Waar staat paus Franciscus met betrekking tot de leer van de rechtvaardiging?


Een belangrijk strijdpunt tussen de Catholica en de protestantse refomatie is de leer van de rechtvaardiging. Hoe wordt een mens voor God gerechtvaardigd? Uiteraard door Christus. Daar zijn we het over eens. Maar hoe krijgen we deel aan die rechtvaardiging? Daar zeggen de protestanten met Luther voorop: sola fide, alleen door het geloof. De goede werken zijn van geen nut, terwijl de katholieke traditie zegt dat dit geloof met behup van Gods genade handen en voeten moeten krijgen in de goede werken, in het volbrengen van de geboden. Nu is er in 1999 een gezamenlijk stuk van katholieken en lutheranen uitgekomen waarin men het zegt eens te zijn over die rechtvaardiging. Door sommigen wordt dat betwijfeld omdat men natuurlijk met vage bewoordingen veel kan toedekken. De vraag hier is nu: waar staat de paus? En dat blijkt uit het onderstaande stuk dat hij met alle onduidelijke bewoordingen niet in protestantse kamp past (wat op zich goed is voor een paus) maar eigenlijk ook niet goed in de katholieke traditie (wat minder is voor een paus). Leest u hieronder een bijdrage van

Leonardo De Chirico (1967), een protestantse dominee en theoloog in “Vatican Files, Evangelical Theological Perspectives on Roman Catholicism

1 november 2017

“Hier sta ik”. Dat zijn de beroemde woorden uitgesproken door Maarten Luther op de Rijksdag van Worms in 1521. Ondervraagd over zijn overtuigingen zoals hij die enkele jaren te voren had omschreven in de 95 stellingen, bleef Luther standvastig betreffende het geloof van de bijbel en zijn goede nieuws: zondaars kunnen alleen gerechtvaardigd worden door Christus alleen, door het geloof alleen. Het was voor iedereen duidelijk wat hij geloofde.

Het Concilie van Trente (1545-1562) was het officiële antwoord van de Rooms Katholieke Kerk op de thema’s die door de protestantse reformatie naar voren waren gebracht. Door het verwerpen van de beginselen van protestants verstaan van het evangelie en door de voorstanders ervan anathema te verklaren, beaamde Trente de opvatting dat zondaars niet gerechtvaardigd konden worden door het geloof alleen; in plaats daarvan bleef het katholicisme aandringen op een voortgaande traject van goede werken met daarbij de sacramenten toegediend door de Kerk. Waar Trente stond, was en is glashelder.

De laatste decennia evenwel is de situatie waziger geworden. De gezamenlijke Verklaring over de leer van de Rechtvaardiging in 1999 – ondertekend door de reguliere Lutheranen en de Kerk van Rome – introduceerde onduidelijkheden in taal, het naast elkaar gebruiken van termen en theologische nuances die het moeilijk maken te begrijpen waar de ondertekenaars staan in vergelijking met de standpunten van Luther en van Trente. Na de Verklaring is het standpunt van Rome moeilijker te achterhalen. Deze onduidelijke context is het kader van paus Franciscus wanneer hij over dit onderwerp spreekt.

In de oecumenische plechtigheid als herinnering aan de Reformatie in Lund (Zweden) in 2016 verwees paus Franciscus oppervlakkig naar de leer van de rechtvaardiging. In een commentaar op Luther dat in het algemeen positief was, zei de paus dat “de leer van de rechtvaardiging uitdrukking geeft aan het wezen van het menselijk bestaan voor God”, en daarmee leek hij het eens te zijn met wat de evangelischen zouden zeggen over de leer. Het erkennen van de rechtvaardiging als iets wezenlijks is zeker een verwijzing naar het wezenlijke belang ervan voor het christelijk leven. Maar let wel: de paus spreekt van het wezenlijke van de rechtvaardiging in het “menselijk bestaan” in het algemeen, niet alleen in het christelijk leven. De context van wat hij hier zegt, beperkt zich niet tot christenen, noch tot gelovigen in Christus of leerlingen van Jezus. De paus verwijst niet naar het wezen van het christelijk geloof, maar naar het menselijk bestaan als geheel.

Hier hebben we de onduidelijkheid. Betekent dit dat de rechtvaardiging wezenlijk is voor alle mensen of ze nu christen zijn of niet? Betekent het dat rechtvaardiging een constitutief onderdeel is van het leven in het algemeen, een bepalend bestaanskenmerk van alle mannen en vrouwen? Betekent het dat allen die een “menselijk bestaan” leiden fundamenteel gerechtvaardigd zijn. Dat is zeker niet de betekenis die Luther of het Concilie van Trente aan de rechtvaardiging hebben gegeven. Voor Luther bestond er een betekenis  waarin rechtvaardiging kon worden gedefinieerd als “het wezen van het menselijk bestaan voor God”, met het voorbehoud dat dit alleen betrekking heeft op hen die Gods genade hebben ontvangen door het geloof alleen. Met andere woorden, rechtvaardiging is het wezen van het “christelijk leven”, niet van het menselijk leven in het algemeen.

Oppervlakkig lijkt de opmerking van de paus over de rechtvaardiging erg bijbels en inderdaad erg protestants. Bij nader toezien echter zijn de dingen niet zo helder als ze lijken. Terwijl hij het belang van de rechtvaardiging bevestigt, lijkt paus Franciscus die te verwarren met een algemene eigenschap die alle mensen met elkaar delen. Als de paus dit bedoelt, dan zijn we erg ver verwijderd van waar zowel Luther als Trente voor stonden. Inderdaad staan we dan dicht bij een universalistisch, alomvattend, humanistisch “evangelie” dat een verraad betekent aan het bijbelse evangelie van het het heil in Christus alleen door het geloof, alleen voor hen die berouw hebben en geloven.

Inderdaad, wat paus Franciscus in Lund zei over de rechtvaardiging is algemeen en kan op verschillende manieren uitgelegd worden. Het is niet mogelijk met zekerheid te zeggen dat dit het is wat hij bedoeld heeft. Daarom is het belangrijk te kijken naar andere verwijzingen naar de rechtvaardiging op andere plaatsen in zijn gedachtegoed en hem de kans geven uit te leggen wat hij bedoelt.

Hier is nog een citaat dat de moeite waard is om te overdenken. In zijn veel bejubelde Exhortatie uit 2013 De vreugde van het evangelie, het programmatisch document van zijn pontificaat, schrijft Franciscus: “Niet-christenen kunnen door Gods genadevol initiatief, als zij trouw zijn aan hun geweten, door de genade van God gerechtvaardigd leven” (nr. 254). Dit gedeelte van de Exhortatie gaat over de oecumenische en interreligieuze dialoog in de context van de missie. Volgens paus Franciscus zijn niet katholieke christenen al verenigd in het doopsel (nr. 244), joden hoeven zich niet te bekeren (nr. 247, en met de gelovige moslims is dialoog de weg omdat ze “samen met ons de ene en barmhartige God aanbidden” (nr. 252, een citaat uit Lumen Gentium nr. 16). Andere niet-christenen worden ook “gerechtvaardigd door de genade van God” en worden verbonden met “het Paasmysterie van Jezus Christus” (nr. 254).

Rechtvaardiging volgens de paus schijn je te kunnen ontvangen door je eigen geweten te volgen. Het is nog “door Gods genadevol initiatief” (hoewel niet noodzakelijk door zijn genade alleen), maar het is niet langer door het geloof – zeker niet door geloof alleen. Het is door het geweten dat mannen en vrouwen verbonden worden aan het paasmysterie van Jezus Christus, dat is het werk van Christus zoals het wordt uitgebeeld in de eucharistie, het voornaamste sacrament van de Kerk. Het geloof in Jezus Christus is weg. Het evangelie is blijkbaar niet een boodschap van redding van Gods oordeel, maar in plaats daarvan een voertuig om in vollere mate om te komen tot een redding die al gegeven is aan heel de mensheid door het geweten. Hoe zit het dan met het geloof in Jezus Christus? Hoe zit het met de gerechtigheid die aan de zondaar wordt toegekend? Zijn dan alle mensen tenslotte gerechtvaardigd door hun geweten te volgen? Door genade maar niet door geloof?

Op dit punt wordt het duidelijk dat de verwijzing naar de rechtvaardiging in Lund als “het wezen van het menselijk bestaan” doelbewust en opzettelijk wilde betekenen dat de rechtvaardiging ieders leven bepaalt, niet alleen dat van de gelovige christen. Deze vermelding in De vreugde van het evangelie maakt het zonneklaar dat de paus, terwijl hij de term rechtvaardiging gebruikt, de betekenis ervan radicaal heeft veranderd en het synoniem heeft gemaakt met een alomvattend bestaan dat heel de mensheid omvat. Hij gebruikt het woord in een onduidelijke betekenis maar bij nader inzien toont het zijn niet-bijbelse inhoud.

Is de rechtvaardiging van paus Franciscus wat Luther voorstond? En, meer beslist, is dit wat de bijbel leert over rechtvaardiging. Als wij de 500ste verjaardag van de protestantse hervorming vieren met zijn herstel van de leer van de rechtvaardiging door het geloof alleen, weten wij waar Luther stond en in contrast daarmee weten we waar Trente stond. Waar staat paus Franciscus? Hij zegt radicaal andere dingen. Daarom moeten we, voordat we paus Franciscus rekenen tot een vriend van het evangelisch geloof, begrijpen wat hij in zijn eigen woorden zegt. Buiten het gebruik van dezelfde woorden, hoort hij tot een andere wereld.

Vertaling C. Mennen pr
Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten