Update van het einde van de wereld: De “uitersten” volgens Franciscus

(De filosofisch-theologische hogeschool Heiligenkreuz heeft een professor ontslagen die de de correctio filialis ondertekend had. Dit omdat sinds de stichting van het instituut de stelregel geldt: “sub Petro et cum Petro” (onder Petrus en met Petrus). Kritiek op de paus is dus niet toegestaan, blijkbaar zelfs niet als de paus “rare dingen” verkondigt. Dat de paus “rare dingen” verkondigt wordt hieronder door Sandro Magister opnieuw aangetoond. Die “rare dingen” zou je ook “naaste gelegenheid tot ketterij” kunnen noemen, waartegen katholieken zich moeten verzetten.)


door Sandro Magister 20 oktober 2017

In de belangrijke krant “la Repubblica” waarvan hij de grondlegger is, sprak Eugenio Scalfari, een onbetwiste autoriteit in het Italiaans seculiere denken, op 9 oktober j.l. opnieuw in de volgende bewoordingen over wat hij ziet als de “revolutie” van dit pontificaat, in dingen die Franciscus heeft gezegd en die ontleent aan de herhaalde gesprekken met hem:

“Paus Franciscus heeft de plaatsen waar volgens vroegere voorstellingen de zielen na hun dood heengingen afgeschaft: hel, vagevuur en hemel. Het idee dat hij heeft, is dat de zielen die beheerst worden door het kwaad en geen berouw hebben, ophouden te bestaan, terwijl zij die van het kwaad bevrijd zijn, in de zaligheid zullen worden opgenomen en God zullen aanschouwen.”

Terwijl hij meteen daarna opmerkt:

“Het algemeen oordeel, dat in de traditie van de Kerk bestaat, verliest daarom zijn betekenis. Het blijft een simpele illusie die gezorgd heeft voor schitterende schilderingen in de kunstgeschiedenis. Niets meer dan dat.”

Het is erg twijfelachtig of paus Franciscus zich werkelijk wil ontdoen van de “uitersten” op een manier zoals die beschreven wordt door Scalfari. Er is in zijn prediking echter iets dat neigt tot een feitelijke verduistering van het laatste oordeel en van de tegengestelde bestemmingen voor de gezegenden en de verdoemden.

*

Op woensdag 11 oktober zei Franciscus tijdens de algemene audiëntie op het St.-Pietersplein, dat je niet bang hoeft te zijn voor een dergelijk oordeel, omdat “er aan het eind van onze geschiedenis een barmhartige Jezus is”,  en daarom “alles zal worden gered. Alles.” In de tekst die uitgedeeld werd aan de journalisten die bij de H. Stoel geaccrediteerd zijn, was het laatste woord “alles” nadrukkelijk dik gedrukt.

*

Tijdens een andere audiëntie een paar maanden geleden, op woensdag 23 augustus, schilderde Franciscus van het eind van de geschiedenis een beeld dat louter en alleen troostend is: dat van “een geweldige tent, waar God alle mensen zal verwelkomen om voor altijd bij hen te wonen.” Dit beeld is niet van hemzelf maar ontleend aan hoofdstuk 21 van de Openbaring maar Franciscus was wel zo voorzichtig niet de volgende woorden van Jezus te citeren: “Hij die overwint zal dit alles beërven, en Ik zal zijn God zijn en hij mijn zoon, maar wat betreft de lafhartigen, de ongelovigen, de laaghartigen, de moordenaars, zij die onkuisheid bedrijven, de tovenaars, de afgodendienaars en de bedriegers van allerlei soort, hun lot is de brandende poel van vuur en zwavel, en dat is de tweede dood.”

*

En weer tijdens het Angelus van zondag 15 oktober, in een commentaar op de parabel van het bruiloftsmaal (Mt. 22, 1-14) die was gelezen in alle missen van die dag, vermeed Franciscus zorgvuldig de meest verontrustende delen. Zowel dat gedeelte waarin “de koning verontwaardigd werd, zijn troepen stuurde en die moordenaars doodde en hun stand neerbrandde.” En ook dat deel waarin de koning, toen “hij een man zag die geen bruiloftskleed droeg” zijn dienaren het bevel gaf: “Bind hem aan handen en voeten en werp hem buiten in de duisternis; daar zal geween zijn en tandengeknars.”

*

Op de zondag ervoor onderging een andere parabel, die van de moordzuchtige wijnbouwers (Mt. 21, 33-43) eenzelfde selectieve behandeling. In een commentaar op de parabel gedurende het Angelus laat de paus weg wat de eigenaar van de wijngaard doet met die wijnbouwers die de dienaren doodden en tenslotte de zoon: “Hij zal deze ellendelingen een ellendige dood doen sterven”. Al helemaal citeert hij niet de slotwoorden van Jezus waarin hij naar zichzelf verwijst als de “hoeksteen”: “En wie op deze steen valt, hij zal in stukken gebroken worden en als die steen op iemand valt hij zal hem verbrijzelen..” In plaats daarvan verdedigt paus Franciscus met nadruk God tegen de aanklacht dat hij wraakzuchtig zou zijn, bijna alsof hij de excessen van “rechtvaardigheid” die hij in de parabel heeft ontdekt, wil verzachten: “Hier kan men het grote nieuws van het christendom vinden: een God die ondanks zijn teleurstelling over onze misstappen en onze zonden, niet terugkomt op zijn woord, niet stil staat, en bovenal zichzelf niet wreekt! Broeders en zusters. God wreekt zichzelf niet! God bemint, Hij wreekt zichzelf niet, hij wacht op ons om ons te vergeven, om ons te omhelzen.”

*

In de homilie op Pinksteren, op 4 juni, ging Franciscus zoals hij dikwijls doet, in tegen “hen die oordelen”. Dan citeert hij de woorden van de verrezen Heer tot zijn apostelen en impliciet tot hun opvolgers in de Kerk (Joh. 20, 22-23), maar met opzet citeert hij maar de helft: “Ontvang de Heilige Geest. Wier zonden gij vergeeft, hun zullen ze vergeven zijn.” Daarbij laat hij de volgende woorden weg: “Wie gij niet vergeeft, hun zijn ze niet vergeven zijn.” En het feit dat die inkorting opzettelijk was, wordt bewezen door de herhaling ervan. Omdat Franciscus precies dezelfde woorden van Jezus had geschrapt op 23 april voordien, bij het Regina Caeli op de eerste zondag na Pasen.

*

Eveneens liet Franciscus bij zijn bezoek aan Fatima zien dat hij Jezus wilde bevrijden van diens reputatie als onbuigzame rechter op het eind der tijden. En om dat te doen waarschuwt hij voor het volgende verkeerde beeld van Maria: “Een Maria van eigen maaksel: een die de arm van een wraakzuchtige God tegenhoudt; een Maria die zoeter is dan Jezus, de meedogenloze rechter.”

*

Daar moet aan worden toegevoegd dat de vrijheid waarmee paus Franciscus de woorden van de heilige Schrift uit zijn verband rukt en aanpast, niet alleen betrekking heeft op het algemeen oordeel. Oorverdovend is bijvoorbeeld de stilte waarmee hij steeds de veroordeling door Jezus van de echtbreuk omgeeft ((Mt. 19, 2-11 en parallel plaatsen). Door een verrassende samenloop van omstandigheden was deze veroordeling opgenomen in de evangeliepassage die in alle kerken van de wereld werd gelezen precies op de zondag waarop de tweede sessie van de bisschoppensynode over gezin begon, 4 oktober 2015. Maar noch in de homilie noch bij het Angelus van die dag verwees de paus met een woord naar deze tekst. Ook verwees hij er niet naar bij het Angelus van zondag 12 februari 2017, toen die veroordeling weer in alle kerken werd gelezen. Niet alleen dat. De woorden van Jezus tegen echtbreuk komen ook niet voor in 200 pagina’s van de postsynodale exhortatie Amoris Laetitia. Ook kwamen daarin de verschrikkelijke woorden met de veroordeling van homoseksualiteit niet voor die door de apostel Paulus geschreven zijn in het eerste hoofdstuk van de brief aan de Romeinen. Een eerste hoofdstuk dat – nog een toeval – ook gelezen werd in de doordeweekse missen in de tweede week van de synode van 2015. Het is waar, deze woorden kwamen niet voor in het missaal. Maar in ieder geval, noch de paus noch iemand anders citeerde ze op enig moment terwijl de discussies op de synode gehouden werden over de verandering van het paradigma over de beoordeling van homoseksualiteit: “Daarom heeft God hen overgeleverd aan onterende hartstochten. Hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke. Eveneens hebben de mannen de natuurlijke gemeenschap met vrouwen opgegeven en zijn in lust voor elkaar ontbrand: mannen plegen ontucht met mannen. Zo ontvangen zij aan den lijve het verdiende loon voor hun afdwaling. En daar zij het niet de moeite waard hebben geacht God te erkennen, heeft God hen prijsgegeven aan hun nietswaardige gezindheid zodat zij alles doen wat niet te pas komt. Vervuld zijn zij van allerlei ongerechtigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid; vol nijd, bloeddorst, tweespalt, bedrog en kwaadaardigheid. Roddelaars zijn het, lasteraars, haters van God, vermetel, verwaand, protserig, vindingrijk in het kwaad, ongehoorzaam aan hun ouders, onverstandig, onbestendig, zonder liefde en zonder mededogen. En ofschoon zij Gods vonnis kennen, dat zij die zulke dingen doen de dood verdienen, bedrijven zij deze misdaden niet alleen, maar juichen ze ook toe bij anderen.” (Rom. 1, 26-32)

*

Bovendien neemt paus Franciscus de vrijheid om de woorden van de Heilige Schrift op zijn manier te herschrijven. Bijvoorbeeld in de morgenhomilie in Santa Marta op 4 september 2014 dicht de paus aan de heilige Paulus de volgende “aanstootgevende” woorden toe: “Ik roem alleen op mijn zonden.” En hij besloot met de uitnodiging aan de aanwezige gelovigen om te “roemen” op hun eigen zonden omdat zij door Jezus zijn vergeven op het kruis. Maar nergens in de brieven van Paulus, kan men een dergelijke uitspraak vinden. In plaats daarvan zegt de apostel van zichzelf: “Als ik moet roemen, dan wil ik roemen op mijn zwakheid” (2 Kor. 11, 30), nadat hij alle wederwaardigheden van zijn leven had opgesomd – de gevangenschappen, de geselingen en de schipbreuken.  Of “Op mijzelf wil ik niet roemen, tenzij op mijn zwakheid” (2 Kor. 12, 5). Of nog een keer: “Hij zei tot mij: ‘Mijn genade is u genoeg; mijn kracht is ten volle openbaar geworden in zwakheid’. Ik zal daarom in blijdschap roemen op mijn zwakheden zodat de kracht van Christus in mij woont” (2 Kor. 12, 9), met nog meer verwijzingen naar het geweld, de vervolging en de pijnen die hij heeft geleden.

*

Om terug te komen op het laatste oordeel: paus Benedictus XVI erkende zelfs dat “in de moderne tijd het idee van het laatste oordeel naar de achtergrond was verdwenen.” Maar in de encycliek Spe  Salvi die hij helemaal alleen schreef, bevestigde hij opnieuw krachtig dat het laatste oordeel “het beslissende beeld van hoop” is. Het is een beeld dat “oproept tot verantwoordelijkheid”, omdat “genade de rechtvaardigheid niet opheft”, maar omdat daarentegen “de kwestie van de rechtvaardigheid het wezenlijke element vormt, of in ieder geval het sterkste element ten voordele van het geloof in het eeuwig leven, “omdat” met de onmogelijkheid dat de onrechtvaardigheid van de geschiedenis het laatste woord zou hebben de noodzakelijkheid van de wederkomst van Christus en het nieuwe leven ten volle overtuigend is.”

En opnieuw:

Genade verandert kwaad niet in goed. Zij is geen spons die alles zomaar wegwist, zodat wat iemand  dan ook maar op aarde gedaan heeft, uiteindelijke dezelfde waarde zou hebben. Dostojewski had gelijk dat hij in zijn verhaal “De gebroeders Karamazov” protesteerde tegen een dergelijke hemel en tegen dat soort genade. Boosdoeners zitten op het eind bij het eeuwig feestmaal aan tafel niet zonder enige onderscheid naast hun slachtoffers, alsof er niets gebeurd zou zijn.”

Vertaling: C. Mennen pr


Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten