk zijn in een objectieve staat van doodzonde waardoor ze geen toelating kunnen krijgen tot de communie tenzij ze berouw hebben. Daar is verder niets te onderscheiden tenzij je erop bent een zedelijke ziekte te verspreiden. Vandaar een gezegde van het personage in een oud Frans toneelstuk:

Mais je sais encore mieux qu’ un aveugle clémence,
loin d’arrêtter le crime, en nourit la licence.

“Maar ik weet beter dat blinde toegeeflijkheid het kwade niet stopt; in plaats daarvan zal het de misdaad vrij baan geven.”(Crebillon, La Triumvirat, akte II, scene 1. )
Terwijl ze bezeten zijn van het idee iemands “gevoeligheid” niet te kwetsen, kwetsen ze de gevoelens van katholieken die proberen met Gods hulp te leven volgens de onveranderlijke leer van de Kerk. Ze vervagen alles met hun eindeloze nuances en vergeten het woord van de Heer: “” Laat uw ja ja zijn en uw neen neen; en al het andere is uit den boze.”(Mt. 5, 37). Ik ben daarom heel gelukkig en opgelucht dat diverse bisschoppen het nodig gevonden hebben om dit recht te zetten en zich aan te sluiten bij zijne excellentie bisschop Schneider en iedereen te herinneren aan de betekenis en de consequenties van het huwelijk (zie de Kazakse verklaring van 31 december 2017.) Spraken er maar bisschoppen op deze manier recht toe recht aan! Maar wij zijn door de Apostel zelf gewaarschuwd dat er een tijd zou komen dat de mensen “de gezonde leer niet meer zullen verdragen” maar naar hun eigen wensen “zich leraren zullen verschaffen die hun de oren strelen.”(2 Tim. 4, 3-4)

*

Ik ben niet hier om persoonlijke rekeningen te vereffenen met de ex collega’s en de Belgische bisschoppen, maar hoe moeten we de ziekte genezen als we er niet openlijk over spreken en niet zeggen wat er aan de hand is? Begrijp alstublieft dat het niet om mij gaat. Ik ben niemand, maar opnieuw: wat in België gebeurt, gebeurt elders en kan overal gebeuren.

Dan opnieuw: begrijp me niet verkeerd. Ik zeg niet dat de bisschoppen of de verantwoordelijken en de collega’s slechte mensen zijn. Ik weet het niet, God weet het. Het zijn misschien aardige kerels, en vriendelijk en van goede wil. Maar laten we eerlijk zijn. Zij hebben een enorme nood aan moed; zij hebben geen ruggengraat; en de functionarissen van de revolutie die het werk van duivel doen, weten dat en zij maken er gebruik van. Daarom is het absoluut noodzakelijk standvastig te zijn en duidelijk om het smeulende vuur opnieuw te laten branden en om proberen te wekken wat er nog in de mensen over is zodat iedereen zich kan vermannen voor het te laat is. De mensen die alles promoten wat slecht is en tegen de wil van God, zijn vastberaden, zij zijn efficiënt en het maakt hun niet uit de regels van het fair play niet te volgen. Daarom is het niet genoegd dat wij aardige mensen aan de juiste kant hebben – vooropgesteld dat zij aan de goede kant staan, natuurlijk. Aardige mensen, die er niet van houden terug te bijten en liever niets zeggen, zij versterken de vijanden van onze Heer en zijn Kerk. En we zijn gewaarschuwd over het lot van de lauwe individuen, die “noch koud, noch warm” zijn. (Apok. 3, 16)

Vergis u niet: wij zijn uit de Academie gegooid omdat opkomen voor de waarheid die beschouwd wordt als een onwettige “haat-misdaad;” de natuurlijke rede, en de natuurwetten zijn aan de kant gezet als “vooringenomen”. Herders zonder ruggengraat komen ons niet te hulp; en ze zijn er maar al te zeer op uit dat wij ontslagen worden endt ons het zwijgen worden opgelegd, simpelweg omdat wij golven veroorzaken en de boot laten schommelen. Als wij echter laf opgeven en achteroverleunen, dan worden wij medeplichtig aan het kwade waartegen we niet in het geweer komen. U kent het Latijnse gezegd: cum tacent consentiunt, “stilte betekent instemming”. Onze Heer noemde ons het “zout van de aarde” en ging verder met : “Maar als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal men het dan zouten? “(Mt. 5, 13). Een apostel veroorzaakt golven, en de wereld zal zeer waarschijnlijk kwaad worden, maar het is onze heilige plicht door te gaan en te doen wat onze Heer zelf zegt die gekomen is niet om wereldse vrede te brengen maar het zwaard (zie Mt. 10, 34).

Waar zijn we bang voor? Werkelijk van vlees en bloed? Hoe kan dat? Zelfs de heidenen wisten dat iemand moet staan voor wat goed is ook al heeft het zijn prijs. Als christenen weten we dat een dergelijke prijs tenslotte inderdaad minimaal is, en  in schril contrast staat met de merces copiosa, de “grote beloning die ons in de hemel wacht als wij trouw blijven. De Bergrede in Matheüs 5 zegt genoeg: en hij die de wereld wil behagen, werkt voor de vorst van deze wereld. Wij moeten sterk en stevig staan; en daarom hebben wij, zwakke mensen, en het gewone volk uit de kerkbanken net als ik leiders nodig, wij hebben herders nodig. Niet het soórt verwijfde romantische herders die rustig ontspannen op de zonnige hellingen van een paradijsachtig landschap neerliggen; nee, we hebben een David nodig die klaar staat met zijn slinger om te vechten tegen wolven en leeuwen – en ook uitermate in staat dat wapen te richten tegen de reus Goliath. Maar waar zijn de Davids die we zó verschrikkelijk nodig hebben? Sta me toe het te zeggen: ik voel me als een rooms katholiek verraden door de excuusherders en de echte huurlingen die blijven fantaseren over godsdienstvrijheid, dialoog en echte verzoening met de wereld, met de machthebbers en de vijanden van de Heer. Wat is er na zestig jaar zelfmoordachtige secularisatie binnen de Kerk nog overgebleven? Een karikatuur van een Kerk in haar menselijke component, met de pausen die zelf – ik wil mijn ongenoegen niet verzwijgen – voortdurend het geloof van onze voorvaderen ondermijnen, die proberen onze geliefde Mis van de eeuwen te verbieden, die aanzetten tot een valse eredienst in Assisi, die de onheilige Koran kussen, en nu betrekkingen aangaan met aborteurs, homoseksuelen en atheïsten op een wijze die ergernis wekt. Waarheen wil dit leiderschap ons leiden?

Ik ben maar een onbetekenend iemand, een kleine, maar ik weet dat “als iemand een van deze kleinen die in Mij geloven aanstoot geeft, zou het beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals hing en hem liet verdrinken in het diepste van de zee.”(Mt. 18, 6) Wij zouden het niet erg moeten vinden ons tegen de wereld en de machthebbers te verzetten: het is een eerlijke deal, en we wisten dat de wereld  het op ons gemunt heeft en ons slecht behandelt omdat zij onze Heer niet anders behandeld heeft ( zie Joh. 15, 20). Maar wie in de Kerk zal zwakkelingen zoals ik helpen standhouden en ons steunen door ons de troost te bieden die wij nodig hebben voor de strijd: vastbesloten herders, een krachtige en uitgesproken orthodoxie met als doel het herstel van het sociale koningschap van onze Heer Jezus Christus, de troost van de traditionele Mis van de eeuwen, en de devotie tot de Onbevlekte Maagd die als enige de kop van de slang verplettert? Daar halen we onze kracht vandaan en hier (laat de rozenkrans zien) is Davids geestelijke slinger tegen de poorten van de hel. Ik smeek de herders nederig hun slinger in zetten tegen de brullende leeuwen ( zie 1 Petr. 5, 8) en ons niet in de steek te laten als wij ons best doen “de goede strijd van het geloof te strijden.”(1 Tim. 6, 12)
Alstublieft, bidt voor mij, voor mij vrouw die in verwachting is, en voor ons eerste kind dat, als het God belieft in juli geboren wordt.

Vertaling: C. Mennen pr

STÉPHANE MERCIER:
STAAN VOOR DE WAARHEID
(in een wereld die dat niet doet)

DEEL 2