Correctio filialis. Waarom?

Alle eeuwen door is de voornaamste bekommernis van de Kerk het verkondigen en beschermen van de waarheid geweest. En dan gaat het over de waarheid die God ons geopenbaard heeft via zijn woord en vooral via zijn mens geworden woord Jezus Christus maar ook via zijn schepping die ook een vindplaats is van geopenbaarde waarheid. Vanuit die geopenbaarde waarheid wordt richting gegeven aan ons handelen. Hoe belangrijk het handelen voor een christen ook is, het handelen is secundair. Op de eerste plaats komt de waarheid, de rechte leer, de orthodoxie. Pas vanuit de waarheid die men aanneemt en gelooft, kan men juist handelen.

De volle waarheid van de openbaring is de tijden door telkens weer op andere punten aangevallen. We noemen dat ketterij. Meestal is die ketterij een versimpeling van de geloofswaarheid. Bij de eerste grote wereldwijde crisis in de Kerk, rond het jaar 300, versimpelde men de waarheid rond Christus. De mysterievolle waarheid dat Christus God en mens tegelijk is, werd versimpeld door van Christus slechts een heel bijzondere mens te maken en Hem alleen bij wijze van spreken Zoon van God te noemen. Deze Ariaanse crisis werd op het Concilie van Nicea in 325 bezworen door de plechtige verklaring dat de Kerk altijd geloofd had dat Christus werkelijk God en werkelijk mens was. Dat betekende niet dat de ketterij zweeg. Onder invloed van machtige heersers bleef de ketterij nog lange tijd heersen maar uiteindelijk week ze voor de orthodoxie. Een tweede grote crisis, met name in de Westerse Kerk, was de reformatie in de 16de eeuw. Hier werd de waarheid rond de vrije wil, rond genade en goede werken, rond algemeen en bijzonder priesterschap, rond schrift en traditie, rond het offerkarakter van de Mis en de werkelijke tegenwoordigheid ernstig versimpeld. Het is het Concilie van Trente dat hierop het katholieke antwoord geeft en de echte hervorming van de Kerk gestalte geeft. Maar de ketterij blijft tot nu toe parallel bestaan in ontelbare protestantse denominaties.

In onze tijd wordt de katholieke waarheid opnieuw belaagd. We kunnen die aanval gemakshalve vatten onder de noemer “modernisme”. Het modernisme komt voor uit de Verlichting, een stroming uit de 18de eeuw, die alle nadruk legt op de menselijke rede. Men gelooft niet in het bovennatuurlijke, niet in Gods ingrijpen in de wereld, niet in wonderen etc. Deze stroming heeft vooral in de protestantse theologie in de 19de eeuw vrij spel gekregen. In de katholieke Kerk hebben de pausen tot en met Pius XII er een dam tegen weten op te werpen. Men waarschuwde tegen de afzonderlijke dwalingen en nam maatregelen tegen theologen die deze dwalingen verspreidden. Die dam tegen het modernisme werd geslecht in de jaren 60 van de vorige eeuw in en rond het Concilie dat een venster naar de moderne wereld opende; een venster waardoor volgens paus Paulus VI de rook van Satan zelf de Kerk binnendrong. Sindsdien is er in de Kerk een klimaat dat het modernisme eerder begunstigt dan bestrijdt.

Ik wil uit heel die ontwikkeling een belangrijk aspect uitkiezen. En dat wordt wel de “anthropologische Wende” genoemd die zich in de jaren zestig voltrokken heeft: niet meer God staat in het middelpunt van alles maar de mens. Dat uit zich in talloze dingen die wij ongemerkt aanvaard hebben maar die eigenlijk niet zo katholiek zijn. De meeste mensen zeggen: “de naastenliefde is het belangrijkste in het leven”, en denken dat dit ook zo is. Ze vinden vaak dat je eredienst en gebed wel achterwege kunt laten, als je maar van je naaste houdt. In feite zegt Jezus echter dat het eerste gebod de liefde tot God is en pas het tweede – zij het gelijk aan het eerste – de naastenliefde. In de liturgie stonden vroeger priester en volk tezamen op God gericht in gebed en offer. Nu staat de priester naar het volk en het volk naar de priester gekeerd. Kardinaal Ratzinger heeft ervoor gewaarschuwd dat de eucharistie zo gemakkelijk van eredienst verwordt tot een gemeenschappelijk onderonsje. In het verleden was het beste voor God, nu zijn soms de materialen in de eredienst minderwaardig omdat het zogenaamd beter is het geld aan de armen te geven. Het meest duidelijke komt het mensgerichte in de liturgie tot uiting in de talloze misbruiken die in de vernieuwde liturgie zijn ontstaan. Ook het gemakkelijk vervangen van de eucharistie die de volmaakte eredienst aan God is door een communiedienst is een teken van de mensgerichtheid.

Het meest duidelijke komt het antropocentrische tot uitdrukking in de pastoraal. Eigenlijk is het woord “pastoraal” (herderlijk) de manier waarop de gelovigen begeleid worden naar hun eeuwig heil. Pastoraal hield dus rekening met Gods geboden want zonder het nauwkeurig onderhouden van Gods geboden kun je niet zalig worden. Pastoraal wees op de hulpmiddelen van gebed en sacramenten en probeerde in gecompliceerde situaties een weg te wijzen die recht doet aan de wil van God. Nu lijkt het woord “pastoraal” vooral te kijken naar de behoefte van de mens. Het woord dient er vaak voor om de eisen van de geboden af te zwakken en om gelovigen onder alle omstandigheden toch een leuk leven of minstens hun zin  te geven. De woorden “kruis, offer, versterving, straf en oordeel” zijn “pastoraal” gezien taboe. De moderne “pastores” gebruiken alleen woorden als “empathie, liefde, geborgenheid, hoop, vertrouwen, onvermogen”.

De pausen sinds Vaticanum II hebben via hun geschriften en toespraken die bestaande eenzijdigheid in grote delen van de Kerk proberen recht te trekken door de volle, vaak veeleisende waarheid te verkondigen. Dat is ook hun taak als paus. Zij dienen bewakers te zijn van de katholieke traditie en op te treden tegen ketterse eenzijdigheden en simplificaties. Een grote groep theologen, bisschoppen, priesters en leken zagen dit met lede ogen aan en hoopten op een ander, meer “pastoraal” geluid uit Rome. Zoals gebleken is, lieten sommigen het niet bij hopen alleen. Er was een groep kardinalen die aan het eind van het pontificaat van paus Johannes Paulus II regelmatig samenkwam om te bespreken hoe men een voorzetten van die lijn zou kunnen verhinderen. Deze “Maffia” van kardinalen zoals kardinaal Danneels deze groep noemde, slaagde er bij de eerste pauskeuze niet in Bergoglio op wie men zijn vertrouwen gesteld had, gekozen te krijgen. Het is waarschijnlijk ook deze groep (onder leiding van wijlen kardinaal Martini sj)  die er bij Benedictus XVI op aangedrongen heeft afstand te doen. In het conclaaf dat erop volgde is het wel gelukt Bergoglio in het pauselijk zadel te helpen.

Het gevolg is echter dat de paus, die het zichtbare principe van eenheid moet zijn, nu de oorzaak is geworden van een grote verdeeldheid. Hij heeft niet alleen een manier van optreden die sommigen verfrissend en anderen lomp vinden. Dat is nog tot daaraan toe. Maar hij lijkt op leerstellig terrein in te gaan tegen de constante katholieke traditie, of minstens opvattingen die er tegenin gaan te ondersteunen.  Sommigen zeggen: de paus heeft daartoe toch het recht. Hij is toch het hoofd van de Kerk. Maar de paus heeft dat recht niet. Hij is geen baas van de waarheid, hij is dienaar van de waarheid. Hij is slechts hoofd van de Kerk in eenheid met de Kerk van alle eeuwen. Daarom hebben pausen in hun geschriften altijd sterk geleund op de theologen uit de Congregatie voor Geloofsleer. Zij bewaakten de continuïteit en de orthodoxie van de pauselijke geschriften. En dat is vooral nodig als de paus zelf geen groot theoloog is. Paus Franciscus is geen theoloog maar hij maakte ook geen gebruik van de Congregatie voor de geloofsleer of ging voorbij aan al hun opmerkingen. Hij vertrouwt volledig op een middelmatig Argentijns theoloog, Victor Manuel Fernandez, die vooral aan het theologisch firmament schittert met het meesterwerk: “Genees me met de mond. De Kunst van het kussen.”

Met name in de exhortatie Amoris Laetitia staan dingen die lijken in te gaan tegen de constante leer van de Kerk. De befaamde Oostenrijkse theoloog Josef Seifert heeft zelfs in een artikel gesteld dat er een atoombom onder heel de katholieke moraal ligt als de paus onderschrijft wat men uit Amoris Laetitia kan lezen. Maar de paus uit zich niet rechtstreeks. Hij wil alleen de bijv. hertrouwd gescheidenen pastoraal in staat stellen weer volledig aan het leven de Kerk deel te nemen via biecht en communie. Volgens de traditionele leer van de Kerk mag dat alleen als men een einde maakt aan de overspelige relatie of, indien dat niet kan bijv. vanwege kinderen, als men leeft als broer en zus. De paus lijkt dat laatste niet zo’n gelukkig idee te vinden en hij geeft de indruk dat echtbreuk (zo noemt Jezus een tweede huwelijk) weliswaar zonde is maar toch steeds minder zonde wordt als het langer duurt en de mensen het goed bedoelen en dan zouden ze misschien wel te communie mogen. Althans dat leiden de Duitse, de Argentijnse en de Maltese bisschoppen uit exhortatie af en paus knikt goedkeurend. De Poolse bisschoppen en veel Amerikaanse bisschoppen zeggen dat het niet mag. Ziehier de verdeeldheid.

Geruime tijd geleden zijn er al vier kardinalen geweest die rond deze kwestie vijf vragen (dubia) aan de paus hebben voorgelegd met het verzoek hieromtrent helderheid te verschaffen. Ze hebben dat zeer eerbiedig en nederig gedaan. Maar de paus heeft niet geantwoord. Hij heeft hen zelfs een audiëntie geweigerd. Ook de claqueurs rond de paus zijn niet met antwoorden of argumenten gekomen, alleen met zeer onterechte sneren naar de persoon van de kardinalen die allen een lange staat van dienst in de Kerk hebben.

Nu is een uitgebreid stuk naar de paus gegaan vanuit een wereldwijde groep van katholieke geleerden en clerici waarin opnieuw wordt gevraagd om duidelijkheid. Ook nu heeft de paus totaal niet gereageerd en daarom is men in de publiciteit gegaan. Het stuk heet een “filialis correctio”. Dit is naar analogie van het evangelische “correctio fraterna”, de broederlijke terechtwijzing waartoe Jezus oproept. Dit is dan een kinderlijke terechtwijzing omdat iedereen kan zien dat de manier waarop de paus schrijft en handelt schade toebrengt aan de eenheid van de Kerk en dat hij ketterijen bevordert. Er staat nergens dat de paus ketters is maar wel dat hij ketterijen bevordert en die ketterijen worden dan opgesomd en er wordt  hem gevraagd deze ketterijen uitdrukkelijk te verwerpen. Het is een zeer gedegen en doorwrocht stuk met talloze verwijzingen naar kerkvaders en concilies.

We hopen dat de paus adequaat op dit stuk zal reageren. Want hoewel de paus in de Kerk grote bevoegdheden heeft, kan de Kerk niet lijdzaam toezien hoe een paus grote schade toebrengt aan de waarheid en de eenheid van de Kerk.

Het is overigens zeer merkwaardig dat een paus die zijn mond vol heeft over synodaliteit en dialoog, barmhartigheid en pastorale openheid, zich totaal afsluit voor mensen die het goed met hem en met de Kerk voorhebben, zelfs niet met hen wil praten en zich hooguit zich via derden snerend over hen uitlaat. Ik heb ik een eerder stuk opgeroepen te bidden voor de bekering van de paus. Velen vonden dat aanmatigend. Ik durf het in het licht van zijn gedrag opnieuw te vragen.

HH Cosmas en Damianus
26 september 2018

C. Mennen pr


De ketterijen waartoe de paus aanleiding geeft en die hij dient te herroepen

(ik geef hieronder de 7 ketterijen uit de Correctio filialis)

1. Een gedoopt iemand heeft niet de kracht met Gods genade de objectieve eisen van de Wet van God te vervullen alsof sommige van Gods geboden voor gedoopten onmogelijk zijn.  (ingekort)

2. Christenen die burgerlijk gescheiden zijn van een echtgeno(o)te met wie ze geldig getrouwd zijn en die een burgerlijk huwelijk hebben gesloten met een ander terwijl hun echtgeno(o)te nog leeft en die als man en vrouw met hun burgerlijke partner leven, en die ervoor kiezen in deze toestand te blijven met volle kennis van de aard van hun daad en met volle instemming van de wil,  zijn niet noodzakelijk in staat van doodzonde en kunnen heiligmakende genade ontvangen en groeien in liefde.

3. Een christengelovige kan volledige kennis hebben van een goddelijke wet en vrijwillig kiezen die wet te overtreden in een ernstige zaak, maar toch niet in staat van doodzonde zijn als gevolg van deze daad.

4. Iemand is in staat, terwijl hij gehoorzaamt aan een goddelijk verbod, te zondigen tegen God juist door die daad van gehoorzaamheid.

5. Het geweten kan naar waarheid en terecht oordelen dat de seksuele daden tussen personen die met elkaar een burgerlijk huwelijk zijn aangegaan, hoewel één van hen of beiden sacramenteel gehuwd is met iemand anders, soms moreel juist kunnen zijn of zelfs door God gewild.

6. Morele principes en morele waarheden die vervat zijn in de goddelijke openbaring en in de natuurwet bevatten geen negatieve verboden die een bepaald soort daden absoluut verbieden, zodat deze altijd ernstig ongeoorloofd zouden zijn vanwege hun object.

7. Onze Heer Jezus Christus wil dat de Kerk haar oeroude discipline opgeeft om de eucharistie te weigeren aan hertrouwd gescheidenen en om de absolutie te weigeren aan  hertrouwd gescheidenen die geen berouw tonen over hun levensstaat en geen vast voornemen hebben om die levensstaat te verbeteren.

Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten