Jammerlijke ondeskundigheid


Afgelopen zondag bracht ik een kort bezoekje aan Onze Lieve Vrouw van Ommel, Troosteres in elke nood. Bij het uitgaan van de bedevaartkerk nam ik het herfstnummer van het parochieblad van de Franciscusparochie mee. Toen ik het blaadje thuis doorlas, trof ik een artikel aan van de hand van diaken Wilfred van Nunen, getiteld “Goed en Kwaad”. Waarom hij de eer had een stukje in dit parochieblad te schrijven, is mij niet helemaal duidelijk. Wilfred is diaken in een andere parochie. Zou de pastoor van de Franciscusparochie het zo’n uitstekend stuk vinden dat hij het de moeite waard vond in zijn parochieblad op te nemen of zouden de stukken van Wilfred van Nunen een groter gewicht hebben gekregen sinds hij onlangs tot bisschoppelijk gedelegeerde voor de diakens is benoemd?

In ieder geval verdient de inhoud van het stuk bepaald geen ruime verspreiding. Allereerst is het niet verstandig je in parochieblad te keren tegen pastoors over wie je slechts via via  slechte dingen gehoord hebt, in casu de pastoors van Reusel en Veldhoven. Dan heb je kans dat je je aan kortzichtigheid of zelfs aan kwaadsprekerij schuldig maakt.

Erger wordt het als de argumentatie tegen het katholiek geloof lijkt in te gaan en misschien wel beschouwd kan worden als verspreiding van ketterij. Hopelijk is dat niet de bedoeling en is het gewoon onkunde maar op een ambtsdrager in de Kerk rust altijd de dure plicht zich te informeren voordat hij een stukje schrijft. Het meest handzaam daarbij is waarschijnlijk de Catechismus van de Katholieke Kerk.

Van Nunen schrijft: “Voor mij is de duivel een metafoor voor het kwaad in de wereld, maar het is geen roodgloeiende figuur met bokkenpoten, horens en een puntige staart, die bezit neemt van mensen.” Over die “roodgloeiende figuur” etc zijn we het eens. Maar volgens het geloof van de katholieke Kerk en ook in de opvatting van Jezus zelf is de duivel een persoon en geen metafoor. In nr. 2851 van CKK lezen we over de laatste bede van het Onzevader: “In deze bede is het kwade geen abstract begrip, maar het duidt een persoon aan, de Satan, de Boze, de engel die zich verzet tegen God De duivel (dia-bolos) is degene die "dwarsligt" bij het plan van God en bij zijn "heilswerk" dat in Christus voltooid is.” In nr. 414: “Satan of de duivel en de andere demonen zijn engelen die gevallen zijn, omdat zij uit vrije wil geweigerd hebben God en zijn heilsplan te dienen. Hun keuze tegen God is definitief. Zij proberen de mens deelgenoot te maken van hun opstand tegen God.”

Dat de duivel bezit kan nemen van mensen, is een bijbels gegeven dat ook door de katholieke Kerk erkend wordt. Daarom zijn er in de bisdommen over heel de wereld exorcisten aangesteld. Alleen deze aangestelde exorcisten mogen een groot exorcisme uitvoeren, juist omdat de Kerk wil dat er onderscheid gemaakt wordt tussen echte bezetenheid en psychische ziekte. We lezen hierover in de Catechismus: “Het exorcisme is bedoeld om duivels uit te drijven of om iemand te bevrijden van demonische overheersing, uit kracht van het geestelijk gezag dat Jezus aan zijn Kerk heeft toevertrouwd. De situatie ligt heel anders wanneer er sprake is van een ziekte, vooral een psychische ziekte. De behandeling daarvan valt onder de medische wetenschap. Voordat men een exorcisme uitspreekt, is het dus belangrijk na te gaan of het wel om een aanwezigheid van de duivel en niet om een ziekte gaat.” (CKK nr. 1673)

Overal in de wereld wordt een toename aan bezetenheid geconstateerd. Het lijkt erop alsof mensen door hun levenswijze die steeds verder van God en zijn geboden af komt te staan, de duivel meer kans geven in hun leven en hun persoon binnen te treden. In mijn eigen pastorale praktijk kan ik in ieder geval constateren dat de laatste jaren het aantal gevallen van occulte verschijnselen waarvoor men een beroep doet op een priester toeneemt. Ik heb verschillende keren een huis gezegend waarna de onverklaarbare verschijnselen ophielden.

Ik ben het met van Nunen en met de Kerk eens dat we kritisch moeten zijn maar vanuit een overdreven rationalisme feiten (die niet mogen zijn) ontkennen is dwaas en niet katholiek. Dat iets moeilijk te begrijpen is, is nog geen reden om er dan lacherig over te doen of het te ontkennen. Van Nunen schrijft: “dat iemand medicijnman gaat spelen en de duivel tijdens de besprenkeling met wijwater ‘onder gesis en gegrom uit iemand hoort vertrekken’, vind ik zorgwekkend. Volgens mij ben je beter af met een pastoor of pastoor die zélf af en toe een beetje sist en gromt”. Met een dergelijke constatering ben je vanuit gelovig standpunt kortzichtig.

Volgens van Nunen is de duivel, als hij al bestaat (er nu weer enige twijfel na de eerste ferme ontkenning)  niet te vinden in “kwetsbare mensen die niet uit onwil maar uit onvermogen op een verkeerd spoor kwamen” maar bij “zelfmoordterroristen” en “geldmagnaten die met macht en poen alles naar hun hand zetten”.  “Tegen het echte kwaad in de wereld is geen echte exorcist opgewassen. Zelfs niet met duizend liter wijwater.” Hier worden een paar dingen door elkaar gehaald. Een exorcisme wordt alleen uitgevoerd in geval van bezetenheid:  de duivel neemt dan bezit van het leven van soms volledig onschuldige mensen. Bezetenheid heeft niet per se iets met zonde te maken. De ander categorieën die hij noemt, hebben niet met bezetenheid te maken maar met zondigheid, met zich vrijwillig stellen onder de macht van de duivel waaruit je bevrijd wordt niet door exorcisme maar door bekering (en biecht).

Ook in het volgende stukje worden nogal wat vreemde opvattingen geventileerd: “Ook ons denken over zonde en schuld heeft zich ten goede ontwikkeld. In de Bijbelse tijd werd geloofd dat een ziekte als blindheid of melaatsheid wel een straf zou zijn van God voor een begane zonde. Inmiddels zijn we dat stadium gepasseerd. Hoewel het echt nog niet zo lang geleden is, dat een ongedoopte overleden baby niet op ‘gewijde grond’ begraven mocht worden omdat men dacht dat de smet van de erfzonde dit niet toeliet. Zo’n onschuldig kinderzieltje kon niet rechtstreeks naar de hemel maar moest eerst gezuiverd worden in het vagevuur.”
Ook hier weer diverse onjuistheden.  Van Nunen doet alsof we pas in onze tijd het stadium voorbij zijn dat ziekten beschouwd werden als straffen voor begane zonden. Nou dat stadium zijn we al 2000 jaar, sinds het begin van het christendom, voorbij. En dan ineens die ongedoopte kinderen die totaal niets met het voorafgaande te maken hebben. Ongedoopte kinderen werden vroeger op niet gewijde grond begraven omdat alleen katholiek gedoopten in gewijde grond mochten worden begraven. Dat had niks met de erfzonde te maken. Ook protestanten die wel gedoopt waren mochten ook niet in gewijde grond begraven worden. Ook het idee dat ongedoopte kinderen naar het vagevuur zouden moeten, is nooit bij katholieken opgekomen. Volgens een bepaalde theorie gingen ongedoopte kinderen naar het voorgeborchte. Dit was geen plaats van loutering of straf maar een plaats waar de ongedoopte rechtvaardige een natuurlijke (en geen bovennatuurlijke) zaligheid genoot.

Het houdt gewoon niet op met de enormiteiten: “In sommige neo-orthodoxe kringen lijkt het erop dat Jezus liefhebben op de eerste plaats betekent: wekelijks naar de Kerk gaan, de sacramenten onderhouden en je houden aan de richtlijnen van de Kerk. Voor mijn gevoel betekent Jezus liefhebben: oog hebben voor je kwetsbare naaste. Want daarmee heeft Hij zich steeds weer willen vereenzelvigen. Natuurlijk kan ons kerkbezoek en ons gebed daartoe inspireren, dan is het zinvol, maar zodra het gezien wordt als een doel op zich, dan wordt het een dood ritueel zonder betekenis.”
Volgens het evangelie betekent God liefhebben de geboden onderhouden die Jezus samenvat in het dubbelgebod van de liefde tot God en de liefde tot de naaste. Belangrijke invullingen van dat dubbelgebod zijn de tien geboden waarvan de eerste drie rechtstreeks op God gericht zijn en de rest op de naaste. Het is tegen de wil van Jezus om de geboden jegens God en daaronder ook de plicht tot eredienst (derde gebod) te minimaliseren wat van Nunen doet. Natuurlijk mag je ook de liefde tot de naaste niet minimaliseren, allereerst tot degenen die je het meest naast zijn: je partner, je kinderen, je buren. Overigens wat betekent “de sacramenten onderhouden” is dat net zoiets als de “mis opdienen” wat je soms minder kerkbetrokken mensen hoort zeggen? De diaken lijkt gebed en kerkbezoek alleen maar te zien in dienst van de naastenliefde. Dat is niet katholiek. Gebed en kerkbezoek zijn op de eerste plaats eredienst aan God. Die zijn we Hem krachtens het eerste gebod verschuldigd. Door waarachtige eredienst worden wij betere mensen en komt het ten goede aan onze liefde voor de naaste maar de naastenliefde is zeker geen direct doel van gebed en eredienst.

Het hele stuk ademt een geest van horizontale enggeestigheid en van een stuitende ondeskundigheid. Jammer, voor de gelovigen die van dergelijke informatie afhankelijk zijn.

3 oktober 2017
C. Mennen pr

Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten