Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten


Het was een pijnlijke beslissing voor mij om te getuigen  over de corruptie in de hiërarchie van de katholieke Kerk en dat blijft zo. Maar ik ben een oud man, iemand die weet dat hij weldra verantwoording moet afleggen aan de Rechter voor zijn daden en voor zijn verzuim; iemand die Hem vreest die zowel lichaam als ziel in de hel kan storten. Een Rechter die zelfs in zijn oneindige barmhartigheid iedereen heil of verdoemenis zal schenken naar hij heeft verdiend. Vooruitlopend op de vreselijke vraag van die Rechter – “Hoe kon jij, die kennis had van de waarheid, blijven zwijgen te midden van leugen en verdorvenheid?”- wat voor antwoord zou ik kunnen geven? Daarom heb ik getuigd, mij er volledig van bewust dat mijn getuigenis ongerustheid en ontzetting zou brengen aan veel eminente personen: clerici, collega-bisschoppen, collega’s met wie ik had gewerkt en gebeden. Ik wist dat velen zich gekwetst en verraden zouden voelen. Ik verwachtte dat sommigen op hun beurt mij en mijn motieven zouden aanvallen. Het meest pijnlijke van alles was dat ik wist dat vele onschuldige gelovigen in de war zouden zijn en onthutst door de vertoning dat een bisschop collega’s en superieuren beschuldigde van wanpraktijken, seksuele zonde en ernstig plichtsverzuim. Toch geloof ik dat doorgaan met zwijgen veel zielen in gevaar zou hebben gebracht en zeker mijn eigen ziel tot de ondergang zou hebben gevoerd. Ik heb vele malen aan mijn superieuren, zelfs aan de paus, gerapporteerd over het abnormaal gedrag van Theodore McCarrick. Daarom zou ik de waarheden, die ik al langer kende, eerder publiek hebben kunnen maken. Als ik enige verantwoordelijkheid draag voor dit uitstel, dan spijt me dat. Dit uitstel werd veroorzaakt door de ernst van de beslissing die ik ging nemen en door het lange worstelen met mijn geweten.
Men heeft mij ervan beschuldigd dat ik door mijn getuigenis verwarring en verdeeldheid heb gezaaid in de Kerk. Voor hen die geloven dat een dergelijke verwarring en verdeeldheid vóór augustus 2018 nauwelijks bestond, is een dergelijk bewering misschien geloofwaardig. De meeste onpartijdige waarnemers echter zullen hebben gezien dat beide al lang in grote mate aanwezig waren wat ook niet anders kan als de opvolger van Petrus zijn voornaamste taak verwaarloost en dat is: zijn broeders  bevestigen in het geloof en in een gezonde moraal. En als hij dan de crisis verergert door tegenstrijdige of verwarrende uitspraken over deze leerstellingen, dan wordt de verwarring steeds erger.

Daarom heb ik gesproken. Want het is de samenzwering van de stilte die grote schade aan de Kerk heeft berokkend en nog steeds berokkent – schade aan zoveel onschuldige zielen, aan jonge priesterroepingen, aan de gelovigen in het algemeen. Wat betreft mijn beslissing die ik in geweten voor God genomen heb, ben ik bereid iedere broederlijke vermaning te accepteren, iedere raad, aanbeveling en uitnodiging om voortgang te maken in mijn leven van geloof en liefde voor Christus, de Kerk en de paus.

Laat mij de belangrijkste punten van mijn getuigenis herhalen.

* In november 2000 informeerde de nuntius in de VS, aartsbisschop Montalvo, de Heilige Stoel over homoseksueel gedrag van kardinaal McCarrick met seminaristen en priesters.

* In december 2006 informeerde de nieuwe nuntius in de VS, aartsbisschop Pietro Sambi de Heilige Stoel over het homoseksueel gedrag van kardinaal McCarrick met nog een priester.

* In december 2006 heb ik zelf een memo geschreven aan Staatssecretaris Bertone, en ik heb het persoonlijk afgegeven aan de substituut voor Algemene Zaken, aartsbisschop Leonardi Sandri, met een oproep aan de paus om buitengewone maatregelen te nemen tegen McCarrick om misdaden en schandalen in de toekomst te voorkomen. Op dit memo is niet geantwoord.

* In april 2008 werd een open brief aan paus Benedictus van Richard Sipe door de prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, kardinaal Levada, doorgegeven aan de staatssecretaris, kardinaal Bertone. Deze brief bevatte verdere beschuldigingen dat McCarrick sliep met seminaristen en priesters. Ik ontving deze brief een maand later en in mei 2008 gaf ik zelf een tweede memo aan de toenmalige substituut voor Algemene Zaken, aartsbisschop Fernando Filoni, waarin ik de beschuldigingen tegen McCarrick rapporteerde en vroeg om sancties tegen hem. Op deze tweede memo werd weer niet geantwoord.

* In 2009 en 2010 hoorde ik van kardinaal Re, prefect van de Congregatie voor de Bisschoppen, dat paus Benedictus McCarrick had opgedragen publiek optreden te staken en een leven van gebed en boete te beginnen. Nuntius Sambi bracht deze orders van de paus over aan McCarrick op een toon die in de gang van de nuntiatuur te horen was.

* In november 2011 herhaalde kardinaal Ouellet, de nieuwe prefect voor de Bisschoppen, tegenover mij als nieuwe nuntius in de VS de beperkingen die aan McCarrick waren opgelegd, en Ik zelf deelde ze face-to-face aan McCarrick mee.

* Op 21 juni 2013 aan het eind van een officiële bijeenkomst van nuntii in het Vaticaan, sprak paus Franciscus cryptische woorden tot mij waarin hij het episcopaat van de kritiseerde.

* Op 23 juni 2013 ontmoette ik paus Franciscus alleen in zijn appartement om hem opheldering te vragen en de paus vroeg mij: “il cardinale McCarrick com’è (kardinaal McCarrick – wat is hij voor iemand)?” wat ik alleen kan interpreteren als veinzen van nieuwsgierigheid om te ontdekken of ik wel of niet een vriend van McCarrick was. Ik zei hem dat McCarrick generaties priesters en seminaristen had verpest, en dat paus Benedictus hem had opgedragen zich te beperken tot een leven van gebed en boete.

* In plaats daarvan bleef McCarrick de bijzondere achting genieten van paus Franciscus en hij kreeg van hem nieuwe opdrachten.

* McCarrick was een deel van een netwerk van bisschoppen die homoseksualiteit promootten en die het feit, dat ze in de gunst stonden van paus Franciscus, uitbuitten om bisschopsbenoemingen te manipuleren, om hen zelf tegen justitie te beschermen en om het homoseksueel netwerk in de hiërarchie  en in de Kerk als geheel te versterken.

* Paus Franciscus zelf heeft in deze corruptie meegedaan of is terwijl hij wist wat hij deed, ernstig nalatig geweest door er zich niet tegen te verzetten en het niet uit te roeien.

Ik heb God als getuige aangeroepen voor de waarheid van mijn beschuldigingen en geen enkele ervan is onjuist gebleken. Kardinaal Ouellet heeft geschreven om mij te berispen vanwege mijn stoutmoedigheid om te stilte te verbreken en zulke zware beschuldigingen te uiten aan het adres van mijn broeders en superieuren, maar in werkelijkheid bevestigt zijn protest mij in mijn besluit en , meer nog, het helpt mij beweringen te staven, afzonderlijk en als geheel.

* Kardinaal Ouellet geeft toe dat hij met mij gesproken heeft over McCarrick’s situatie vóór mijn vertrek naar Washington om daar aan mijn functie als nuntius te beginnen.

* Kardinaal Ouellet geeft toe dat hij mij op schrift de voorwaarden en beperkingen heeft meegedeeld die door paus Benedictus aan McCarrick waren opgelegd.

* Kardinaal Ouellet geeft toe dat deze beperkingen McCarrick het verbod oplegden te reizen of in het publiek op te treden

* Kardinaal Ouellet geeft toe dat de Congregatie voor de bisschoppen op schrift, eerst door nuntius Sambi en dan opnieuw door mij van McCarrick heeft geëist dat hij een leven van gebed en boete moest leiden.

Wat betwist kardinaal Ouellet?

* Kardinaal Ouellet bestrijdt de mogelijkheid dat paus Franciscus belangrijke informatie over McCarrick in zich opgenomen heeft op een dag waarop hij een heleboel nuntii ontmoette en aan elk van hen slechts enkele minuten voor een gesprek gaf. Maar dat was mij getuigenis niet. Mijn getuigenis is dat ik bij een tweede, privé ontmoeting de paus informeerde in antwoord op zijn eigen vraag naar Theodore McCarrick, op dat moment aartsbisschop-emeritus van Washington, een prominent figuur in de kerk van de VS en ik vertelde de paus dat McCarrick zijn eigen seminaristen en priesters seksueel gemolesteerd had. Geen paus kan zoiets vergeten.

* Kardinaal Ouellet betwist het bestaan in de archieven van brieven, getekend door paus Benedictus of paus Franciscus met betrekking tot sancties tegen McCarrick. Maar dat was niet mijn getuigenis. Mijn getuigenis was dat hij in de archieven belangrijke documenten heeft – ongeacht van welke herkomst – die McCarrick beschuldigen en die de maatregelen documenteren die ten opzichte van hem genomen zijn, en andere bewijzen over de cover up rond deze situatie. En ik bevestig dit opnieuw.

* Kardinaal Ouellet betwist het bestaan in de archieven van zijn voorganger, kardinaal Re, van “audiëntiememo’s” die aan McCarrick de beperkingen opleggen zoals reeds vermeld. Maar dat was niet mijn getuigenis. Mijn getuigenis is dat er andere documenten zijn: bijv. een notitie van kardinaal Re, not. ex Audientia SS.mi, ofwel getekend door de staatssecretaris ofwel door zijn substituut.

* Kardinaal Ouellet stelt dat het foutief is de maatregelen tegen McCarrick voor te stellen als “sancties”, opgelegd door paus Benedictus en opgeheven door paus Franciscus. Dat is waar. Het waren technisch gesproken geen “sancties”, maar voorzieningen, “bepalingen “ en beperkingen. Erover bekvechten of het sancties of voorzieningen of iets anders waren is zuiver legalisme. Vanuit pastoraal gezichtspunt is het allemaal precies hetzelfde.

Kortom: kardinaal Ouellet stemt in met de belangrijke beweringen die ik gedaan heb en die ik maak en hij bestrijdt beweringen die niet maak en nooit gemaakt heb.

Er is één punt waar ik absoluut moet bestrijden wat kardinaal Ouellet schreef. De kardinaal stelt dat de Heilige Stoel slechts weet had van “geruchten” die niet voldoende waren om disciplinaire maatregelen tegen McCarrick te rechtvaardigen. Ik stel met nadruk het tegenovergestelde: dat de Heilige Stoel weet had van een heleboel concrete feiten en in het bezit is van documentair bewijs, en dat de verantwoordelijke personen desondanks gekozen hebben om niet tussenbeide te komen of dat hen dat verhinderd is. Vergoeding door het aartsbisdom Newark en het bisdom Metuchen aan de slachtoffers van het seksueel misbruik van McCarrick, de brieven van EH Ramsey, van de nuntii Montalvo in 2000 en Sambi in 2006, van Dr. Sipe in 2008, mijn twee notities aan de superieuren van het Staatsecretariaat waarin in detail de beschuldigingen tegen McCarrick beschreven werden; zijn dat allemaal alleen maar geruchten? Het is officiële correspondentie, geen roddel uit de sacristie. De gerapporteerde misdaden waren ernstig, met daaronder die van poging de sacramentele absolutie te geven aan medeplichtigen in perverse daden, met daaropvolgend heiligschennende viering van de Mis. Deze documenten geven duidelijk de identiteit van de daders en hun beschermers, en de chronologische volgorde van de feiten. Zij worden in de betreffende archieven bewaard; er geen extra onderzoek nodig om hen boven tafel te krijgen.

In de openbare aanvallen tegen mij heb ik twee omissies bemerkt, twee dramatische stiltes. De eerste stilte betreft het lot van de slachtoffers. Het tweede betreft de onderliggende reden waarom er zoveel slachtoffers zijn, namelijk: de verderfelijke invloed van de homoseksualiteit onder de priesters en in de hiërarchie. Wat betreft het eerste is het verbijsterend dat te midden van alle schandalen en verontwaardiging, zo weinig aandacht wordt gegeven aan hen die beschadigd zijn door het seksueel misbruik van hen die aangesteld waren als bedienaars van het evangelie. Dit is geen zaak van wraak nemen of mopperen over de wisselvalligheden van kerkelijke carrières. Het is geen zaak van politiek. Het is geen zaak van hoe kerkhistorici dit of dat pausschap beoordelen. Het gaat hier over zielen. Bij veel zielen is hun eeuwig heil in gevaar gebracht of wordt dat nog in gevaar gebracht.

Wat betreft de tweede stilte: deze zeer ernstige crisis kan niet aangepakt en opgelost worden tenzij en totdat wij de dingen bij naam noemen. Het is een crisis die te wijten is aan de gesel van de homoseksualiteit, in zijn bedrijvers, in zijn beweegredenen, in zijn verzet om zich te hervormen. Het is niet overdreven te zeggen dat homoseksualiteit een plaag geworden is onder de clerus en zij kan alleen met geestelijke wapens worden uitgeroeid. Het is een geweldige huichelarij om het misbruik te veroordelen, te beweren dat je huilt om de slachtoffers en toch weigert de wortel van dergelijk groot seksueel misbruik te veroordelen: homoseksualiteit. Het is schijnheiligheid om te weigeren te erkennen dat deze pest te wijten is aan een ernstige crisis in het geestelijk leven van de clerus en aan het niet nemen van stappen die noodzakelijkheid zijn om het te genezen.

Het staat buiten kijf dat er een onkuise clerus bestaat en het staat buiten kijf dat zij ook schade toebrengen aan hun eigen zielen, aan de zielen van hen die ze verpesten en de Kerk in haar geheel, maar deze schendingen van het priesterlijk celibaat blijven gewoonlijk beperkt tot de individuen die er onmiddellijk bij betrokken zijn. Onkuise geestelijken ronselen normalerwijze geen andere onkuise geestelijken, en zetten zich niet in hen te laten stijgen op de kerkelijke ladder, of om hun misdaden toe te dekken – terwijl het bewijs voor homoseksueel samenspannen, met zijn diepe wortels die moeilijk te roeien zijn, overweldigend is.

Het is bewezen dat homoseksuele misbruikers klerikaal voorrechten ten eigen nutte uitbuiten. Maar te beweren dat de crisis zelf het klerikalisme is, is een echte drogreden. Dan beweer je dat wat een middel, een instrument is, in feite het belangrijkste motief zou zijn.

Als je homoseksuele verloedering en de morele lafheid die het laat gedijen, afwijst, ontmoet je in onze tijd weinig applaus, zelfs niet in de hoogste kerkelijke kringen. Ik ben niet verbaasd dat ik, nu ik aandacht vraag voor deze plaag, beschuldigd word niet loyaal te zijn aan de heilige vader en een open en schandalige opstand aan te moedigen. Die opstand zou betekenen dat ik anderen aan zou moedigen de paus ten val te brengen. Ik moedig dat helemaal niet aan. Ik bid iedere dag voor paus Franciscus,-meer dan ik ooit voor andere pausen heb gedaan. Ik vraag inderdaad in een oprechte smeekbede, dat de heilige vader, de verplichtingen onder ogen zal zien die hij zelf aanging toen hij zijn ambt als opvolger van Petrus op zich nam. Hij nam de zending op zich zijn broeders te bevestigen en alle zielen te leiden in de navolging van Christus, in de geestelijke strijd, langs de weg van het kruis. Laat hem zijn fouten toegeven, spijt tonen, en zijn bereidheid tonen het gebod dat aan Petrus gegeven is, op te volgen en laat hem, eenmaal tot inkeer gekomen, zijn broeders bevestigen (Lc. 22, 32).

Tot slot, wil ik mijn beroep herhalen op mijn broeders bisschoppen en priesters die weten dat mijn verklaringen waar zijn en die daarvan kunnen getuigen, of die toegang hebben tot documenten die alle twijfel van de zaak wegnemen. Ook u wordt voor een keuze geplaatst. U kunt ervoor kiezen u uit de strijd terug te trekken, de samenzwering van stilte te steunen en uw ogen af te wenden van de verspreiding van het bederf. U kunt excuses maken, compromissen sluiten en u rechtvaardigen zodat de dag van de afrekening wordt uitgesteld. U kunt uzelf troosten met de leugen en het waanidee dat gemakkelijker zal zijn de waarheid morgen te vertellen, en dan de dag erna en zo verder. Anderzijds kunt u er ook voor kiezen te spreken. U kunt vertrouwen stellen op Hem die ons gezegd heeft: “de waarheid zal u vrij maken”. Ik zeg niet dat het gemakkelijk zal zijn te kiezen tussen zwijgen en spreken. Ik dring erop aan dat u overweegt welke keuze u – op uw sterfbed en dan voor de rechtvaardige Rechter – niet zult betreuren.

19 oktober 2018
Gedachtenis van de Amerikaanse martelaren

+ Carlo Maria Viganò
tit. aartsbisschop van Ulpiana



Vertaling: C. Mennen pr
EEN DERDE GETUIGENIS VAN AARTSBISSCHOP VIGANÒ

Aartsbisschop Viganò heeft van een heleboel mensen tegenstand ontmoet. Hij wordt ervan beschuldigd de paus te willen beschadigen omdat hij het niet eens is met zijn liberale visie. In onderstaande brief zegt hij opnieuw dat dit niet het geval is. Hij wil dat de feiten onderzocht en aangepakt worden. Verder niets. In de tweede brief heeft hij een beroep gedaan op kardinaal Ouellet met bewijzen waarover hij beschikt voor de dag te komen. Ouellet heeft dat geweigerd en heeft bovendien ondertussen Viganò beschuldigd van disrespect voor de paus. Ouellets grote bewering was: er was geen sprake van juridische sancties tegen McCarrick en dat kon ook niet want het Vaticaan kende alleen vage geruchten. In onderstaand schrijven weerlegt Viganò de aantijgingen van Ouellet en toont aan dat ze eigenlijk zijn beweringen bevestigen. En..... de paus blijft zwijgen en heeft zich tegenover de Amerikaanse bisschoppen verzet tegen een grondig onderzoek mede door deskundige leken. Zal ongewtijfeld vervolgd worden.