Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten



Intercommunie – wie worden door het solo-optreden van de Duitse bisschoppen geholpen?

Het gedrag van paus Franciscus in de Duitse communiestrijd is irritant tegenstrijdig: eerst zou de DBC-tekst over toelating tot de communie van protestantse echtgenoten niet rijp zijn voor publicatie, toen gold hij weer als goed samengesteld, tenslotte moest hij toch weer op de internetsite van de DBC geplaatst kunnen worden.
Om de (gebrek aan) logica van de paus te begrijpen moeten we zijn vroegste uitspraken over dit thema bestuderen. Dat was in november 2015 toen hij met kardinaal Kasper de Duitse Lutherse gemeente in Rome bezocht. Toen vroeg een protestantse vrouw of ze niet eindelijk met haar katholieke man samen te communie mocht gaan.

Op het pauselijke “nee”……

Daarop antwoordde Franciscus: “Ik zou nooit verlof durven geven dat te doen omdat dit niet zijn bevoegdheid (als paus) is.” Volgens vaststaande kerkelijke leer zijn voor de deelname aan de heilige communie het volledige lidmaatschap van de Kerk en de juiste gesteldheid noodzakelijk, d.w.z. niet met een zware zonde belast zijn. Zo staat het ook in de Catechismus. Maar na de duidelijk doctrinaire mededeling

.... volgde een “jnee”…..

De paus begint stotterend te twijfelen: “Ik vraag me af – en ik weet niet, hoe ik moet antwoorden, maar ik stel me de vraag – ik vraag me af…: Maar we hebben toch niet dezelfde leer!?" Maar dit bezwaar wat betreft de kerkelijke leer veegde hij meteen van tafel: “Het leven is groter dan (leerstellige) verklaringen en interpretaties.” Wat moet men zich onder de algemene uitdrukking van het “grotere leven” in concreto voorstellen? Wordt daarmee de gril van het moment bedoeld? Of het spontane idee van een situatiemoraal? Betekent dit het luisteren naar het innerlijke gevoel of wordt zelfs de aanpassing van de leer van de desbetreffende dialoogpartners bedoeld?

… en tenslotte een niet eenduidig “ja”

Tenslotte gaat de paus verder met een subjectieve oplossing: “Er zijn vragen waarop men, als men eerlijk is, moet antwoorden: “Kijk zelf maar!” Ergens anders meende hij: “Daarop moet iedereen zelf een antwoord vinden.” De hierboven gestelde vraag moet in innerlijke oprechtheid en psychische evenwichtigheid beantwoord worden. Tot slot verwijst Franciscus naar een woord van Paulus: “Eén geloof, één doopsel, één Heer” – met de aansporing aan het vragende echtpaar: “Trek daaruit zelf de consequenties!”. En: “Spreek erover met de Heer en ga verder!”
De opvatting van paus Franciscus is samen te vatten in de volgende stelling: wat volgens de kerkelijke leer en het kerkelijk recht niet toegestaan kan worden, de deelname van een protestantse huwelijkspartner aan de heilige communie, dat mogen naar de mening van de paus echtgenoten van verschillende gezindte na een eerlijk onderzoek zichzelf toestaan. Het bindend karakter van kerkelijke regels wordt door de paus zelf opgeheven.

Volgens deze dialectische logica van het “nee” en het “ja”

heeft de paus zich ook ten aanzien van het besluit van de meerderheid van de Duitse Bisschoppenconferentie van 20 februari 2018 geuit. Hij was het eens met de prefect van de Congregatie voor Geloofsleer dat het thema van de DBC-handreiking van universeel kerkelijk belang is en daarom niet in een nationaal solo-optreden van de Duitse Bisschoppen afgehandeld kan worden. Bovendien waren de kerkrechtelijke fundamenten van het document gebrekkig. Op deze beide manco’s hadden zeven Duitse bisschoppen de Congregatie voor de Geloofsleer gewezen.
Na een gesprek van kardinaal Marx met de paus veranderde deze zijn mening: het DBC-document is toch geschikt voor publicatie, want is het is “goed gedaan”. Maar het mag niet als officiële handreiking van de DBC gepubliceerd worden, omdat de tekst een “reeks problemen van aanzienlijk belang (voor de universele Kerk) opwerpt”, en omdat de kerkrechtelijke onduidelijkheden nog door de bevoegde dicasteries in het Vaticaan bekeken moeten worden. Sindsdien staat de “Handreiking”van februari 2018 in titel en tekst onveranderd op de internetsite van de DBC , echter vermelding van de  auteur en gegradeerd tot vrijblijvende “Oriënteringshulp”. In de tekst echter worden ongeveer twaalf keer “wij Duitse bisschoppen” als de auteurs van de “Handreiking” genoemd. Etikettenzwendel zou men een dergelijke publicatiepraktijk kunnen noemen.

De katholieke leer van de eucharistie

Boven een bepaald gedeelte van de Handreiking hebben de Duitse Bisschoppen de titel gezet: “Wij nemen de bemoediging van de paus serieus”. Zij oriënteren zich aan de hierboven weergegeven tegenstrijdige uitspraken van Franciscus bij de Lutherse gemeente in Rome. Het is daarom geen wonder dat de DBC-tekst ook zelf door de pauselijke dialectiek van het “nee” en het “ja” beïnvloed is.

Allereerst het “nee” tegen de intercommunie:

In het vierde hoofdstuk wordt de katholieke leer van de eucharistie uitgelegd. Het fundamentele axioma luidt: eucharistie-, geloofs- en kerkgemeenschap zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Daaruit volgt: alleen katholieken worden in de regel tot het ontvangen van de communie toegelaten. Aangezien de zusterkerken van de orthodoxie hetzelfde sacramenten- en kerkbegrip hebben als de katholieke Kerk, worden bij een vraag naar de communie van orthodoxen geen verdere vooraarden gesteld. Anders is het met christenen van de protestantse gemeenschappen: met hen bestaan er zeer belangrijke verschillen tot aan het afwijzen van de katholieke leer over de Kerk, de sacramenten en de overige geloofsleer. Daarom kunnen protestanten in het algemeen niet tot de communie worden toegelaten. De uitzonderingen in extreme gevallen zoals doodsgevaar, vervolging enz. worden daardoor gerechtvaardigd dat de eucharistie ook een bron van genade is. In ieder geval moet degenen die om de communie vraagt “het geloof beamen dat de katholieke Kerk in dit sacrament  belijdt”- aldus paus Johannes Paulus II. Tot deze instemming als geloofsvoorwaarde tot het ontvangen van de communie behoort volgens het DBC-document:

* In de katholieke eucharistieviering wordt niet het Avondmaal van Jezus herhaald, maar wordt “de zelfgave van Jezus aan het kruis tegenwoordig gesteld” -  als “offer van verzoening, dat Jezus Christus zelf is”.
* De consecratiewoorden van de priester bewerken een “wezensverandering – transsubstantatio” van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus.
* “De Kerk gelooft aan de blijvende heilstegenwoordigheid van Jezus Christus in de elementen van brood en wijn”. De eerbied voor de eucharistische gaven, het tabernakel en de godslamp zijn daarvan een teken.
* In de eucharistische aanbidding buiten de heilige Mis verdiepen de biddenden hun geloof in de tegenwoordigheid van Christus.
* Alleen een gewijde priester kan de heilige handeling van de eucharistie voltrekken. Hij staat aan het altaar in “persona Christi”.
* “In ieder eucharistisch gebed wordt voor de paus gebeden, die het voortdurende, zichtbare beginsel en fundament voor de eenheid van de veelheid van  bisschoppen en de gelovigen is.”
* Er wordt gebeden voor de plaatselijke bisschop, de priesters en de diakens en alle andere die voor dienst in de Kerk zijn aangesteld.
* Met de bede voor de gestorvenen in het eucharistisch gebed komt de eschatologische eenheid van de hele kerk tot uitdrukking, van de levenden zowel als van de doden.
* Tenslotte worden de Moeder Gods Maria, de apostelen en de heiligen als voorsprekers voor de pelgrimerende Kerk aangeroepen.
* “Bij zware zonde is het Boetesacrament de voorwaarde voor het ontvangen van de euchristie.”
* Door het meevieren van de eucharistie worden de gelovigen in de wereld gezonden om van het christelijk geloof te getuigen en dienoverkomstig te handelen.

Bisschoppelijk “nee” tegen het ontvangen van de communie door protestanten

Volgens de bepalingen van de bisschoppen moeten protestanten deze geloofsleer “belijden” als zij in de bovengenoemde uitzonderingssituatie tot de communie willen worden toegelaten. Maar deze katholieke geloofsinhouden zoals offerkarakter van de heilige Mis, transsubstantiatie, euchristische aanbidding, wijdingspriesterschap, kerk van de paus, gebed voor de overledenen, aanroeping van Maria en de heiligen werden door Luther als antichristelijk gedemoniseerd. Als nu een protestantse gelovige van harte instemt met deze katholieke leerstukken, heeft hij zich van de kern van het Lutherse geloof afgekeerd en moest hij eigenlijk om opname in de Kerk vragen. Alleen als doodsgevaar dreigt, is de communie zonder overgang naar de katholieke Kerk geoorloofd, aldus het kerkelijk recht.
In de praktijk zal een vraag om de communie op de drempel van de overgang zelden voorkomen. Daarmee komen we tot de conclusie: de Duitse bisschoppen geven met de aangevoerde geloofsvoorwaarden aan dat de het ontvangen van de communie door protestanten, ook in gemengde huwelijken, principieel niet geoorloofd is.
Maar dit theologisch gefundeerde “nee” is volgens de tegenwoordige dialectische logica, die de paus ook in zijn postsynodaal schrijven “Amoris Laetitia” reeds toegepast heeft, alleen maar een vrijblijvende verwijzing naar de katholieke geloofsleer, ingevoegd om de geloofstrouwe katholieken gerust te stellen. De beslissende boodschap van het “Oriënteringshulp” daarentegen ligt qua omvang en inhoud op het “ja” tegen de intercommunie met protestanten – voorlopig nog in gemengde huwelijken.
Dit impulssignaal onder de titel “…. op het spoor van de eenheid” is voor de “moderne” bisschoppen, priesters en katholieken, voor protestanten en publiciteitsmedia bestemd.

Arrogante herinterpretatie van het kerkelijk recht

De “Oriënteringshulp” gaat vooreerst van canon 844 van het kerkelijk recht uit, die de uitzonderingsregel voor de communie voor protestanten beschrijft: in “stervensgevaar of een andere ernstige noodsituatie (gravis necessitas) wordt geoorloofd de communie gegeven, als een desbetreffende vraag aanwezig is, als katholieke geloof wat betreft het sacrament des altaars aanwezig en ook de juiste gesteldheid.
Als karakterisering van deze paragraaf dienen we erop te letten dat steeds objectief aangegeven voorwaarden voor de uitzonderingscommunie genoemd worden: een uitwendige ernstige noodsituatie en aan de kant van degenen die erom vraagt de duidelijke vraag en de belijdenis van het katholieke geloof. De “juiste gesteldheid”, dus het niet bezwaard zijn met een zware zonde, kan echter alleen bij de gelovige zelf bekend zijn. Alle voorwaarden moeten vervuld zijn en door een kerkelijk mandateerde persoon getoetst zijn om een officiële “toelating” te kunnen uitspreken. Dit duidelijk kerkelijke standpunt wordt door het DBC-document met talloze herinterpretaties behandeld tot tenslotte een heel andere missie verschijnt: de pastorale uitnodiging en toegang van protestanten tot de communie.
Er zijn voornamelijk twee argumentatielijnen waarmee de “Oriënteringshulp” probeert zowel de objectieve voorwaarden weg te interpreteren alsook de toelating door kerkelijke instanties te omzeilen.

* Ten eerste worden de objectieve, externe noodsituaties zoals stervensgevaar enz. omgeïnterpreteerd tot een subjectieve gevoelsmatige nood: men wil met de toelating tot de communie tegemoet komen aan een “ernstige geestelijke behoefte”. Als het “diepe verlangen” van de protestanten naar het katholieke sacrament niet bevredigd wordt, kan daardoor zelfs het geloof in gevaar komen.
De Duitse Bisschoppenconferentie matigt zich op haar eigen nationale houtje een totaal nieuwe interpretatie van een universele kerkelijk rechtsnorm aan. Daarbij heeft de Congregatie voor de Geloofsleer er in de brief van 25 mei uitdrukkelijk op gewezen dat de bevoegde Romeinse “dicasteries de opdracht gekregen hebben een spoedige verheldering van de betreffende kwestie op het niveau van de universele Kerk te verschaffen”. Als die Romeinse verduidelijking komt, is de Duitse “Oriënteringshulp” wellicht dode letter.
Wat betreft het “diepe verlangen naar de communie” kan men zeggen: de belijdenis van de katholieke sacramenten- en kerkleer die voor het ontvangen van de communie noodzakelijk is, impliceert een zich afkeren van de kern van het protestantse geloof. Daarmee brengt het geestelijke verlangen naar de communie een persoon tot aan de drempel van de bekering, dus tot versterking van het geloof in plaats van bedreiging van het geloof.

Ten tweede: wordt de kerkrechtelijke vereiste constatering voor de vervulling van de voorwaarden door een subjectieve beslissing vervangen. Daarmee vervalt automatisch de officiële toelating tot de communie door iemand die door de Kerk gemandateerd is.
Voor deze wisseling van paradigma beroept de “Oriënteringshulp” zich op de nieuwe hermeneutiek voor de pastoraal voor gescheidenen van “Amoris Laetitia”: bij de concrete omstandigheden van de “onregematige” situaties van gescheiden personen in een tweede huwelijk kunnen niet “wettelijke regelingen van canonieke aard” maar een “persoonlijke omgaan met het vinden van een beslissing” de weg van de genade en de liefde openen – ook tot de sacramenten (vgl. AL 305 met de omstreden notitie 351).

Beslissingsvrijheid naar believen in plaats van katholieke gewetensvorming

Naar dit model willen de Duitse Bisschoppen ook bij de communiestrijd handelen: “de tot nu toe bestaande “toelating tot de communie volgens canoniek vastgelegde voorwaarden” moet vervangen worden door de “persoonlijke gewetensbeslissing” van de niet-katholieke echtgenoot (Hfdst.21 van de “Oriënteringshulp”). Maar dan dient zich een probleem aan: op de gewetensvorming van een protestant heeft de katholieke Kerk geen invloed; in zijn geloofskennis en zijn morele criteria is hij op zijn Lutherse gemeenschap georiënteerd. Uit deze gewetenscontext zal nauwelijks deelname aan de eucharistie en de communie volgens de katholieke leer en katholieke waarheid kunnen volgen – tenzij door werkelijke bekering. Naar katholieke opvatting is het juiste geweten  aan het natuurrecht gebonden en moet zich vormen in de katholieke leer. De “Oriënteringshulp” baseert zich daarentegen op de volledig ongebonden “gewetensvrijheid”. Daarmee wordt het soevereine beslissingsrecht van het burgerindividu in zake religie bedoeld zoals het de Grondwet (Duits) art. 4 bepaalt. In die zin vervangt de bisschoppelijke tekst het begrip “geweten” volgens katholieke leer meerdere malen door uitdrukkingen als “eigen beslissing” of “persoonlijke beslissing”, dus een innerlijk denkproces zonder relatie met het geloof. Ook de toevoeging “verantwoord” betekent dan alleen dat de beslissing van een protestant de katholieke communie te ontvangen verantwoord is voor zichzelf en zijn eigen criteria.

Bisschop Feige voor de regel van de regelloosheid

De drijvende kracht achter paradigmawisseling van de Duitse Bisschoppenconferentie schijnt bisschop Feige van Magdeburg te zijn. In een interview met de Frankfurter Algemeine Zeitung  van 25 juni zette hij twee tegengestelde kerkvisies tegenover elkaar: volgens de preconciliaire kerkvisie van sommigen” (bisschoppen) stellen het pauselijk “leergezag en de bisschoppen de regels op”. “Wij daarentegen” – de meerderheid van de Duitse bisschoppen – zetten ons in voor een geestelijke weg en voor de gewetensvrijheid van het individu”. Met de laatste uitdrukking bevestigt hij het zich afkeren van de katholieke gewetensvorming ten gunste van de willekeurige beslissingsvrijheid van de afzonderlijke christen. In plaats van de regels van de apostolische Kerk en het bijbels gefundeerde leergezag moet de regelloosheid komen van het desbetreffende individuele oordeel. Bisschop Feige geeft in het interview ook een mooi voorbeeld van het nieuwe gebrek aan logica van het gelijktijdige ‘nee’ en ‘ja’: “De zin: geen eucharistiegemeenschap zonder kerkgemeenschap klopt, maar klopt ook weer niet. “Naast de mathematische regels (2 plus 2 kunnen in de theologie ook 5 zijn, zoals de vertrouweling van de paus Antonio Spadaro beweert) zal nu in de Kerk de aristotelische logica van de tegenstrijdigheid niet meer gelden.

Hebben christenen die vrij beslissingen kunnen nemen nog pastoraal onderricht nodig?

Kardinaal Marx en de meerderheid van de Duitse bisschoppen propageren de “pastorale begeleiding” van gemengd gehuwde paren als de kern van hun zorg. Tien pagina’s van de 39 pagina’s tellende “Oriënteringshulp” zijn gewijd aan deze taak die ze zichzelf gesteld hebben. In pathetische taal verkondigt de permanente raad van de DBC: “Wij strijden voor een geestelijke hulp bij de gewetensbeslissing in individuele pastorale gevallen voor interconfessionele echtparen, die een serieuze geestelijke behoefte hebben de eucharistie te ontvangen.”
Maar onder deze doelstelling van de pastorale zorg heeft de meerderheid van de bisschoppen op tweevoudige wijze de bodem weg gehaald:
* De “Oriënteringshulp” heeft op veertien plaatsen  de communie aan de vrije beslissing van protestanten overgelaten. Tegelijk verkondigt zij hun onvoorwaardelijke aanvaarding door de Kerk. Dit mediagevoelige signaal zal in de publieke opinie worden opgevat als geoorloofde intercommunie of zelfs “communie voor allen”. Bij een algemeen verlof echter lijkt een specifiek pastoraal gesprek overbodig. De nieuwe bisschop van Würzburg heeft deze overbodigheid van pastorale begeleiding al laten zien, doordat hij “aan alle gemengd gehuwde paren een hartelijke uitnodiging” uitgesproken heeft “om tot de Tafel van de Heer te naderen”.

De individuele beslissing vervang de pastorale begeleiding van het individu

* Ook de argumentatiegedachte van de pastorale begeleiding van het individu heeft met de tegelijk verkondigde beslissingsvrijheid grotendeels zijn fundament verloren. Want voor de “persoonlijke besluitvorming” is volgens het zelfverstaan van de mondige christen geen kerkelijk-pastorale begeleiding noodzakelijk, temeer daar het communie uitreiken aan protestanten reeds overal gepraktiseerd wordt.
In die zin zei regiodeken Jürgen Quante in de Westdeutsche Allgemeine: „De mensen beslissen volgens hun geweten en zijn dan vanzelfsprekend welkom aan de communie. Zo handelen in Kreis Recklinghausen alle geestelijken. (….) De gewetensbeslissing heeft voorrang, daarvoor hebben de mensen geen priester nodig, of het moest zijn dat ze een gesprek willen” (WAZ van 04-02-17).
Overigens had de Congregatie voor de Geloofsleer er uitdrukkelijk op gewezen dat de vraag van de “toelating” van protestantse echtgenoten tot de communie nu juist niet alleen een pastoraal thema is , maar “het geloof van de Kerk raakt”.  In zover had de DBC-tekst helemaal niet als pastorale “Oriënteringshulp” gepubliceerd mogen worden. Na de publicatie van het postsynodale schrijven “Amoris Laetitia” was voor het eerst de beslissingsvrijheid van het individu voor het ontvangen van de communie door de hoogste kerkelijke instantie ingevoerd. Deze onkatholieke praktijk zal zich nu in Duitsland versterken, als de meerderheid van de bisschoppen de vrijblijvende “Oriënteringshulp” bij de priesters van hun bisdommen “aanbevelen”, zoals dat de aartsbisschoppen Becker en Heße reeds gedaan hebben. De bisschop van Speyer verklaart het DBC- document uitdrukkelijk als “verplichtende “Oriënteringshulp” ”voor de pastorale begeleiding van gemengde echtparen.

Eucharistiecatechese als signaal voor katholieken en protestanten

Maar deze dynamiek die op gang gebracht is en leidt tot het opgeven van de katholieke leer over de eucharistie stoot ook op tegenstand van leken en geestelijken. De Paderborner Priesterkreis ‘communio veritatis’ heeft de “Oriënteringshulp” die hun bisschop uitgevaardigd heeft “onaanvaardbaar” genoemd. Er is nog hoop dat de zeven bisschoppen en zes hulpbisschoppen die de vroegere handleiding afgewezen hebben, de tegenstrijdigheden van de slechte “Oriënteringshulp” nog beter zullen erkennen en hun kritiek daarop zullen bekend maken. Een positieve kans ligt in het deel van de DBC-document waarin de katholieke leer over de eucharistie wordt toegelicht, zoals we hierboven hebben laten zien. De bisschoppen moeten zelf eucharistiecatechesen houden en ook hun priesters en catecheten daartoe aanmanen. Bisschop Voderholzer van Regensburg heeft deze zaak opgepakt. Kardinaal Wölki zal zeker zijn heldere eucharistiepreek van Witte Donderdag opnieuw verbreiden.
Daardoor zou het verlies van geloof bij de katholieken worden aangesproken en daarmee zou aan protestanten in gemengde huwelijken aangegeven worden, dat zij de communie niet volgens eigenmachtige gewetensbeslissing mogen ontvangen maar alleen in extreme uitzonderingssituaties waarbij zij de katholieke leer over de sacramenten en de Kerk moet aanvaarden, de kerkelijke toelating kunnen ontvangen. Over deze kerkelijke leer valt niet te marchanderen.

Vertaling: C. Mennen pr




DESORIËNTERINGSHULP VAN DE DUITSE BISSCHOPPENCONFERENTIE (DBC)

 
De Duitse "communiestrijd" is van belang voor heel de Kerk. Door de Bisschoppen wordt door wat een pastorale maatregel lijkt de waarheid van het katholieke geloof geweld aangedaan.
Onderstaand artikel is van Huber Hecker en verschenen op "katholisches.info"