INTERVIEW VAN HET KATHOLIEK WEEKBLAD
“THE WANDERER”
MET KARDINAAL BURKE
V.   Er zijn enkele weken voorbij sinds de Gezinssynode afgelopen is en ik neem aan dat u nu tijd gehad hebt om zorgvuldig het slotrapport te bestuderen. Wat zijn in uw opvatting de belangrijkste vruchten van de Synode en op welke manier kan de Kerk er het best haar voordeel mee doen?

A.   Het slotrapport is een complex document en het is geschreven op een manier waarop het niet altijd gemakkelijk is te begrijpen wat het precieze belang is van wat wordt beweerd. Bijvoorbeeld, drie paragrafen (nrs. 84-86) suggereren dat de laatste zitting van de Synode een weg gevonden heeft waardoor mensen die in onregelmatige huwelijksverbintenissen leven toch de sacramenten kunnen ontvangen. Om dit gebrek aan duidelijkheid aan te geven heb ik een kort commentaar op die paragrafen geschreven met de bedoeling te verhelderen wat de Kerk in feite leert.
Na de sluiting van de Synode heeft pater Antonio Spadaro, een jezuïet die een van de synodevaders was en in de redactiecommissie van de Synode zat, een artikel gepubliceerd waarin hij als belangrijkste aandachtspunt van deze Synode noemt iets wat de vorige niet klaar had gekregen, namelijk een weg te openen voor het ontvangen van de heilige communie en de biecht voor hen die gescheiden en burgerlijk hertrouwd zijn. Ik voelde mij in geweten verplicht een verheldering te publiceren over wat hij geschreven had.
Er staan veel goede dingen in het slotrapport maar er zijn ook veel andere dingen waarover ik wil schrijven om duidelijk te maken wat de Kerk leert. Bijvoorbeeld, ik denk niet dat de opmerking over de verantwoordelijkheid van ouders voor de opvoeding adequaat verwoord is. Het zou de indruk kunnen wekken dat de ouders niet de eerst verantwoordelijken voor de opvoeding van hun kinderen zijn.

In zijn geheel, zoals blijkt uit het artikel van pater Spadaro duidelijk, is er een filosofische vooronderstelling bij de wijze van redenen in het artikel die allereerst simpelweg niet juist is en ten tweede op erg gespannen voet staat met de katholieke leer. Bijvoorbeeld wordt er beweerd dat er geloofswaarheden zijn en ook  wat beschreven wordt als “de waarheden van de geschiedenis” (dat wil zeggen van de veranderende tijden).
Wij beseffen dat tijden veranderen en dat wij met nieuwe ontwikkelingen geconfronteerd worden, maar wij beseffen ook dat het wezen van de dingen hetzelfde blijft. Er is een waarheid waaraan we de veranderingen die we in de tijd tegenkomen, moeten beoordelen. Dat is niet duidelijk in het slotrapport van de Synode, met name als het artikel van pater Spadaro een getrouwe weergave van het denken van de Synode bedoeld te zijn. Als dat zo is, dan zijn enkele serieuze verhelderingen nodig. Wat mij betreft denk ik dat het beste zou zijn voor het slotrapport dat het verder bestudeerd wordt door echte leraren van het geloof. Ik vertrouw erop dat er geen verdere acties zullen voortkomen uit de controversiële zaken in het slotrapport omdat zij raken aan de fundamenten van ons katholieke geloof.
Het artikel van pater Spadaro wekt bijvoorbeeld de indruk dat er een soort uitweg is uit de situatie van mensen in een ongeldige huwelijksverbintenis, die hen zou toestaan de sacramenten te ontvangen los van wat de Kerk altijd heeft verstaan: het besluit om in geweten als broer en zus te leven, als partijen niet uit elkaar kunnen gaan en dan de sacramenten te ontvangen op een plaats waar zij geen ergernis wekken omdat mensen zien dat zij samenwonen en weten dat zij gebonden zijn aan een eerdere verbintenis.
De indruk wekken dat er een andere situatie bestaat in het inwendig forum is fout en creëert valse verwachtingen bij mensen. Het brengt hen in de war met betrekking tot de aard van het geweten en de morele waarheid waarmee ons geweten zich altijd moet conformeren.
Er zijn duidelijk goede vruchten van de Synode zoals de nadruk op huwelijksvoorbereiding en de doorslaggevende betekenis ervan. Ik voor mij zou graag meer nadruk zien hebben op de voorbereiding voor het huwelijk zowel in het algemeen als onmiddellijk voor het huwelijk.
Ik denk dat de fundamentele kwestie in de pastorale zorg voor hen die geroepen zijn tot het huwelijk en voor gezinnen heden ten dage de catechese is. We hebben generaties katholieken die niet veel van hun eigen katholieke geloof weten, inclusief de leer van de Kerk over het sacramentele karakter van het huwelijk en over het gezin. Die leer zou boven alles benadrukt moeten worden, te beginnen bij de kinderen.
Toen ik een kind was ontving ik catechese via de Baltimore Catechismus en een van de eerste definities die ik daar leerde had te maken met het sacrament van het huwelijk. Dit wordt niet meer onderwezen. Jonge mensen zouden op het moment dat ze zich voor het huwelijk voorbereiden een intensieve catechese moeten ontvangen. Het zou echter een verdieping moeten zijn van wat zij al weten. Daarom is het nodig dat wij de gelovigen in het algemeen opvoeden. Velen van hen zijn slecht onderricht en worden inderdaad gemakkelijk over deze zaken in de war gebracht.

V.  Het slotrapport van de Synode prees grote gezinnen, bevestigde openstaan voor het leven en moedigde de “herontdekking” aan van documenten van het leergezag die de cultuur van het leven bevorderen (bijv. Familiaris Consortio van de H. Johannes Paulus II en Humanae Vitae van de zalige Pualus VI). Hoe kan dat in een cultuur waarin meer dan 50 % van de leken de leer van de Kerk over kunstmatige geboorteregeling niet aanvaardt (als we peilingen mogen geloven), vertaald worden in een geleefd geloof op het niveau van de parochie?

A.   Ook hier is het een zaak van catechese. Men kan niet op een algemene manier verwijzen naar documenten als Humanae Vitae en Familiaris Consortio, als naar als een wapperende vlag. Zij moeten in parochies grondig worden bestudeerd en priesters moeten erover preken om de waarheden die in deze documenten zo wondermooi naar voren gebracht worden, toe te lichten.
Als wij weten – en dat weten wij zeker – dat de cultuur volledig tegengesteld is aan de leer in deze twee documenten, als wij weten – en dat weten wij zeker – dat veel gelovigen niet goed onderricht zijn en ertoe neigen eerder mee te gaan met wat de cultuur denkt dan met wat de Kerk leert, dan moeten we ons realiseren dat het onze plicht is te evangeliseren met betrekking tot huwelijk en gezin als was het voor de eerste keer. Naar mijn oordeel is dit het enige antwoord.
Een belangrijke reden dat we moeten proberen gehuwde stellen te helpen de waarheid van het huwelijk te beleven, is dat de kleintjes de fundamentele waarheden rond het huwelijk thuis leren door naar de relatie van hun ouders te kijken.
Kinderen weten – zelfs als hun ouders er niet over praten – of hun ouders voorbehoedsmiddelen gebruiken; zij weten of hun ouders niet ten volle van elkaar houden. Wij moeten ook benadrukken dat thuis de eerste plaats is voor evangelisatie rond huwelijk en gezin. Wij moeten hen helpen die proberen de waarheid van hun huwelijksbelofte te leven, erin te volharden en er sterker in te worden. En voor hen die moeilijkheden hebben, moeten we de noodzaak erkennen van verandering van hun leven en proberen hen te leiden naar de waarheid op een liefdevolle manier.

Op een ernstige manier misleidend

V.   De synodevaders citeren een gedeelte van paragraaf 84 van Familiaris Consortio maar stoppen vlak voor de belangrijke zin: “De Kerk bevestigt haar praktijk, die gebaseerd is op de Heilige Schrift, dat zij geen gescheiden hertrouwde personen toelaat tot de eucharistische communie.” Deze weglating moet voor u ontmoedigend zijn geweest, bijzonder met het oog op de onlangs uitgekomen Italiaanse vertaling van uw boek over de eucharistie, getiteld Vlees geworden Goddelijke liefde.
Waarom is naar uw mening deze leer weggelaten uit het slotrapport? Geeft niet de weglating ervan de indruk dat Kerk geneigd is een van haar onveranderlijke dogmatische leerstellingen te veranderen?

A.   Natuurlijk is dat ontmoedigend; dat is heel duidelijk. De paragraaf van het slotrapport over dit onderwerp is op een ernstige manier misleidend. Het geeft de valse indruk de leer van Familiaris Corsortio weer te geven, een leer die ook is toegelicht in een document van de Pauselijke Raad voor Wetsteksten (waarnaar het slotrapport eveneens verwijst). Het slotrapport van de Synode suggereert dat Familiaris Consortio en de Pauselijke Raad een weg openen om mensen die in onregelmatige huwelijkse verhoudingen leven, toe te laten tot de sacramenten. Het tegenovergestelde is echter het geval.
Ik was echt ontmoedigd dat het slotrapport niet de volledige leer van Familaris Consortio ter zake weergaf. Allereerst is de waarheid zoals die door de H. Johannes Paulus II was gepresenteerd in Familaris Consortio  verkeerd weergegeven in het Synodedocument als was het de waarheid zoals toegelicht en onderstreept door de Pauselijke Raad. Dat in zich heeft mij zeer teleurgesteld, bijzonder als je bedenkt dat dit gebeurde op het niveau van een Bisschoppensynode.
Tegelijkertijd was ik kwaad omdat ik wist dat dit door mensen als pater Spadaro en anderen zou worden gebruikt om te zeggen dat de Kerk haar leer in dit opzicht veranderd had, wat in feite eenvoudigweg niet waar is. Ik geloof echt dat de hele leer van Familiaris Consortio zou hebben moeten weerklinken door het slotdocument van de Synode. Toen ik de buitengewone Bisschoppensynode van 2014 meemaakte, was het alsof paus Johannes Paulus II nooit had bestaan. Als iemand het slotdocument van de Synode bestudeert, komt hij de rijkdom van het spreken van het leergezag in Familiaris Consortio wat een geweldig mooi document is, niet tegen.
Dit zou de ideale tijd om het te herontdekken en het in al zijn rijkdom te presenteren. Je krijgt sterk de indruk dat, zelfs al werd onophoudelijk gezegd dat de Synode niet ging over een verslappen van de kerkelijke leer of discipline betreffende de onontbindbaarheid van het huwelijk, dat het toch was wat tenslotte alles stuurde.
Want het feit dat pater Spadaro bij de beschouwing van alles wat erin het slotdocument staat wijst op het idee dat deze Synode tot stand bracht wat de eerste zitting niet kon, is erg verontrustend. We moeten eerlijk zijn met elkaar. Iets is hier niet in orde.

Geweten en waarheid

V.   “De onaantastbaarheid van het geweten” werd door sommige synodevaders benadrukt als ze spraken over controversiële onderwerpen (bijv. heilige communie voor gescheiden/burgerlijk hertrouwde stellen). Het heeft er de schijn van dat er weinig gezegd werd over de noodzaak dat een geweten goed gevormd moet worden in de objectieve waarheid. Ik herinner me levendig een professor in de moraaltheologie bij wie ik ooit heb gestudeerd en die steeds weer herhaalde: “Wij zijn verwijtbaar schuldig aan alles wat we hadden kunnen en moeten weten.” Wilt u alstublieft een toelichting geven op de precieze leer van de Kerk over de gewetensvorming.

A.   Het is waar dat het geweten, zoals John Henri kardinaal Newman het heeft genoemd, de “eerste plaatsvervanger van Christus” is. Met andere woorden, het is de stem van God die vanaf het eerste moment van de schepping spreekt tot ons hart over wat juist en verkeerd is, wat goed en kwaad is, wat overeenkomt met zijn plan met de wereld en wat niet.
Newman legt verder uit dat het geweten om die kritische rol te kunnen vervullen, gevormd moet worden in overeenstemming met de waarheid. Het geweten is niet een soort subjectieve eigenschap waarbij jouw geweten jou dit vertelt en mijn geweten mij het tegenovergestelde vertelt. Het is iets dat ons verenigt omdat ons beider gewetens, als zij gevormd zijn naar de waarheid, ons hetzelfde zullen zeggen. Newman zegt verder dat Heer ons geweten onderricht door het geloof en de rede en door zijn zichtbare vertegenwoordigers op aarde (de pausen en de bisschoppen in gemeenschap met hem, dat is het Leergezag). Het is dus niet iets subjectiefs. Wij moeten handelen volgens ons geweten maar het kan voor ons alleen een onfeilbare gids zijn als het is gevormd door de rede zelf en de waarheden van ons geloof en die zijn altijd met elkaar in overeenstemming.
Een prachtige catechese over het geweten werd gegeven door paus Benedictus XVI in een toespraak tot de Romeinse Curie vlak voor Kerstmis 2010. Paus Benedictus houdt zijn catechese op de wijze van de zalige John Henri kardinaal Newman, die een van de grootste leraren van de Kerk is geweest over het geweten.

V.   Over een verwant onderwerp werd, volgens een katholiek nieuwsagentschap, een belangrijke prelaat geciteerd die gezegd zou hebben dat “het twijfelachtig is of seksuele handelingen beoordeeld kunnen worden los van levensomstandigheden” en suggereerde dat het onrealistisch is voor de hertrouwd gescheidenen om af te zien van seksuele handelingen (een standpunt dat heftig werd bestreden door Francis kardinaal Arinze in een interview in LifeSiteNews zoals staat in een artikel van 12 oktober 2015). Geeft u alstublieft uw commentaar op de rol die die “levensomstandigheden” zouden kunnen spelen bij het beoordelen van objectief gezien zondige handelingen.

A.   De “levensomstandigheden” is zijn de omstandigheden waarin wij de waarheid beleven. Met andere woorden: wij moeten Christus volgens door de wil van zijn Vader te doen in ieder context van het leven. Je kunt geen morele waarheden beoordelen op basis van context – dat wordt klassiek proportionalisme of consequentialisme genoemd.
Deze wijze van denken zegt bijv. dat, hoewel abortus altijd verkeerd is, het ook, als je in een situatie bent waarin je onder grote druk staat, toelaatbaar kan zijn in die bepaalde omstandigheid. Dat is eenvoudig vals. Wij zijn geroepen ons katholieke geloof heldhaftig te beleven. Zelfs de zwakste persoon ontvangt van de Christus de genade om de waarheid in liefde te beleven.
Wij beoordelen de levensomstandigheden vanuit de waarheid van Christus. Als iemand geen weet had van het morele kwaad van een bepaalde handeling die objectief ernstig zondig is, is het mogelijk dat hij of zij niet schuldig is in de zin dat zij geen zonde zouden hebben begaan (om een doodzonde te begaan moet je weten dat het een zondige daad is en desalniettemin vrij kiezen deze te begaan).
Echter de objectieve moraliteit is in geen enkel opzicht veranderd door de levensomstandigheden. Het is de objectieve waarheid die de “levensomstandigheden” radicaal wil omvormen.
Tegen mensen die samenleven in een onregelmatige verbintenis, zeggen dat zij geroepen zijn kuis te leven als broer en zus betekent zeggen dat zij de genade zullen ontvangen die nodig is om te leven op een kuise wijze. Die genade komt van het huwelijk waaraan zijn werkelijk gebonden zijn. Dat is precies wat van ons wordt verwacht.

4 januari 2016

Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten