Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten


Professor de Mattei, op 25 juli 1968 promulgeerde Paulus VI de encycliek “Humanae Vitae”. Wat is nu, vijftig jaar later, uw oordeel als historicus over deze gebeurtenis?

De Mattei:
“Humanae Vitae”is een encycliek van groot historisch belang, omdat zij het bestaan van een onveranderlijke natuurwet opnieuw in herinnering roept op een moment dat het criterium voor cultuur en gewoontes de ontkenning was van blijvende waarden te midden van historische verandering. Het document van Paulus VI was ook een antwoord op de kerkelijke revolutie die de Kerk van binnen aanviel na de sluiting van het Tweede Vaticaanse Concilie. We moeten Paulus VI dankbaar zijn dat hij niet zwichtte voor een uiterst sterke druk van de kant van media en de kerkelijke lobby’s die wilden dat de leer van de Kerk op dit punt veranderd werd.

Anders dan de meeste mensen tegenwoordig zegt u dat “Humanae Vitae geen profetisch document was. Waarom niet?

In het gewone spraakgebruik wordt profetisch bepaald als het vermogen toekomstige gebeurtenissen te voorspellen in het licht van de rede, verlicht door de genade. In dit opzicht waren in de jaren van het Tweede Vaticaans Concilie de 500 concilievaders die erop aandrongen dat het communisme zou worden veroordeeld, “profeten” in hun prognose dat dit “intrinsieke kwaad” weldra in elkaar zou storten. Degenen echter die tegen een dergelijke veroordeling waren – in de overtuiging dat het communisme iets goeds in zich had en nog eeuwen zou blijven bestaan – waren geen “profeten”.
In diezelfde jaren werd de mythe van de bevolkingsexplosie verspreid en iedereen praatte over de noodzaak het aantal geboortes terug te dringen. Deze mensen, zoals kardinaal Suenens, die vroeg om goedkeuring van de contraceptie om de geboorten te beperken, waren geen profeten; daarentegen waren concilievaders als de kardinalen Ottaviani en Browne profeten, omdat ze tegen dergelijke verzoeken waren en herinnerden aan de woorden van Genesis: “Weest vruchtbaar en wordt talrijk” (Gen,. 1, 28).
Het probleem waarmee het Westen tegenwoordig te maken heeft is zeker niet dat overbevolking maar van enorme bevolkingsafname. “Humanae Vitae” was geen profetische encycliek omdat ze het principe van de geboorteregeling accepteerde in de vorm van “verantwoord  ouderschap” maar het was wel een moedig document omdat het de kerkelijke veroordeling herhaalde van contraceptie en abortus. In dit opzicht dient zij gevierd te worden.

Sommigen hebben gesuggereerd dat “Humanae Vitae” een nieuwe leer bracht doordat de encycliek eraan herinnerde dat de twee huwelijkdoelen (procreatie en eenheid tussen man en vrouw) onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn dat zij die twee doelen als gelijkwaardig beschouwde. Bent u het daarmee eens?

Dat de twee huwelijksdoelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, is een onderdeel van de leer van de Kerk, en “Humanae Vitae” roept dit terecht in herinnering. Echter, om misverstand te voorkomen, moeten we eraan herinneren dat er een hiërarchie van huwelijksdoelen bestaat. Volgens de leer van de Kerk, is het huwelijk van nature een juridisch-morele instelling, door het christendom verheven tot de waardigheid van sacrament. Het voornaamste doel van het huwelijk is het voortbrengen van nageslacht en dat is geen simpel biologische functie en kan niet worden losgemaakt van de huwelijksdaad.
Inderdaad, het christelijk huwelijk is gericht op het geven van kinderen aan God en aan de Kerk, zodat zij de toekomstige burgers van de hemel kunnen zijn. Zoals St.-Thomas leert (Summa contra Gentiles 4, 58) maakt het huwelijk de echtgenoten tot  “pleitbezorgers en behoeders van het geestelijk leven volgens een dienstwerk dat tegelijk lichamelijk en geestelijk” is en dat bestaat in het “voortbrengen van nageslacht en het opvoeden in de aanbidding van God” (Ef. 5, 28). Ouders geven niet direct bovennatuurlijk leven door aan hun kinderen, maar zij moeten zorgen voor de ontwikkeling ervan door hen de erfenis van het geloof door te geven, te beginnen met het doopsel. Daarom omvat het voornaamste doel van het huwelijk ook de opvoeding van kinderen: een werk, zoals Pius XII bevestigt in zijn toespraak op 19 mei 1956 – dat door zijn bereik en zijn gevolgen het werk van het voortbrengen verre overstijgt.

Welk magisteriëel gezag heeft “Humanae Vitae”?

In een poging de leerstellige confrontatie met katholieken die vóór contraceptie waren te verzachten, wilde Paulus VI geen definitief karakter aan het document verbinden. Maar de veroordeling van contraceptie kan beschouwd worden als een onfeilbare act van het gewone Leergezag, waar het opnieuw bevestigde wat altijd is geleerd: elke gebruik van het huwelijk waarin met kunstmatige methodes voorkomen wordt dat de huwelijksdaad leven voortbrengt, schendt de natuurwet en is een zware zonde. Het primaatschap van het voortplantingsdoel van het huwelijk kan ook beschouwd worden als een onfeilbare leer van het gewone leergezag omdat het plechtig is bevestigd in “Casti Connubii” door Pius XII op 29 oktober 1951 en in vele andere documenten.
Inderdaad zegt Pius XII duidelijk: “De waarheid is dat het huwelijk als een natuurlijke instelling krachtens de wil van de Schepper niet als eerste en intieme doel heeft de persoonlijke vervolmaking van de echtgenoten, maar het voortbrengen en opvoeden van nieuw leven. De andere doelen, in zover zij door de natuur beoogd zijn, zijn niet op dezelfde wijze primair, veel minder verheven dan het primaire doel maar ze zijn er wezenlijk aan ondergeschikt. Dit is waar voor ieder huwelijk zelfs als er geen nageslacht is, net zoals van ieder oog kan worden gezegd dat het bedoeld en gemaakt is om te zien, zelfs als in abnormale gevallen door speciale interne of externe omstandigheden het oog nooit in staat zal zijn een visuele waarneming tot stand te brengen.” De paus herinnert er in dit verband aan dat de Heilige Stoel in een publiek decreet van het Heilig Officie “heeft verkondigd dat het niet de mening van sommige recente auteurs kon accepteren die ontkenden dat het primaire doel van het huwelijk het voortbrengen en het opvoeden van nageslacht is, of die leren dat de secundaire doelen niet noodzakelijk ondergeschikt zijn aan het primaire doel maar dat zij op gelijke hoogte staan en er niet afhankelijk van zijn”. (S.C. Officii, 1 april 1944 – Acta Ap. Sed.vol. 36, a. 1944).

U merkt in uw artikel op dat één van de nieuwe elementen in het boek van Mgr. Marengo is de complete tekst van het eerste ontwerp van de encycliek, die was getiteld De nascendi prolis. U merkt ook op hoe deze encycliek door een serie gebeurtenissen werd omgevormd in Humanae Vitae. Kunt u ons meer vertellen over hoe deze verandering in zijn werk ging?

De geschiedenis van Humanae Vitae is complex en veroorzaakte groot verdriet. Het begin van dit verhaal is het afwijzen door de concilievaders van het voorbereidend schema over gezin en huwelijk, samengesteld door de voorbereidende commissie van Vaticanum II en goedgekeurd door Johannes XXIII in juli 1962. De voornaamste auteur van het keerpunt was kardinaal Leo-Joseph Suenens, de aartsbisschop van Brussel die een enorme invloed had op Gaudium et Spes en die “de stuurman” was van de ad hoc commissie over de geboorteregeling, ingesteld door Johannes XXIII en uitgebreid door Paulus VI.

In 1966 produceerde deze commissie een tekst waarin de meerderheid van de deskundigen hun steun uitspraken voor contraceptie. De volgende twee jaar waren controversieel en verwarrend zoals de nieuwe documenten die door mgr. Gulfrede Marengo zijn gepubliceerd, bevestigen. Tegenover de meerderheidsopvatting, bekend gemaakt door de Natial Catholic Reporter in 1967 stond de minderheidsopvatting die tegen het gebruik van de anticonceptieve methodes waren. Daarop benoemd Paulus VI een nieuwe studiegroep onder leiding van zijn theoloog Mgr. Colombo. Na veel discussie kwamen ze tot De nascendi prolis. Maar toen voltrok zich opnieuw een wending omdat de Franse vertalers ernstig voorbehoud maakten ten aanzien van het document. Paulus VI bracht opnieuw wijzigingen aan en tenslotte op 25 juli 1968 werd Humanae Vitae gepubliceerd. Het verschil tussen de twee documenten was dat het eerste meer “leerstellig” was, terwijl het tweede een meer “pastoraal” karakter had. Volgens mgr. Marengo  wilden zij “vermijden dat de zoektocht naar leerstellige helderheid zou worden gezien als ongevoelige starheid". De traditionele leer van de Kerk werd bevestigd maar de leer over de huwelijksdoelen werd niet met voldoende helderheid tot uitdrukking gebracht.

In uw artikel schrijft u dat Johannes Paulus II de leer van Humanae Vitae “krachtig” heeft bevestigd maar dat het idee van de echtelijke liefde dat zich onder zijn pontificaat verspreidde, aan de oorsprong ligt van een heleboel misverstanden”. Kunt u daar iets meer over zeggen?

Ik ben Johannes Paulus II dankbaar voor zijn heldere bevestiging van morele absolute normen in Veritatis Splendor. Maar de Theologie van het Lichaam van Johannes Paulus II, die gedeeltelijk opgenomen is in het Wetboek van Canoniek Recht en in de Catechismus, geeft uitdrukking aan een opvatting van het huwelijk die bijna exclusief gericht is op echtelijke liefde. Na vijftig jaar moeten we de moed hebben deze kwestie opnieuw objectief te bekijken, alleen vanuit een verlangen te waarheid en het heil van zielen te zoeken. De vruchten van de nieuwe pastoraal zijn zichtbaar voor allen. Contraceptie is wijd verspreid in de katholieke wereld en de rechtvaardiging die ervoor gegeven wordt, is een verwrongen visie op liefde en huwelijk. Als de hiërarchie van huwelijksdoelen niet wordt vastgelegd, lopen we gevaar juist dat te doen wat we willen vermijden, namelijk spanning en conflict creëren en tenslotte een ontkoppeling van de twee huwelijksdoelen.

Maar is de huwelijksband ook niet een symbool van de intieme gemeenschap van Christus met de Kerk?

Zeker, maar de beroemde uitspraak van St.-Paulus (EF. 5, 32) wordt bijna altijd toegepast op de huwelijksdaad, terwijl huwelijksliefde niet alleen affectieve, emotionele liefde is maar eerst en vooral redelijke liefde. Redelijke liefde, op een hoger plan gebracht door de caritas, wordt een vorm van bovennatuurlijke liefde en die heiligt het huwelijk. Emotionele, gevoelsmatige liefde kan omlaag gehaald worden tot het punt dat men de persoon van zijn echtgenote beschouwd wals een voorwerp van genot. Dit risico kan ook ontstaan uit een overbenadrukken van het liefdeskarakter van het huwelijk. Daarenboven stelt Pius XII terwijl hij verwijst naar het beeld van Christus’ band met de Kerk: "In beiden is de zelfgave totaal, exclusief en onherroepelijk; in beiden is bruidegom het hoofd van de bruid, die aan hem onderworpen is als aan de Heer (vgl. ibid. 22-33); in beiden wordt de wederzijdse gave het beginsel van uitbreiding en bron van leven” (Toespraak tot de vroedvrouwen, 23 oktober 1940). Tegenwoordig wordt de nadruk alleen gelegd op de wederzijde zelfgave en er heerst stilte over het feit dat de man het hoofd is van zijn vrouw en gezin, zoals Christus het hoofd is van de Kerk. De impliciete ontkenning van het primaat van de echtgenoot over zijn vrouw is analoog aan het weglaten van het primaat van het voortplantingsdoel boven het eenheidsvormende doel van het huwelijk. Dit brengt in het gezin een verwarring van rollen waarvan we de gevolgen heden ten dage zien.

Vertaling: C. Mennen pr

HUMANAE VITAE WAS MOEDIG MAAR NIET PROFETISCH

 
In LifeSiteNews verscheen onderstaand vraaggesprek met prof. Dr. de Mattei