PASTORALISME
Na al de “ismes” die we als ketterijen in de Kerk in de loop der eeuwen al gehad hebben, heerst nu, sinds het Tweede Vaticaans Concilie (iedere suggestie van oorzakelijk verband is onbedoeld en louter toevallig) de ketterij van het “pastoralisme”. Nu is het met iedere ketterij zo, dat altijd iets goeds in schuilt. In het pastoralisme is dat de bekommernis om het geluk van de mens, met name het geluk van het kerklid. Dat is op zich iets goeds, iets wat we ook bij Jezus zien. Jezus is begaan met de mensen.

Maar de pastorale zorg lijkt zich de laatste decennia vooral en uitsluitend te bekommeren om het welbevinden hier en nu. Als een priester zegt dat hij zich om pastorale redenen niet aan de liturgische regels houdt, dan bedoelt hij daar meestal mee het gemak, het oppervlakkig welbevinden van hemzelf en een gedeelte van de kudde. Als een priester de Paaswake houdt op een tijdstip, dat het nog licht is, tegen zwaarwegende liturgische voorschriften in, zal hij altijd “pastorale” redenen aanvoeren. Ofwel: “ik wil zoveel mogelijk mensen bereiken en de mensen komen zo laat niet naar de kerk” ofwel “ik moet op twee plaatsen een Paaswake celebreren”. De objectiviteit en de innerlijke betekenis van de liturgie worden dan opgeofferd aan het vooronderstelde gemak van mensen. Met enige organisatorische creativiteit en een goede catechese richting de parochie, is het echter heel goed op een juiste manier op te lossen.
Bij veel carnavals- en kindervieringen wordt alweer “om pastorale redenen” de hand gelicht met allerlei liturgische regels. Men vergeet dan voor het gemak dat de meeste van die regels er zijn om de objectieve heilswaarheid te beschermen. De zogenaamde pastorale bekommernis van de priester leidt dan ook meestal tot infantiele teksten en liederen die weinig met de eer van God en het eeuwig heil van gelovigen van doen hebben. Er zit niet altijd kwaadwilligheid achter. Het is vaak domheid (geen kennis van [heilige] zaken) of willen behagen aan een groep mensen die nooit in de kerk komen, die geen enkele innerlijke affiniteit met het geloof hebben maar op dat moment de kerk voor hun eigen doeleinden willen gebruiken. De goedbedoelende pastoralisten zullen dit wellicht volkskatholicisme noemen dat je niet in de kiem mag smoren. O sancta simplicitas! Maar er zijn er ook die kwaadwillend zijn; die eigenlijk al afscheid genomen hebben van het katholieke dogma maar dat niet al te openlijk toegeven. Zij ondermijnen met hun “om pastorale redenen” bewust het dogma en hollen in de praktijk het geloof bij de mensen uit. Dat is tegelijk de zwakte en de kracht van het pastoralisme. Het is een zwakte voor hen die het goedbedoelend bedrijven en denken daar de Kerk mee vooruit te helpen. In de praktijk blijkt dat het tegendeel waar is. Het is echter een kracht voor de ondermijners van het geloof. Zij bereiken wat ze beogen: aanpassing van het geloof aan het seculiere denken en daarmee een langzaam verdwijnen van het geloof. Dit zien we in ons land na vijftig jaar hardnekkig pastoralisme dan ook gebeuren.

Pastoralisme leidt ertoe, bedoeld of onbedoeld, dat de Kerk wordt losgemaakt van haar leerstellige en morele traditie. Laat ik een voorbeeld geven. Volgens het canonieke recht is het zo dat een kerkelijke uitvaart geweigerd moet worden aan hen die in publieke zonde leven en die daarin tot hun dood hardnekkig volhard hebben. Deze canonieke norm is er om de schijn te vermijden dat de Kerk een levenswandel die aan de christelijke moraliteit tegengesteld is, zou goedkeuren. Pastoralistische opvattingen hebben ertoe geleid dat iedereen, in welke publieke zonde hij ook leeft, een kerkelijke uitvaart krijgt. In het begin werd de publieke zonde, bijv. samenwonen zonder huwelijk, nog in de uitvaartannonce en op het gedachtenisprentje verzwegen. Doch deze schaamte verdween spoedig en de publieke zonde wordt nu vaak tijdens de uitvaart breed uitgemeten. Een volgende stadium is – en daarin zijn we nu gekomen – dat het seculiere denken zo is gaan overheersen (met medewerking van de pastoralistische geestelijkheid) dat het niet meer nodig is nog een kerkelijke uitvaart te houden onder het motto: “iedereen gaat toch naar de hemel als er een hemel bestaat”.

In het pastoralisme is God vooral barmhartig in de zin dat Hij alles begrijpt en zeker niet straft. Want straffen is akelig en liefdeloos. Dus dat kan niet bij God passen. Dat brengt ons tot een tweede naam voor de heersende ketterij: het “misericordialisme”. In die opvatting lijkt het alsof de katholieke waarheid “God loont en goede en straft het kwade” niet meer geldig is. De barmhartigheid van God lijkt alles toe te dekken en daarom moet de Kerk dat ook doen. We mogen niemand uitsluiten, hoor je dan, ten spijt van alles wat de apostel Paulus hierover in zijn brieven geschreven heeft.

Ik zal niet beweren dat onze huidige paus ketterse opvattingen heeft maar het is duidelijk dat hij door het pastoralistische en misericordialistische virus is aangetast. Hij wil mensen die door hun eigen levenswijze niet volledig kunnen deelnemen aan het leven van de Kerk weer in het kerkelijk leven “integreren”. Allereerst de burgerlijk hertrouwd gescheidenen. Volgens de leer en de traditie van de Kerk zijn zij, indien zij geldig getrouwd zijn, zolang beiden leven, door de huwelijksband gebonden. Een nieuw burgerlijk huwelijk heft de bestaande huwelijksband niet op en betekent dus  in de traditionele leer van de Kerk een toestand van blijvend overspel. Dat is een publieke zonde tegen het sacrament van het huwelijk. Zoals uitdrukkelijk door de pausen bevestigd, kunnen deze mensen wel aan het leven van de Kerk deelnemen maar niet communiceren omdat hun leven publiek ingaat tegen een door Christus zelf verkondigde leer. Zij kunnen ook geen officiële ambten en taken in de Kerk vervullen zoals lid van een kerkbestuur, lector of peter en meter zijn. De communie is alleen toegestaan als men als broer en zus leeft en dan nog alleen op plaatsen waar men niet bekend is.

Sinds de toespraak van kardinaal Walter Kasper tot de kardinalen op verzoek van de paus, waarin hij pleitte voor toelating tot de communie van burgerlijk hertrouwde gescheidenen, is er een groep bisschoppen in de Kerk die openlijk pleit voor deze praktijk. Het lijkt er minstens op dat de paus deze groep steunt. Hij was in ieder geval niet bepaald vriendelijk naar kardinalen en bisschoppen die voor de traditionele praktijk pleitten en die een beroep deden op de paus om aan de ontstane verwarring tijdens de synode een eind te maken. Door de paus aangestelde functionarissen en vertrouwelingen van hem trachtten duidelijk de synodes te manipuleren in de richting van een liberalere koers. Dat is door weerstand van veel bisschoppen en publiciteit via het internet niet gelukt. Ondertussen heeft de paus zonder de tweede synode af te wachten een nieuwe procesordening voor de nietigverklaringen van huwelijken afgekondigd.

Op een symposium van kerkjuristen onlangs aan de Leuvense Universiteit gehouden, was het oordeel over deze nieuwe ordening (verrassend unaniem) tamelijk negatief.  Het huwelijksproces heeft tot doel de waarheid omtrent het huwelijk te achterhalen. De vraag moet beantwoord worden of een huwelijk werkelijk ongeldig is gesloten of dat het wel geldig gesloten is en naderhand door allerlei oorzaken is misgelopen. In het laatste geval is geen nietigverklaring mogelijk. De nieuwe normen lijken meer door pastoralisme ingegeven dan door bekommernis om de waarheid. Het zal er meer om gaan uit barmhartigheid (misericordialisme) een nieuw huwelijk mogelijk te maken dan om de echte waarheid rond het eerste huwelijk te achterhalen. Mgr. dr. Roch Pagé, een bekende Canadese canonist, stelde terecht op het symposium: een huwelijksproces zou de echte waarheid over een huwelijk aan het licht moeten brengen. Dat zal leiden tot veel gevallen waarin een huwelijk wel objectief geldig is en waarin geen nieuw kerkelijk huwelijk mogelijk is. Het huwelijksrecht misbruiken om de schijn van onontbindbaarheid met alle gevolgen die daarbij horen op te houden, is volgens hem en ook volgens mij verkeerd. We zijn zo in de wereldkerk aanbeland in een situatie waarin de Nederlandse kerk zich in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw bevond waarin een officiaal van het aartsbisdom op een bijeenkomst zei: "mensen die naar ons toekomen met hun huwelijkszaak verdienen een nieuwe kans en wij moeten hun die geven. Dat is de pastorale benadering waarvoor wij kiezen". Een duidelijke vorm van pastoralisme. Niet de objectiviteit telt, niet het eeuwig heil van betrokkenen telt maar het welbevinden hier en nu. Daaraan moet alles worden aangepast.

Ter zake deskundige mensen verwachten dat de apostolische exhortatie van de paus over de gezinssynode niet aan de leer zal tornen en ook de communie niet zal openstellen voor burgerlijk hertrouwd gescheidenen omdat dit te nauw met de leer verbonden is en te veel weerstand binnen de Kerk zou oproepen. Er zal wel, zoals in het haastige slotbericht van de synode, een onduidelijk rookgordijn over het eigen geweten worden gelegd, een favoriet thema voor pastoralisten omdat zich daarachter allerlei opvattingen kunnen verschuilen. Velen verwachten dat wel ambten en functies voor deze groep worden opgesteld. Dat zal  betekenen dat in feite leer en leven voor een groot stuk losgekoppeld worden; dat mensen die in objectieve staat van overspel leven of een toestand van objectieve morele ongeordendheid (homoseksuele paren) leven, taken binnen de Kerk kunnen vervullen. Daarmee wordt uiteraard de zonde minder erg en in feite grotendeels goedgekeurd.

Bij dit alles schijnt er alleen bekommernis te zijn om het welbevinden hier nu. Over het eeuwig heil gaat het niet meer. Dat mensen om dat eeuwig heil te bereiken zich moeten inspannen door de nauwe deur de hemel binnen te gaan, lijkt geen issue meer te zijn. De pastorale inspanningen van bijv. een Marialegioen in het recente verleden om hertrouwd gescheidenen uit hun staat van doodzonde te bevrijden door hen aan te sporen hun burgerlijk huwelijk op te geven en als dat (vanwege kinderen) niet mogelijk was, om dan als broer en zus te leven, worden belachelijk gevonden en door sommige kardinalen zelfs publiek onmogelijk geacht.

Het pastoralisme met als instrument het misericordialisme past de hemel liever aan de feitelijke aardse situatie aan. Dat noemde de vroegere catechismus “vermetel vertrouwen”. Dat is vertrouwen op Gods barmhartigheid zonder echte bekering. Dat is een zonde tegen de hoop, even groot als wanhoop.

Goede Vrijdag 2016

Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten