Müller eruit.
Maar de echte aanval is gericht tegen “Veritatis Splendor”.




Op zondag 2 juli, de dag zelf waarop paus Franciscus kardinaal Müller afzette als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, steeg vanuit alle katholieke kerken van de Romeinse ritus aan het begin van de Mis het volgende gebed op naar God. Dit gebed heet in het missaal het “collectage-bed”:
“Deus, qui, per adoptionem gratiae, lucis nos esse filios voluisti, praesta, quaesumus, ut errorum non involvamur tenebris, sed in splendore veritatis semper maneamus conspicui. Per Dominum nostrum…”
In de officiële nieuwe Nederlandse vertaling:
“God, Gij hebt ons genadevol aangenomen en gewild dat wij kinderen van het licht zijn, wij bidden U: dat wij niet omgeven worden door de duisternis van de dwaling maar altijd stand houden in het schitterend licht van de waarheid. Door onze Heer…..”
Toeval - of Goddelijke voorzienigheid? – heeft ervoor gezorgd dat de afzetting van kardinaal Müller begeleid zou worden door de gezongen liturgische bede dat “het schitterend licht van de waar-heid” de Kerk mag blijven verlichten.
“Het schitterend licht van de waarheid” is nu juist de titel van de belangrijkste leerstellige encycliek van Johannes Paulus II, gepubliceerd in 1993.

Het is een encycliek “over enkele fundamentele vragen betreffende de morele leer van de Kerk”: juist de vragen die nu terugkeren en opnieuw een voorwerp van conflict waarbij grote en invloed-rijke delen van de Kerk betogen dat het tijd is – met name na de publicatie van “Amoris Laetitia”- enkele van de leidende principes van “Veritatis Splendor” achter ons te laten. Het is voldoende te constateren dat niet minder dan vier van de vijf “dubia” die in september van het vorig jaar aan paus Franciscus zijn voorgelegd door de kardinalen Walter Brandmüller, Raymond L. Burke, Carlo Caffarra en Joachim Meisner juist betrekking hebben op de samenhang of het ontbreken ervan tussen “Amoris Laetitia” en “Veritatis Splendor”. En deze “dubia” zijn nog steeds open vragen, voor een deel vanwege de weigering van paus Franciscus om ze in overweging te nemen en de weige-ring om de vier kardinalen te ontmoeten.

Maar wat was de ontstaansgeschiedenis en het doel van “Veritatis Splendor”? Om deze vraag te beantwoorden hebben we een uitzonderlijke getuige: Joseph Ratzinger. Als Müllers voorganger aan het hoofd van de congregatie voor de Geloofsleer droeg hij op substantiële wij bij aan het schrijven van deze encycliek. Maar zelfs na zijn terugtreden als paus blijft hij “Veritatis Splendor” beschouwen als “van onveranderde betekenis” en een encycliek die men ook nu nog “moet be-studeren en zich eigen maken”.

In 2014 wijst Ratzinger in een weloverwogen hoofdstuk voor een boek ter ere van Johannes Paulus II geen ander dan “Veritatis Splendor” aan als de belangrijkste en meest relevante van de veertien encyclieken van deze paus. Een hoofdstuk dat verdient herlezen te worden in het licht van wat er nu in de Kerk aan het gebeuren is onder bewind van zijn opvolger Franciscus.

Hier volgt de passage die de emeritus-paus wijdde aan die encycliek:

*
Over “Veritatis Splendor”

De encycliek over morele problemen “Veritatis Splendor” hadden vele jaren nodig om te rijpen en zij blijft van ongewijzigde betekenis. De Constitutie van Vaticanum II over de Kerk in de wereld van vandaag wilde in tegenstelling met de tendens in de moraaltheologie toen om zich te focussen op de natuurwet, dat de katholieke moraalleer rond de figuur van Jezus en zijn boodschap een bijbel-se fundering zou krijgen. Met horten en stoten heeft men dat gedurende een korte periode ge-probeerd. Dan vatte de mening post dat de Bijbel geen eigen morele boodschap heeft maar ver-wijst naar morele modellen die geldig zijn voor hun tijd en plaats. Moraliteit is een kwestie van de rede, zei men, niet van geloof.
Zo verdween enerzijds de moraliteit begrepen in termen van natuurwet, maar een christelijke op-vatting van moraliteit kwam er niet voor inde plaats. En omdat noch een metafysische noch een christologische fundering voor de moraal kon worden geaccepteerd, nam men zijn toevlucht tot pragmatische oplossingen: een moraliteit vanuit het principe van het streven naar het grotere goed, waarin iets niet langer echt kwaad of echt goed is, maar alleen iets dat uit het oogpunt van doelmatigheid beter of slechter is. De grote opgave die Johannes Paulus zich stelde in deze ency-cliek was de herontdekking van een metafysische fundering in de antropologie, ook als een christe-lijke concretisering van het nieuwe mensbeeld in de Heilige Schrift. Het bestuderen en het zich eigen maken van deze encycliek blijft een grote en belangrijke plicht.

*

Als we zien wat er vandaag de dag in de katholieke Kerk gebeurt, zelfs op het hoogste niveau, dan zien we dat alle motiveringen voor de encycliek “Veritatis Splendor” opnieuw aanwezig zijn, met dezelfde zo niet grotere dramatische kracht. En zij maken meer dan ooit de bede relevant dat wij mogen blijven in “het schitterend licht van de waarheid” die vorige uit alle kerken opsteeg.

Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten