Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten


Op dit tragische ogenblik voor de Kerk in diverse delen van de wereld, de Verenigde Staten, Chili, Honduras, Australië enz. hebben bisschoppen een zware verantwoordelijkheid. Ik denk in het bijzonder aan de Verenigde Staten van Amerika waar ik door paus Benedictus op 19 oktober 2011 als apostolisch nuntius naar toe gestuurd werd. Het was gedenkdag van de eerste Noord-Amerikaanse martelaren. De bisschoppen van de Verenigde Staten zijn geroepen, en ik met hen, om het voorbeeld van deze eerste martelaren te volgen die het evangelie naar de landen van America brachten om geloofwaardige getuigen te zijn van de onmetelijke liefde van Christus, de weg, de waarheid en het leven. Bisschoppen en priesters die hun gezag misbruikten, hebben verschrikkelijke misdaden begaan ten nadele van hun gelovigen, minderjarigen, onschuldige slachtoffers en jonge mannen die bereid waren hun leven in dienst te stellen van de Kerk of zij hebben door hun stilzwijgen niet verhinderd dat dergelijke misdaden konden doorgaan. Om de schoonheid en de heiligheid van het gelaat van de Bruid van Christus te herstellen, dat zo vreselijk is misvormd door zoveel verschrikkelijke misdaden en als we de Kerk werkelijk willen bevrijden van het stinkende moeras waarin ze gevallen is, moeten we de moed hebben de cultuur van heimelijkheid te doorbreken en publiekelijk de waarheden te bekennen die we verborgen hebben gehouden. We moeten het complot van stilzwijgen doorbreken waarmee bisschoppen en priesters zichzelf hebben beschermd ten koste van hun gelovigen, een complot van stilzwijgen waardoor de Kerk gevaar loopt in de ogen van de wereld te lijken op een sekte, een complot van stilzwijgen dat niet zo erg verschilt van dat wat bij maffia bestaat. “Wat je hebt gezegd in het duister, zal van de daken geroepen worden”(Lc. 12, 3). Ik had altijd geloofd en gehoopt dat de hiërarchie van de Kerk in zichzelf de spirituele krachtbronnen zou vinden. Daarom ben ik, hoewel ik daar dikwijls om gevraagd ben, altijd verklaringen in de media uit de weg gegaan, zelfs al was het mijn recht zulks te doen om mijzelf te verdedigen tegen roddels die over mij gepubliceerd werden, zelfs door hoge prelaten van de Romeinse Curie. Maar nu de corruptie de top zelf van de kerkelijke hiërarchie bereikt heeft, dwingt mijn geweten mij die waarheden betreffende de hartverscheurende zaak van de aartsbisschop emeritus van Washington DC, Theodore McCarrick, bekend te maken, die ik te weten kwam tijdens mijn werkzaamheden die mij door de H. Johannes Paulus II als gedelegeerde voor pauselijke vertegenwoordigingen, van 1998 tot 2009, en door paus Benedictus XVI als apostolisch nuntius in de Verenigde Staten van Amerika, van 19 oktober 2011 tot eind mei 2016, waren toevertrouwd. Als gedelegeerde voor de pauselijke vertegenwoordigingen in het Staatssecretariaat waren mijn verantwoordelijkheden niet beperkt tot de nuntiaturen, maar er viel ook de staf van de Romeinse Curie onder (aanstellingen, promoties, inlichtingen inwinnen over kandidaten voor het bisschopsambt, enz) en het onderzoeken van delicate aangelegenheden, ook die betreffende kardinalen en bisschoppen, die aan de gedelegeerde werden toevertrouwd door de kardinaal Staatssecretaris of door de substituut van het Staatssecretariaat.

Om verdachtmakingen uit de weg te ruimen die onlangs in diverse artikelen geïnsinueerd werden, zeg ik hier onmiddellijk dat de pauselijke nuntii in de Verenigde Staten, Gabriel Montalvo en Pietro Sambi, beiden voortijdig gestorven, niet hebben nagelaten de Heilige Stoel direct te informeren toen ze van het ernstig immorele gedrag van kardinaal McCarrick met seminaristen en priesters hoorden.  Immers zoals Nuntius Pietro Sambi schreef, was de brief van pater Boniface Ramsey, gedateerd op 22 november 2000, geschreven op verzoek van  wijlen nuntius Montalvo. In de brief bevestigt pater Ramsey, die professor was geweest aan het diocesaan seminarie van Newark van het eind van de tachtiger jaren tot 1996, dat er een steeds terugkerend gerucht was in het seminarie, dat de “aartsbisschop zijn bed deelde met seminaristen”. Hij nodigde er dan vijf tegelijk uit het weekend met hem door te brengen in zijn strandhuis. En hij voegde eraan toe dat hij een aantal seminaristen kende van wie sommigen later priester gewijd zijn voor het bisdom Newark en die in zijn strandhuis waren uitgenodigd en het bed met de aartsbisschop gedeeld hebben. De functie die ik destijds had werd niet geïnformeerd over enige maatregel die door de Heilige Stoel genomen werd na deze beschuldigingen, ingebracht door nuntius Montalvo eind 2000 toen kardinaal Angelo Sodano staatssecretaris was.
Eveneens  bracht nuntius Sambi een aanklacht over aan de kardinaal staatssecretaris Tarcisio Bertone tegen McCarrick en de priester Gregory Littleton van het bisdom Charlotte, die tot de lekenstaat was teruggebracht vanwege misbruik van minderjarigen, samen met twee documenten van dezelfde Littleton waarin hij zijn droevig verhaal vertelt van seksmisbruik door de toenmalige aartsbisschop van Newark en verschillende andere priesters en seminaristen. De nuntius voegde eraan toe dat Littleton zijn memorandum naar ongeveer 20 mensen had gestuurd, met daaronder burgerlijke en kerkelijke gerechtelijke autoriteiten, politie en advocaten, in juni 2006 en dat het daarom erg waarschijnlijk was dat het nieuws weldra openbaar zou worden. Hij vroeg daarom om een snelle interventie van de Heilige Stoel. In een memo over deze documenten dat ik als gedelegeerde voor de pauselijke vertegenwoordigingen moest schrijven, schreef ik op 6 december 2006 aan mijn superieuren, kardinaal Tarcisio Bertone en de substituut Leonardi Sandri dat de feiten die door Littleton aan McCarrick werden toegeschreven van een dergelijke ernst en slechtheid waren dat zij bij de lezer verbijstering opriepen, een gevoel van afschuw, diep verdriet en bitterheid, en dat het misdaden waren van het verleiden, uitlokken van slechte daden bij seminaristen en priesters, herhaaldelijk en tegelijk met diverse mensen, het uitlachen van een jonge seminarist die de verleidingen van de aartsbisschop trachtte te weerstaan in aanwezigheid van twee priesters, absolutio complicis in deze verderfelijke daden, heiligschennende viering van de eucharistie met dezelfde priesters nadat ze zulke daden bedreven hadden. In mijn memo dat ik op dezelfde 6de september 2006 afleverde bij mijn directe superieur, substituut Leonardi Sandri gaf ik aan mijn superieuren de volgende overwegingen en stelde hen de volgende wijze van handelen voor: ervan uitgaande dat een nieuw schandaal van bijzondere zwaarte, omdat het een kardinaal betrof,  zich ging voegen bij de vele schandalen van de Kerk van de Verenigde Staten, en dat, aangezien de zaak met een kardinaal te maken had en volgens c. 1405 §1 no 2 “ipsius Romani Pontificis dumtaxat ius est iudicandi", stelde ik voor dat er een exemplarische maatregel tegen de kardinaal genomen zou worden die een genezende functie kon hebben, om toekomstig misbruik tegen onschuldige slachtoffers te voorkomen en om het zeer ernstige schandaal voor de gelovigen te verlichten, die ondanks alles van de Kerk bleven houden en in haar bleven geloven. Ik voegde eraan toe dat het voor deze ene keer heilzaam zou zijn dat de kerkelijke autoriteiten tussenbeide zouden komen voordat dit de burgerlijke autoriteiten zouden doen, zo mogelijk voordat het schandaal in de pers zou komen. Dit zou enige waardigheid hebben kunnen herstellen aan een Kerk die zo zwaar op de proef gesteld en vernederd was door zoveel afschuwelijke daden van enkele pastores. Als dit was gebeurd hoefde de burgerlijke autoriteit geen kardinaal meer te oordelen maar een pastor waartegen de Kerk al de geëigende maatregelen had genomen om te voorkomen dat de kardinaal zijn gezag zou misbruiken en zou doorgaan met het te gronde richten van onschuldige slachtoffers.
Alle memo’s, brieven en andere documentatie, die ik hier vermeld, zijn beschikbaar in het Staatssecretariaat van de Heilige Stoel of in de apostolische nuntiatuur in Washington.
Mijn memo van 6 december 2006 bleef bij mijn superieuren en kwam nooit bij mij terug met enige feitelijke beslissing in deze zaak. Daarna rond 21-23 april 2008 werd de Verklaring voor Paus Benedictus XVI over het patroon van de seksuele misbruik crisis in de Verenigde Staten, door Richard Sipe, op internet gepubliceerd, op richrdsipe.com. Op 24 april werd het door de prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, kardinaal William Levada, overgebracht aan de kardinaal Staatssecretaris Tracisio Bertone. Ik kreeg het een maand later op 24 mei 2008. De volgende dag  gaf ik een nieuw memo aan de nieuwe substituut, Fernando Filoni, waarin mijn voorgaande memo van 6 december 2006 was opgenomen. Daarin vatte ik het document van Richard Sipe samen wat eindigde met deze respectvolle en hartelijke oproep aan paus Benedictus XVI:
“Ik nader uwe heiligheid met gepaste eerbied maar met dezelfde intensiteit die Petrus Damianus motiveerde aan uw voorganger paus Leo IX een beschrijving voor te leggen van de toestand van de clerus in zijn tijd. De problemen waarover hij sprak, komen overeen met en zijn even groot nu in de Verenigde Staten als zij destijds waren in Rome. Als uwe heiligheid het wil, zal ik u persoonlijk de documentatie overhandigen waarover ik u heb gesproken.”

Ik eindigde mijn memo door opnieuw tegen mijn superieuren te zeggen dat ik het noodzakelijk achtte zo snel mogelijk tussenbeide te komen en kardinaal McCarrick te ontdoen van zijn kardinaalshoed en te zorgen dat hij onderworpen werd aan de sancties, vastgesteld in het kerkelijk recht, die ook voorzien in een terugbrengen tot de lekenstaat. Dit tweede memo van mij kwam ook nooit terug naar het personeelskantoor en ik was erg boos op mijn superieuren vanwege het onbegrijpelijk feit dat ze geen maatregelen tegen kardinaal McCarrick namen en omdat er een voortdurend gebrek aan communicatie was met mij sinds mijn eerste memo in december 2006. Maar uiteindelijk kwam ik met zekerheid via kardinaal Giovanni Battista Re, destijds prefect van de Congregatie voor de Bisschoppen, te weten dat de moedige en verdienstelijke verklaring van Richard Sipe het gewenste resultaat had gehad.
Paus Benedictus had kardinaal McCarrick sancties opgelegd die ongeveer gelijk waren aan die hem nu zijn opgelegd door paus Franciscus: de kardinaal moest het seminarie verlaten waar hij woonde; hij mocht geen Mis meer lezen in het openbaar, niet deelnemen aan publieke bijeenkomsten, geen lezingen geven, niet reizen, met de verplichting zichzelf te wijden aan een leven van gebed en boete.

