Polarisatie en framing


Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten


Afgelopen vrijdag heeft Mgr. dr G. de Korte, bisschop van ’s-Hertogenbosch de viering van 30 jaar “De Roerom” luister bij gezet door een inleiding te houden bij de feestelijke bijeenkomst in de St-Jozefkerk van de Karmelieten in Oss.

“De Roerom” is vanaf het begin het blad geweest dat een alternatief wilde zijn voor het toenmalige Bisdomblad. Vanaf zijn aantreden had Mgr. ter Schure de wens dat het Bisdomblad meer kerkelijk zou worden en de opvattingen van de katholieke Kerk zou weergeven. De  (naar ik meen) voltallige redactie van het Bisdomblad liep weg met medeneming van het adressenbestand (want voor de “goede zaak” is alles geoorloofd). “De Roerom” heeft al die jaren een tegencultuur gevoed die zich door toedoen van bepaalde priesters in nogal wat parochies heeft vastgezet bij mensen die nu boven de zestig zijn. Veel jongere priesters die weer gewoon willen doen wat de Kerk vraagt, hebben daar last van. Dan kan het gebeuren dat een “bevlogen dame” een priester het Altaarmissaal uit de hand rukt en het uit de band smijt, omdat ze dergelijke dingen in “haar” kerk niet wil. Het kan ook zijn, dat men zover van het eucharistisch besef van de Kerk is weg gegroeid, dat men de ciborie met geconsacreerde Hosties bij de offerande opnieuw op het altaar zet. De priester kan op een beschimping rekenen als hij als eerste communiceert zoals de rubrieken voorschrijven. Dit zijn allemaal de zegenrijke resultaten van de tegencultuur zoals die gevoed werd door “De Roerom” die ondertussen een monsterverbond gesloten heeft met de bejaarde “Mariënburgvereniging” die dezelfde gedachten uitdraagt. Voor het eerst na jaren heb ik weer een exemplaar van “De Roerom” in handen gekregen. Nog steeds wordt een belangrijk deel ervan gevuld door Peer Verhoeven, een uitgetreden priester van ons bisdom (geboren 1933) die lange tijd op zondagmorgen een speciaal soort zelf gemaakte liturgie vierde in de protestantse kerk van Helvoirt. Dertig jaar lang is “De Roerom” het symbool en een drijfkracht geweest van de “andere kerk” in ons bisdom.

Daarom is het merkwaardig als de nieuwe bisschop van Den Bosch bij dit jubileum gaat spreken. Het lijkt een duidelijk statement te zijn tegen de twee laatste bisschoppen van Den Bosch van wie hij dusdoende duidelijk afstand neemt. Dat wordt nog duidelijker als hij ter plaatse zegt dat hij reeds langer abonnee van het blad is. Bovendien dat hij de uitnodiging al aangenomen had voordat hij bisschop van Den Bosch werd. Dat betekent dus dat hij er geen been in had gezien zelfs tijdens het episcopaat van Mgr. Hurkmans een club met zijn aanwezigheid te vereren die zich altijd tegen de zittende bisschop keerde.

Wat is dan de eigenheid van die twee laatste bisschoppen van Den Bosch? Zij onderschreven van harte de leer en de (liturgische) discipline van de katholieke Kerk. Door hun tegenstanders wordt gedaan alsof zij starre liefdeloze verdedigers waren van een verkalkte Kerk. Dat is een karikatuur die graag gebruikt wordt door mensen die zich niets aan willen trekken van wat de eenheid en de katholiciteit van de Kerk uitmaakt. Het zijn de mensen die het credo van de Kerk niet ontkennen maar het geruisloos vervangen door teksten als “ik geloof niet in het recht van de sterkste….”. Het zijn de mensen die de eucharistie door experimentele teksten en riten geruisloos omvormen tot “breken en delen” of tot een actieprogram voor de klimaatdoelen of voor wat op dat moment maatschappelijk in is.

Mgr. de Korte wordt nu, of hij wil of niet, geframed als tegenstander van ter Schure en Hurkmans en als medestander van het gedachtegoed van “De Roerom”. Hij kan wel zeggen dat hij “en duidelijk en vriendelijk wil zijn”, het zal toch vooral uitgelegd worden als “vriendelijk” naar hen die vooral geen duidelijkheid willen.

Op voorkant van “De Roerom” van 10 juni jl staat een mooi staaltje van “framing”. Allereerst Bisschop Bekkers wordt geframed als “een hartelijke bruggenbouwer”… “hij presenteerde het evangelie als een uitnodiging om de liefde uitgangspunt voor gelovend leven te laten zijn en niet regels en wetten. Je geweten als maatstaf”. Ik kan daar tegenover stellen dat Mgr. Bekkers ook een tamelijk ouderwetse potentaat was die iedere kerkelijke uitvaart verbood van iemand die burgerlijk hertrouwd was, zelfs als ze als broer en zus leefden. Bekkers was gewoon katholiek in de leer. Hij vroeg alleen om een grotere plaats voor het geweten in zake het huwelijksleven. Hij zag met lede ogen aan dat de zaak in het bisdom uit de hand begon te lopen. Van de rector van het ziekenhuis heb ik gehoord dat de bisschop het de laatste dagen van zijn leven moeilijk had met het feit of hij het wel goed gedaan had.

“Er is de laatste decennia op veel plaatsen hard gewerkt om de kerk van Bekkers af te breken. Het moest anders. Het moest recht in de leer.” Daarmee stelt “De Roerom” dat zij niet recht in de leer zouden hoeven zijn. Zij opteren blijkbaar voor een meer vrijzinnige Kerk… maar dat is niet katholiek, ook niet volgens het laatste Concilie en de Catechismus van het Concilie. Het geloof is duidelijk omschreven en de Kerk heeft aan de zuiverheid  ervan vanaf de apostolische tijd de grootste waarde gehecht. Vrijzinnigheid (ketterij) wordt in het Nieuwe Testament al  en heel de kerkgeschiedenis door veroordeeld. Inderdaad “mensen als de Osse pastoor Mennen kunnen dat haarfijn uitleggen”. Daarvoor heb ik toch theologie gestudeerd: om leraar in het geloof te zijn. Maar er staan ook enkele dingen bij die op framing lijken. Er wordt gezegd: “Je bent óf katholiek óf niet”. Dat zou ik niet willen beweren. Een stelling of een theorie kan of katholiek zijn of niet maar zo’n scherpe scheiding is er bij gelovigen vaak niet. Bovendien word ik geframed als iemand die zou stimuleren God te zoeken “in starre regels, een overdreven nadruk op traditie, een vrome houding en een reactionaire wil om alles – tegen beter weten in – toch vooral te houden als het was”. Dat is niet zo. Ik stimuleer God te vinden in de Bijbel en in de prediking van de Kerk, in het gebed zoals het ons vanuit de traditie wordt aangereikt, in een gezonde liturgie zoals die na Vaticanum II door Kerk is voorgeschreven.  En “velen die op de tast zoeken naar God” geef ik geen stenen voor brood maar reik hun de echte bronnen van het christelijk geloof aan. Een volgende framing is dat een kerk die in de ware zin katholiek is een “harteloze kerk” zou zijn waar de zoekende mens God niet zou vinden. Dit is onzin. Slecht noemen wat slecht is, is dat harteloos? Vragen dat men zich bij het heiligste wat we van Jezus ontvangen hebben, de sacramenten, houdt aan de regels om het heilige te behoeden, is dat harteloos? Suggereren dat een echt katholieke Kerk harteloos zou zijn en mensen afschrijft en niets doet aan diaconie, is een infame leugen en een duidelijke vorm van framing om een schijn van gelijk aan de eigen heterodoxie te geven.

Er zijn mensen die beweren dat de polarisatie voorbij is. De feiten lijken anders. De polen zijn alleen veel ouder geworden en bijna uitgestorven. Bruggen bouwen zal niet lukken. Het gaat immers in wezen niet om twee vormen van katholiek zijn maar om katholiek versus “modernisme”, een ketterij die zich sinds de Verlichting breed probeert te maken in de Kerk. De bisschop kan zich daarom wel aan die polarisatie willen onttrekken maar dat zal niet lukken. Hij wordt nillens willens in het ene of andere kamp gedrukt. De enige oplossing is: je steeds beroepen op je katholiciteit en wat die katholiciteit je als bisschop voorschrijft te doen. Want alleen vanuit het katholieke geloof weet je wat je moet bemoedigen en wat je moet afkeuren. En dat is tenslotte de taak van een bisschop.

12 september 2016