Ik weet niet wanneer paus Benedictus deze maatregelen tegen McCarrick nam, in 2009 of 2010, omdat ik ondertussen was overgeplaatst naar het Bestuur van Vaticaanstad; evenmin weet ik wie verantwoordelijk was voor deze ongelooflijke vertraging. Ik geloof zeker niet dat het Benedictus was die al als kardinaal diverse keren de corruptie in de Kerk had aangeklaagd en in de eerste maanden van zijn pontificaat al een stevig standpunt had ingenomen tegen de toelaten van jongemannen met diep gewortelde homoseksuele neigingen in de seminaries. Ik denk dat het lag aan de eerste medewerker van de paus in die tijd, kardinaal Tarcisio Bertone, die zoals alom bekend graag homoseksuelen bevorderde naar verantwoordelijke posities en die gewend was de informatie te regelen waarvan hij dacht dat ze aan paus moest worden doorgegeven.
In elk geval het is zeker dat paus Benedictus de boven genoemde canonieke sancties aan McCarrick oplegde en dat ze hem werden meegedeeld door de apostolisch nuntius in de Verenigde Staten, Pietro Sambi. Mgr. Jean-François Lantheaume, destijds eerste adviseur van de Nuntiatuur in Washington en zaakgelastigde a.i. na de onverwachte dood van nuntius Sambi in Baltimore, vertelde mij, toen ik in Washington aankwam – en hij is bereid dat te getuigen – over een stormachtig gesprek van meer dan een uur, dat nuntius Sambi had met kardinaal McCarrick die hij naar de nuntiatuur had laten komen. Mgr. Lantheaume zei me dat “je de stem van de nuntius in de gang kon horen”.

Dezelfde beschikkingen van paus Benedictus werden mij in november 2011 meegedeeld door de nieuwe prefect van de Congregatie voor de Bisschoppen, Marc Ouellet, in een gesprek vóór mijn vertrek naar Washington en ze zaten bij de instructies van dezelfde Congregatie voor de nieuwe nuntius. Op mijn beurt herhaalde ik ze aan kardinaal McCarrick bij mijn eerste ontmoeting met hem op de nuntiatuur en hij mompelde op een nauwelijks verstaanbare manier en gaf toe dat hij misschien de fout had begaan te slapen in hetzelfde bed met sommige seminaristen in zijn strandhuis maar hij zei dat dat van geen belang was. De gelovigen blijven er zich over verwonderen hoe het mogelijk was dat hij benoemd kon worden in Washington en als kardinaal. Zij hebben alle recht van de wereld te weten, wie weet had van zijn zware misdaden en wie ze toedekten. Het is daarom mijn plicht te onthullen wat ik hierover weet, te beginnen bij de Romeinse Curie.

Kardinaal Angelo Sodano was staatssecretaris tot september 2006: alle informatie werd hem meegedeeld. In november 2000 stuurde nuntius Montalvo hem zijn rapport en gaf hem de boven genoemde brief door van pater Bonifacio Ramsey waarin hij het ernstige misbruik meedeelde dat door McCarrick gepleegd was. Het is bekend dat Sodano probeerde het schandaal van pater Maciel tot het einde toe te dekken. Hij verplaatste zelfs de nuntius in Mexico City, Justo Mullor, die weigerde medeplichtig te zijn in zijn plan Maciel te dekken en hij benoemde in dienst plaats Sandri, tot dan nuntius in Venezuela, die bereid was mee te werken aan de doofpot. Sodano ging zelfs zo ver dat hij een verklaring deed uitgaan naar de persdienst van het Vaticaan waarin een leugen voor waar werd verklaard, namelijk dat paus Benedictus had besloten dat de zaak Maciel als gesloten moest worden beschouwd. Benedictus reageerde, ondanks Sodano’s  heftige verweer, en Maciel werd schuldig bevonden en onherroepelijk veroordeeld.
Was de benoeming van McCarrick in Washington en zijn benoeming tot kardinaal het werk van Sodano, doen Johannes Paulus II al heel ziek was? Wij weten het niet. Het is echter gerechtvaardigd dit te denken maar ik denk niet dat hij de enige verantwoordelijke hiervoor was. McCarrick ging vaak naar Rome en maakte overal vrienden, op alle niveaus van de Curie. Als Sodano Maciel in bescherming heeft genomen, wat zeker lijkt, dan is er geen enkele reden waarom hij dat niet voor McCarrick gedaan zou hebben, die volgens velen de financiële middelen had beslissingen te beïnvloeden. De toenmalige prefect van de Congregatie voor de Bisschoppen, kardinaal Giovanni Battista Ree, was tegen zijn benoeming in Washington. Op de nuntiatuur in Washington is er een notitie in zijn handschrift waarin kardinaal Re zich distantieert van de benoeming en zegt dat McCarrick de 14de was op de lijst voor Washington.

Het rapport van nuntius Sambi, met alle bijlagen, werd gestuurd naar kardinaal Tarcisio Bertone in zijn functie als staatssecretaris. Mijn twee hierboven vermelde memo’s van 6 december 2006 en 25 mei 2008 werden waarschijnlijk ook aan hem gegeven door de substituut. Zoals reeds vermeld had de kardinaal geen enkele moeilijkheid om voortdurend kandidaten voor het bisschopsambt voor te dragen die bekend stonden als actieve homoseksuelen – ik noem alleen het bekende geval van Vincenzo de Mauro die tot aartsbisschop-bisschop van Vigevano werd benoemd en later afgezet omdat hij zijn seminaristen in gevaar bracht – en hij had er ook geen moeite mee de informatie die hij doorgaf aan paus Benedictus te filteren en te manipuleren.

Kardinaal Pietro Parolin, de huidige staatssecretaris was ook medeplichtig aan het toedekken van de wandaden van McCarrick die na de verkiezing van paus Franciscus openlijk pochte over zijn reizen en missies naar diverse continenten. In april 2014 had de Washington Times een voorpaginaverslag van de reis van McCarrick naar de Centraal-Afrikaanse Republiek, en maar liefst in naam van Buitenlandse Zaken. Als nuntius in Washington schreef ik naar Parolin om hem te vragen of de sancties, opgelegd door paus Benedictus nog van kracht waren. Ça va sans dire dat mijn brief nooit een antwoord kreeg!

Hetzelfde kan worden gezegd van kardinaal William Levada, voormalig prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, voor de kardinalen Marc Ouellet, prefect van de Congregatie voor de Bisschoppen, Lorenzo Baldisseri, voormalig secretaris van dezelfde congregatie. Zij waren allemaal vanwege hun ambt bekend met de sancties, die paus Benedictus McCarrick had opgelegd.

De kardinalen Leonardi Sandri, Fernando Filoni en Angelo Becciu kenden als substituut van het Staatssecretariaat de situatie van McCarrick tot het kleinste detail. Evenmin is het onmogelijk dat de kardinalen Giovanni Lajolo en Dominique Mamerti er niets van geweten hebben. Als secretarissen voor Betrekkingen met Staten namen zij diverse keren per week deel aan het collegiaal overleg met de staatssecretaris.
Wat de Romeinse Curie betreft stop ik hier voor het moment, zelfs al zijn er namen van andere prelaten in het Vaticaan bekend, sommigen zelfs dichtbij de paus zoals kardinaal Francesco Coccopalmerio en aartsbisschop Vincenzo Paglia die behoren tot de homoseksuele stroming die erop uit is de katholieke leer over homoseksualiteit onderuit te halen, een stroming waarover al in 1986 gesproken werd door kardinaal Joseph Ratzinger, destijds prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, in de Brief aan de Bisschoppen van de Katholieke Kerk over de pastorale zorg voor homoseksuelen.
De kardinalen Edwin Frederick O’Brien en Renato Rafaele Martino behoren ook tot dezelfde stroming, zij het met een verschillende ideologie. Anderen die tot deze stroming horen, wonen zelfs in het Domus Sanctae Marthae.

Nu naar de Verenigde Staten. Natuurlijk was de eerste die moest worden geïnformeerd over de maatregelen die door paus Benedictus genomen waren, de opvolger van McCarrick op de zetel van Washington, kardinaal Donald Wuerl. Zijn situatie is nu volledig gecompromitteerd door de recente onthullingen over zijn gedrag als bisschop van Pittsburgh. Het is absoluut ondenkbaar dat Nuntius Sambi, die een zeer verantwoordelijk iemand was, loyaal, direct en uitgesproken in zijn manier van doen (een ware zoon van de Romagna),  er niet met hem over gesproken zou hebben. In ieder geval bracht ik het onderwerp bij verschillende gelegenheden bij kardinaal Wuerl ter tafel, en ik hoefde daarbij helemaal niet in detail te gaan omdat het mij meteen duidelijk was dat hij volledig op de hoogte was. Ik herinner me in het bijzonder het feit dat ik er zijn aandacht op moest vestigen, omdat ik me realiseerde dat er in een publicatie van het aartsbisdom, op de achterkant in kleur, een aankondiging stond waarin jongemannen, die dachten dat ze een priesterroeping hadden, werden uitgenodigd voor een ontmoeting met kardinaal McCarrick. Ik belde kardinaal Wuerl meteen. Hij uitte zijn verbazing tegenover mij en zei me dat hij niets af wist van die aankondiging en dat hij het zou afzeggen. Als hij niets afwist van het misbruik door kardinaal McCarrick en maatregelen van paus Benedictus, zoals hij nu voortdurend zegt, hoe kan zijn antwoord dan worden verklaard? Zijn recente verklaringen dat hij er niets van wist, zelfs al verwees hij eerst slim naar de vergoeding aan de twee slachtoffers, zijn absoluut belachelijk. De kardinaal liegt schaamteloos en dwingt zijn kanselier, mgr. Antonicelli, eveneens te liegen. Kardinaal Wuerl loog glashard bij een andere gelegenheid. Na een moreel onaanvaardbaar incident, toegestaan door de academische autoriteiten van Georgetown University, bracht ik dit onder de aandacht van de voorzitter van universiteit, dr. John DeGioia, en stuurde hem twee opeenvolgende brieven. Voor ze naar de geadresseerde te sturen, gaf ik, om de zaak netjes af te werken, persoonlijk een kopie ervan aan de kardinaal met een begeleidende brief die ik had geschreven. De kardinaal zei bij dat hij nergens van wist. Echter hij bevestigde niet de ontvangst van mijn twee brieven in tegenstelling met wat hij gewoonlijk deed. Ik vernam vervolgens dat de gebeurtenis in Georgetown zeven jaar geleden had plaats gevonden. Maar de kardinaal wist van niets!

Kardinaal Wuerl wist wel degelijk van het voortdurende misbruik van kardinaal McCarrick en van de sancties opgelegd door paus Benedictus. Maar hij liet hem, tegen de instructies van de paus in, wonen in het seminarie in Washington. Hierdoor bracht hij nog meer seminaristen in gevaar. Bisschop Paul Bootkoski, emeritus bisschop van Metuchen, en aartsbisschop John Myers, emeritus bisschop van Newark, dekten het misbruik van McCarrick in hun respectieve bisdommen toe en gaven vergoedingen aan twee van zijn slachtoffers. Ze kunnen het niet ontkennen en zij moeten ondervraagd worden zodat iedere omstandigheid en elke verantwoordelijkheid in deze zaak aan het licht komt.
Kardinaal Kevin Farrel, die onlangs door de media werd geïnterviewd, heeft ook gezegd dat hij geen flauw idee van het misbruik dat door McCarrick is gepleegd. Gezien zijn functies in Washington, Dallas en op het moment in Rome, denk ik dat niemand hem, eerlijk gezegd, kan geloven. Ik weet niet of hem ooit is gevraagd of hij wist van de misdaden van Maciel. Als hij dat zou ontkennen, zou iemand hem dan geloven gezien het feit dat hij verantwoordelijke posities bekleedde als lid van de legionairs van Christus? Wat betreft kardinaal Sean O’Malley, zou ik eenvoudigweg zeggen dat zijn laatste verklaringen ten aanzien van de zaak McCarrick verwarrend zijn en zijn openheid en geloofwaardigheid helemaal hebben verduisterd.

Mijn geweten vraagt van mij ook feiten te onthullen betreffende paus Franciscus, die ik persoonlijk heb meegemaakt en die een dramatische betekenis hebben. Zij staan mij, als bisschop, die deelt in de collegiale verantwoordelijkheid van alle bisschoppen voor de universele Kerk, niet toe te blijven zwijgen. En daarom vertel ik ze hier, bereid om ze onder ede te bevestigen, terwijl ik God als getuige aanroep. In de laatste maanden van zijn pontificaat had paus Benedictus XVI een vergadering bijeengeroepen van de apostolische nuntii in Rome zoals Paulus VI en de H. Johannes Paulus II bij verschillende gelegenheden gedaan hadden. De voor deze audiëntie vastgestelde datum was vrijdag 21 juni 2013. Paus Franciscus hield zich aan deze afspraak die door zijn voorganger gemaakt was. Natuurlijk kwam ook ik uit Washington naar Rome. Het was mijn eerste ontmoeting met de nieuwe paus die pas drie maanden tevoren gekozen was, na het aftreden van paus Benedictus. In de morgen van 20 juni 2013 ging ik naar het Domus Sanctae Marthae om me bij mijn collega’s te voegen die daar logeerden. Bij mijn binnenkomst ontmoette ik kardinaal McCarrick die de toog met de rode biesjes droeg. Ik groette hem beleefd zoals ik altijd had gedaan. Hij zei onmiddellijk tegen mij op een toon die het midden hield tussen vaag en triomfantelijk: “De paus heeft me gisteren ontvangen, morgen ga ik naar China”. Toen wist ik nog niets van zijn langdurige vriendschap met kardinaal Bergoglio en van de belangrijke rol die hij gespeeld bij de recente pauskeuze, zoals McCarrick later zou onthullen in een lezing op de Villanova Universiteit en in een interview met de National Catholic Reporter. Noch had ik ooit gedacht aan het feit dat hij aan de voorbereidende bijeenkomsten voor het jongste conclaaf had deelgenomen en van de rol die hij heeft kunnen spelen als kiesgerechtigde kardinaal in het conclaaf van 2005. Daarom begreep ik niet onmiddellijk de betekenis van de versleutelde boodschap die McCarrick me had gestuurd maar dat zou me duidelijk worden in de dagen die onmiddellijk daarop volgden.

De volgende dag vond de audiëntie met de paus plaats. Na zijn toespraak die gedeeltelijk werd voorgelezen en gedeeltelijk voor de vuist weg werd gehouden, wenste de paus alle nuntii één voor één te begroeten. In een lange enkel rij, herinner ik me en ik was een van de laatsten. Toen het mijn beurt was, had ik maar juist tijd om te zeggen “Ik ben de nuntius in de Verenigde Staten”. Meteen viel hij me aan op een verwijtende toon en zei: "De bisschoppen in de Verenigde Staten moeten niet geïdeologiseerd zijn! Zij moeten herders zijn! Natuurlijk was ik niet in staat om uitleg te vragen over de betekenis van zijn woorden en de agressieve manier waarop hij zich verwijtend had geuit. Ik had in mijn hand een boek in het Portugees dat kardinaal O’Malley me een paar dagen eerder voor de paus had gestuurd. Hij had daarbij gezegd: “zo kan hij zijn Portugees nog wat ophalen voor hij naar Rio gaat voor de Wereldjongerendag”. Ik overhandigde het hem onmiddellijk en bevrijdde mijzelf van een bijzonder verwarrende en vervelende situatie. Aan het eind van de audiëntie kondigde de paus aan: “Wie van u komende zondag nog in Rome is, is uitgenodigd met mij te concelebreren in het Domus Sanctae Marthae.”

Ik dacht natuurlijk nog te blijven om zo spoedig mogelijk helder te krijgen wat de paus mij wilde vertellen. Op zondag 23 juni, vóór de concelebraties met de paus vroeg ik mgr. Ricca, die als verantwoordelijke voor het huis ons hielp met de liturgische gewaden, of hij de paus kon vragen of hij me ergens in de week daarop zou kunnen ontvangen. Hoe kon ik naar Washington teruggaan zonder dat duidelijk was wat de pas van mij wilde? Aan het einde van de Mis, terwijl de paus de paar mensen begroette die bij de Mis aanwezig waren, kwam zijn Argentijnse secretaris, mgr. Fabio Pedacchio, naar mij toe en zei: “De paus zei me u te vragen of u nu vrij bent!” Natuurlijk, antwoordde ik, sta ik ter beschikking van de paus en ik dankte hem dat hij mij meteen wilde ontvangen. De paus bracht me naar de eerste verdieping in zijn appartement en zei: “We hebben 40 minuten vóór het Angelus”.  Ik begon het gesprek met de paus met te vragen wat hij bedoeld had met de woorden die hij tot mij gericht had toen ik hem afgelopen vrijdag begroette. En de paus zei, op een heel verschillende, vriendelijke, bijna hartelijke toon tegen mij: “Ja, de bisschoppen in de Verenigde Staten moeten niet geïdeologiseerd zijn, zij moeten niet rechts zijn als de aartsbisschop van Philidelphia (de paus noemde niet de naam van de aartsbisschop) zij moeten herders zijn; zij moeten niet links zijn – en hij voegde eraan toe terwijl hij beide armen omhoog hief – en als ik links zeg, bedoel ik homoseksueel.” Natuurlijk ontging me de logica van de correlatie tussen links zijn en homoseksueel zijn, maar hij voegde er niets aan toe. Onmiddellijk daarna, vroeg de paus mij op een slinkse manier: “Wat is kardinaal McCarrick voor iemand?” Ik antwoordde hem in alle vrijmoedigheid en, zo u wilt, met grote naïviteit: "Heilige vader, ik weet niet of u kardinaal McCarrick kent, maar als u de Congregatie voor de Bisschoppen ernaar vraagt, er is een dossier over hem dat zo dik is. Hij heeft generaties seminaristen en priesters beschadigd en paus Benedictus heeft hem opdragen zich terug te trekken in een leven van gebed en boete.” De paus gaf niet het minste commentaar op deze zeer ernstige woorden van mij en toonde geen enkele uitdrukking van verbazing op zijn gezicht, alsof hij de zaak al een tijdlang kende en veranderde ogenblikkelijk van onderwerp. Maar wat was de bedoeling van de paus toen hij mij vroeg: “Wat is kardinaal McCarrick voor iemand?” Hij wilde duidelijk te weten komen of ik een vriend van McCarrick was of niet.

Terug in Washington werd mij alles heel duidelijk dank zij een nieuwe gebeurtenis die slechts enkele dagen na mijn ontmoeting met de paus voorviel. Toen de nieuwe bisschop Mark Seitz bezit nam van het bisdom van El Paso op 9 juli 2013, stuurde ik de eerste adviseur, mgr. Jean-François Lantheaume, terwijl ik dezelfde dag naar Dallas ging voor een internationaal congres over bio-ethiek. Toen ik terugkwam, vertelde mgr. Lantheaume mij dat hij in El Paso kardinaal McCarrick had ontmoet die hem terzijde nam en ongeveer dezelfde woorden gebruikte als de paus tegen mijn in Rome: “De bisschoppen in de Verenigde Staten moeten niet geïdeologiseerd zijn, zij moeten niet rechts zijn, zij moeten herders zijn…” Ik was stomverbaasd! Het was dus duidelijk dat de verwijtende woorden van paus Franciscus aan mijn adres op 21 juni 2013 een dag te voren in zijn mond gelegd waren door kardinaal McCarrick. Ook de vermelding “niet zoals de aartsbisschop van Philadelphia” kon tot McCarrick worden teruggevoerd, omdat er een hevig meningsverschil tussen hun tweeën bestond over de toelating tot de communie van pro-abortus-politici. In zijn communicatie met de bisschoppen had MacCarrick een brief van de toenmalige kardinaal Ratzinger die verbood hen de communie te geven, gemanipuleerd. Ik wist inderdaad ook dat bepaalde kardinalen zoals Mahoney, Levada en Wuerl nauw verbonden waren met McCarrick; zij hadden zich verzet tegen de meest recente benoemingen van paus Benedictus op belangrijke posten zoals Philadelphia, Baltimore, Denver en San Francisco. Ik was niet gelukkig met de val die hij mij gezet had op 23 juni 2013 toen hij mij over McCarrick vroeg. Maar enkele maanden laten, in een audiëntie die hij verleende op 10 oktober 2013 zette hij opnieuw een val voor mij, deze keer betreffende een tweede van zijn protegés, kardinaal Donald Wuerl. Hij vroeg me: "Wat is kardinal Wuerl voor iemand, is hij goed of slecht? Ik antwoordde: “Heilige vader, ik ga u niet vertellen of hij goed of slecht is, maar ik zal u twee feiten vertellen.” Dat zijn de feiten die ik hierboven al vermeld heb die Wuerls nalatigheid betreffen aangaande de abnormale ontsporingen in Georgetown University en de uitnodiging door het aartsbisdom Washington van jonge kandidaten voor het priesterschap voor een bijeenkomst met McCarrick! Opnieuw toonde de paus geen enkele reactie. Het was dus duidelijk dat McCarrick zich vanaf het moment van de keuze van paus Franciscus, nu verlost van alle beperkingen, vrij voelde voortdurend te reizen en lezingen en interviews te geven. In teamwerk met kardinaal Rodriguez Maradiaga is hij de kingmaker geworden bij benoemingen in de Curie en in de Verenigde Staten, en was hij de adviseur in het Vaticaan voor de betrekkingen met de regering Obama, naar wie het meest geluisterd werd. Zo kun je het verklaren dat de paus als leden van de Congregatie voor de Bisschoppen kardinaal Burke verving door Wuerl en onmiddellijk Cupich benoemde nadat hij kardinaal was geworden. Met deze benoemingen was de nuntiatuur in Washington nu uit beeld bij bisschopsbenoemingen. Bovendien benoemde hij Ilson de Jesus Montanari, de grote vriend van zijn Argentijnse privé-secretaris, Fabian Pedacchio, tot secretaris van diezelfde Congregatie voor de Bisschoppen en secretaris van het College van Kardinalen en promoveerde hem zo in één enkele stap van een eenvoudige beambte van dat departement tot aartsbisschop-secretaris. Iets wat voor een dergelijke functie nog nooit gebeurd is! De benoemingen van Blase Cupich naar Chicago en Joseph W. Tobin naar Newark werden georkestreerd door McCarrick, Maradiaga en Wuerl, verenigd in het verdorven verbond van misbruik door de eerste en door het toedekken van het misbruik door de andere twee. Hun namen stonden niet op de lijst die door de nuntiatuur aan Rome was gepresenteerd voor de zetels van Chicago en Newark. Wat Cupich betreft mogen we niet vergeten zijn uitdagende arrogantie te vermelden en de brutaliteit waarmee hij ontkent wat voor iedereen nu duidelijk is: dat 80 % van het misbruik is gepleegd tegen jong volwassenen door homoseksuelen die in een gezagsbetrekking stonden tot hun slachtoffers. In de toespraak die hij hield bij de inbezitneming van de zetel van Chicago, waarbij ik als vertegenwoordiger van de paus aanwezig was, spotte Cupich dat men zeker niet moest verwachten dat de nieuwe aartsbisschop op water ging lopen. Misschien was het voor hem voldoende als hij met twee voeten op de grond kan blijven staan en niet probeert de werkelijkheid op zijn kop te zetten, verblind als hij is door zijn pro-gay-ideologie zoals hij aangaf in zijn recente interview met America Magazine.  Terwijl hij hoog opgaf over zijn kennis ter zake, omdat hij voorzitter was geweest van het Comité ter bescherming van kinderen en jonge mensen van de US Bisschoppenconferentie, beweerde hij dat het belangrijkste probleem in de crisis rond het seksueel misbruik door de clerus niet homoseksualiteit is en dat als je dat beweert dat alleen manier een manier is om af te leiden van het echte probleem en dat is klerikalisme. Ter ondersteuning van deze stelling verwees Cupich vreemd genoeg naar de resultaten van een onderzoek die totaal werden onderuit gehaald door volgende onafhankelijke rapporten door de John Jay College of Criminal Justice in 2004 en 2011, die tot de slotsom kwamen dat in geval van seksueel misbruik 81 % van slachtoffers van het mannelijk geslacht waren. In feite zei pater Hans Zollner sj, vice-rector van de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit, voorzitter van het Centre for Child Protection en lid van de pauselijke commissie voor de bescherming van minderjarigen, onlangs tegen het dagblad La Stampa dat “in de meeste gevallen het is kwestie van homoseksueel misbruik”.
De benoeming van McElroy in San Diego was ook van boven af geregeld met een versleutelde, dwingende opdracht aan mij als nuntius van de kant van kardinaal Parolin: “Bewaar de zetel van San Diego voor McElroy.” McElroy was ook op de hoogte van het misbruik van McCarrick zoals men kan zien in een brief die naar hem gestuurd is door Richard Sipe op 28 juli 2016.
Deze personen zijn nauw verbonden met individuen die met name behoren tot de ontspoorde vleugel van de Sociëteit van Jezus, tegenwoordig ongelukkigerwijs de meerderheid, die al een oorzaak van grote zorg waren voor Paulus VI en de volgende pausen. We hoeven alleen maar te kijken naar pater Robert Drinan sj die vier keer gekozen werd in het Huis van Afgevaardigden en die een fervent voorstander van abortus was; of pater Vincent O’Keefe sj , een van de belangrijkste voorvechters van The Land O’Lakes Statement van 1967. Het dient vermeld te worden dat McCarrick, toenmalig voorzitter van de katholieke universiteit van Puerto Rico, ook deelnaam aan dat onzalige ondernemen dat zo schadelijk was voor de gewetensvorming van de Amerikaanse jeugd, zo nauw verbonden als het was met de ontspoorde vleugel van de jezuïeten.
Pater James Martin sj, toegejuicht door bovenvermelde lieden, met name door Cupich, Tobin, Farrel en McElroy,  benoemd tot consultor van het Secretariaat voor Communicatie, bekend activist die de LGTB-agenda promoot, uitgekozen om jonge mensen te verpesten, die er weldra bij zal zijn in Dublin, bij de Wereldontmoetingsdag voor de Gezinnen, is slechts een droevig recent voorbeeld van die ontspoorde vleugel van de Sociëteit van Jezus.

Paus Franciscus heeft herhaaldelijk gevraagd om een totale openheid in de Kerk, en aan bisschoppen en gelovigen om te handelen met parrhesia. De gelovigen over heel de wereld vragen dit van hem op een voorbeeldige manier. Hij moet eerlijk vertellen wanneer hij voor het eerst hoorde van de misdaden begaan door McCarrick, die zijn gezag misbruikte bij seminaristen en priesters. In ieder geval hoorde paus ervan van mij op 23 juni 2013 en ging hij door hem te dekken. Hij hield geen rekening met de strafmaatregelen die paus Benedictus opgelegd had en maakte hem tot zijn vertrouweling samen met Maradiaga.

Deze laatste (Maradiaga) is zo zeker van de bescherming van de paus dat hij de hartverscheurende oproepen van tientallen van zijn seminaristen, die de moed hadden hem te schrijven over het homoseksueel misbruik in het seminarie, nadat een van hen had geprobeerd zelfmoord te plegen, kan afdoen als “roddel”. Ondertussen hebben de gelovigen de strategie van  Maradiaga goed begrepen:  beledig de slachtoffers om jezelf te redden, lieg tot het bittere eind om een afgrond van machtsmisbruik toe te dekken, van wanbeleid in het beheer van kerkelijke goederen, en van financiële rampen zelfs tegenover goede vrienden, zoals in het geval van de ambassadeur van Honduras Alejandro Valladares, voormalig deken van de het Corps diplomatique bij de Heilige Stoel. In de zaak van de voormalige hulpbisschop Juan José Pineda zei Maradiaga, nadat een artikel was gepubliceerd in het Italiaanse weekblad L’Espresso afgelopen februari, in de krant Avvenire: “Mijn hulpbisschop Pineda heeft om een visitatie gevraagd om zijn naam te “zuiveren nadat hij het voorwerp van veel laster was geworden”. Welnu, het enige dat Pineda bekend gemaakt heeft, is dat zijn ontslag eenvoudigweg is geaccepteerd en hij zorgde er zo voor dat dat een mogelijke verantwoordelijkheid van hem en Maradiaga in het niets verdwijnt. In de naam van de openheid, zo geprezen door de paus, moet het rapport dat de visitator, de Argentijnse bisschop Alcides Casaretto meer dan een jaar geleden alleen en direct aan de paus afleverde, openbaar gemaakt worden.
Tenslotte, de recente benoeming tot substituut van aartsbisschop Edgar Peña Parra is ook verbonden met Honduras, dat wil zeggen met Maradiaga. Van 2003 tot 2007 werkte Peña Parra als adviseur op de nuntiatuur van Tegucigalpa. Als gedelegeerde voor pauselijke vertegenwoordigingen ontving ik zorgelijke informatie over hem. In Honduras staat een schandaal zo groot als dat in Chili op het punt zich te herhalen. De paus verdedigt deze man, kardinaal Rodriguez Maradiaga, tot het bittere eind zoals hij in Chili heeft gedaan met bisschop Juan de la Cruz Barros, die hij zelf had benoemd tot bisschop van Osorno tegen het advies van de Chileens bisschoppen in. Eerst beledigde hij de misbruikslachtoffers. Dan, gedwongen door de media en een opstand van de Chileens slachtoffers en gelovigen, erkende hij zijn fout en bood hij zijn verontschuldigingen aan, terwijl hij zei dat hij verkeerd was geïnformeerd. Hij veroorzaakte daarmee een rampzalige toestand voor de Kerk in Chili maar hij bleef de twee Chileense kardinalen Errazuriz en Ezzati de hand boven het hoofd houden. Ook in de tragische zaak van McCarrick was het gedrag van paus Franciscus niet anders. Hij wist op zijn minst vanaf 23 juni 2013 dat McCarrick een serie-aanrander was. Hoewel hij wist dat hij een verdorven man was, dekte hij hem tot het bittere einde; inderdaad hij maakte McCarrick’s advies tot het zijn en dat advies was zeker niet ingegeven door gezonde bedoelingen en liefde voor de Kerk. Het was pas toen hij gedwongen werd door het rapport over het misbruik van een minderjarige, weer vanwege de media-aandacht, dat hij actie ondernam (tegen McCarrick) om zijn gezicht te redden in de media.

Nu klinkt in de Verenigde Staten een koor van stemmen met name uit de leken, sinds kort bijgevallen door verschillende bisschoppen en priesters, die vragen dat allen die door hun zwijgen het misdadig gedrag van McCarrick hebben toegedekt, of die hem gebruikt hebben om vooruit te komen in hun carrière of bij het bevorderen van hun intenties, ambities en macht in de Kerk, zouden aftreden. Maar dat zal niet genoeg zijn om de situatie van uiterst ernstig immoreel gedrag van de clerus, bisschoppen en priesters, te herstellen. Er moet een tijd van bekering en boete worden afgekondigd. De deugd van kuisheid moet herontdekt worden bij de clerus en in de seminaries. Corruptie en misbruik van kerkelijke middelen en van de giften van de gelovigen moeten worden bestreden. De ernst van homoseksueel gedrag moet worden erkend. De homoseksuele netwerken in de Kerk moeten worden uitgeroeid, zoals Janet Smith, professor in de moraaltheologie op het Sacred Heart Seminary in Detroit onlangs schreef. “Het probleem van misbruik door de clerus”, zo schreef ze, “kan niet worden opgelost door het aftreden van een paar bisschoppen en evenmin door bureaucratische richtlijnen. Het diepere probleem ligt in de homoseksuele netwerken in de clerus die moeten worden uitgeroeid." Deze homoseksuele netwerken, die nu wijd verspreid zijn in veel bisdommen, seminaries, gemeenschappen van religieuzen enz. gaan te werk onder de dekmantel van geheimhouding en leugens met de macht van octopustentakels, en wurgen onschuldige slachtoffers en priesterroepingen, en wurgen de hele Kerk.
Ik smeek iedereen, met name de bisschoppen, hun stem te verheffen om deze samenzwering van stilte die zo wijd verspreid is, te overwinnen en de misbruikgevallen waarvan u weet hebt, te berichten aan de media en de burgerlijke autoriteiten. Laat ons gehoor geven aan de meest krachtige boodschap die de H. Johannes Paulus ons als erfenis naliet: Wees niet bang! Wees niet bang!

In zijn preek van 2008 op het feest van Verschijning des Heren, herinnerde paus Benedictus ons eraan dat het heilspan van de Vader volledig geopenbaard en verwerkelijkt was in het mysterie van Christus’ dood en verrijzenis, maar het moet nog in de menselijke geschiedenis verwelkomd worden. En die geschiedenis is altijd een geschiedenis van trouw van Gods kant en ongelukkigerwijs ook van ontrouw van de kant van ons, mensen. De Kerk die de zegening van het Nieuwe Verbond, getekend in het bloed van het Lam, in bewaring heeft, is heilig maar bestaat uit zondaars als de H. Ambrosius schreef: de Kerk is “immaculata ex maculatis”, zij is heilig en onbevlekt, zelfs al bestaat zij op haar aardse tocht uit mensen, bevlekt met zonden. Ik wil deze onvergankelijk waarheid van de heiligheid van de Kerk in herinnering roepen bij de vele mensen die zo diep geërgerd zijn door het afschuwelijke en heiligschennend gedrag van de voormalige bisschop van Washington, Theodore McCarrick; door het ernstige, verontrustende en zondige gedrag van paus Franciscus en door de samenzwering van stilte door zovele pastores en die in de verleiding zijn gekomen te Kerk te verlaten, die misvormd is door zoveel schanddaden. Bij het Angelus op zondag 12 augustus 2018 sprak paus Franciscus deze woorden: “Iedereen is schuldig vanwege het goede dat hij had kunnen doen en niet gedaan heeft…. Als we ons niet verzetten tegen het kwaad, dan voeden we het zwijgend. Wij moeten optreden waar het kwaad zich verspreidt; want het kwaad verspreid zich waar moedige christenen die het kwade weerstaan door het goede, ontbreken.”

Als dit terecht als een ernstige morele verantwoordelijkheid moet worden beschouwd voor iedere gelovige, hoe ernstiger is dat voor de hoogste herder van de Kerk die in het geval McCarrick zich niet alleen niet heeft verzet tegen het kwaad maar zich ingelaten heeft met het kwaad, met iemand van wie hij wist dat hij ten diepste verdorven was. Hij volgde de raad op van iemand van wie hij goed wist dat hij een pervers iemand was en hij vermenigvuldigde zo exponentieel met zijn hoogste gezag het kwaad dat McCarrick had gedaan. En hoeveel slechte pastores indeedmeer ontvangen nog de steun van Franciscus in hun actieve vernietiging van de Kerk! Franciscus wijst het mandaat af dat Christus aan Petrus gaf om zijn broeders te bevestigen. Immers door zijn handelen heeft hij hen verdeeld, heeft hij hen in dwaling geleid, en de wolven aangemoedigd door te gaan de schapen van Christus’ kudde te verscheuren. Op dit buitengewoon dramatische ogenblik voor de universele Kerk moet hij zijn fouten erkennen en vasthoudend aan het afgekondigde principe van zero tolerance, moet paus Franciscus de eerste zijn om een goed voorbeeld te geven aan kardinalen en bisschoppen die McCarricks misbruik hebben toegedekt, en samen met hen allemaal aftreden. Zelfs in de verbijstering en de droefheid over de afschuwelijkheid van wat is gebeurd, laats ons de hoop niet verliezen! We weten heel wel dat een groot gedeelte van onze pastores hun priesterroeping in trouw en toewijding beleven. Juist op momenten van grote beproeving wordt Gods genade in overvloed geopenbaard en maakt hij zijn oneindige barmhartigheid beschikbaar voor iedereen; maar zij wordt alleen verleend aan hen die oprecht berouwvol zijn en zich echt voornemen hun leven te beteren. Dit is de gunstige tijd voor de Kerk om haar zonden te bekennen, om te bekeren en boete te doen.

Laat ons allen bidden voor de Kerk en voor de paus; laten we ons herinneren hoe dikwijls hij ons gevraagd heeft voor hem te bidden! Laat ons allemaal ons geloof in onze Moeder de Kerk vernieuwen:
“Ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk!” Christus zal zijn Kerk nooit in de steek laten! Hij schept haar in zijn bloed en onophoudelijk doet Hij haar herleven door zijn Geest!. Maria, Moeder van de Kerk, bid voor ons, Maagd en Koningin, Moeder van de Koning der glorie, bid voor ons!

Rome, 22 augustus 2018
Feest van Maria Koningin

vertaling: C. Mennen pr

GETUIGENIS
van zijne excellentie Carlo Maria Viganò, titulair aartsbisschop van Ulpinan, apostolisch nuntius.