Een breuk met de doctrinaire traditie –
Robert Spaemann over Amoris Laetitia

De heilige Johannes Paulus II waardeerde hem als raadgever, Benedictus XVI waardeert hem als vriend en hij geldt als de belangrijkste Duitse filosoof van de laatste decennia: Robert Spaemann. In het exclusieve interview met CNA Duits geeft de emeritus hoogleraar blijk van een duidelijk kritische lezing van Amoris Laetitia, het postsynodale schrijven van paus Franciscus van bijna 300 pagina’s dat 8 april gepresenteerd werd.

Professor Spaemann, u hebt de pontificaten van Johannes Paulus II en Benedictus XVI met uw filosofie begeleidt. Veel gelovigen vragen zich nu af hoe je Amoris Laetitia van paus Franciscus in continuïteit met de leer van de Kerk en deze pausen kunt lezen. Hoe ziet u dat?

Voor het grootste deel is dat mogelijk ofschoon de tendens conclusies toelaat die niet met de leer van de Kerk in overeenstemming te brengen zijn. Artikel 305 echter samen met voetnoot 351 waarin wordt gezegd dat gelovigen “in een objectief zondige situatie” op grond van verzachtende omstandigheden tot de sacramenten kunnen worden toegelaten, is rechtstreek in tegenspraak met artikel 84 van de exhortatie Familiaris Consortio van Johannes Paulus II.

Waarom ging het paus Johannes Paulus II dan?

Johannes Paulus II noemt de menselijke seksualiteit een “Echt symbool voor de overgave van de hele persoon ”en wel zonder enige begrenzing in de tijd of anderszins”. Vandaar zegt hij in art. 84 heel duidelijk dat hertrouwd gescheidenen van seksualiteit moeten afzien als ze ter communie willen gaan. Een verandering in de praktijk van de sacramentenbediening zou daarom geen “verdere ontwikkeling van Familiaris Consortio” zijn zoals kardinaal Kasper denkt maar een breuk met de wezenlijke antropologische en theologische leer over het menselijk huwelijk en de seksualiteit van deze exhortatie. De Kerk heeft geen volmacht, als er vooraf geen bekering is, ongeordende seksuele betrekkingen positief te sanctioneren door sacramenten toe te dienen en daarmee een voorschot te nemen op de barmhartigheid van God. En dat ongeacht hoe deze situaties menselijk en moreel beoordeeld moeten worden. De deur is hier – zoals bij het priesterschap voor vrouwen – gesloten.

Zou men daar niet tegenin kunnen brengen dat de door u genoemde antropologische en theologische motieven weliswaar juist zijn, maar dat Gods barmhartigheid niet aan grenzen gebonden is, maar aansluit bij de concrete situatie van iedere mens afzonderlijk?

Bij Gods barmhartigheid gaat het om de kern van het christelijk geloof in de menswording en de verlossing. Natuurlijk heeft God iedere afzonderlijke mensen in zijn concrete situatie op het oog. Hij kent hem beter dan hij zichzelf kent. Het christelijk leven is echter geen pedagogisch gebeuren waarbij men naar het huwelijk als een ideaal toeleeft, zoals Amoris Laetitia op veel plaatsen lijkt te suggereren. Het hele domein van de relaties, met name de seksualiteit betreft de menselijke waardigheid, zijn persoon zijn en zijn vrijheid. Het heeft iets met het lichaam als “tempel van God” te doen ( 1Kor. 6, 19).  Iedere schending van dit domein, hoe dikwijls ze ook plaats vindt, is daarom ook een schending van de relatie met God waartoe christenen zich geroepen weten, een zonde tegen zijn heiligheid, en dan is steeds opnieuw reiniging en bekering nodig.
Gods barmhartigheid bestaat juist daarin dat deze bekering steeds weer mogelijk is. Natuurlijk is zij niet aan bepaalde grenzen gebonden maar de Kerk van haar kant is verplicht de bekering te verkondigen en heeft niet de volmacht door het toedienen van sacramenten bestaande grenzen te overschrijden en Gods barmhartigheid geweld aan te doen. Dat zou brutaal zijn. Clerici die zich aan de bestaande ordening houden, veroordelen daarom niemand maar houden rekening met de heiligheid van God en verkondigen deze. Een heilzame verkondiging. Hen ervan te beschuldigen dat zij zich “achter de leer van de Kerk [zouden] verschuilen” en dat zij “op de stoel van Mozes zijn gaan zitten”, om “rotsblokken …. naar het leven van mensen” te gooien (artikel 305), op dergelijk verwijt geef ik liever geen commentaar. Ik wil alleen opmerken dat hier foutief gezinspeeld wordt op de betreffende plaats in het evangelie. Jezus zegt weliswaar dat de Farizeeën en Schriftgeleerden op de stoel van Mozes zitten, maar benadrukt nadrukkelijk dat de leerlingen zich moeten houden aan wat zij zeggen. Ze moeten alleen niet zo leven als zij (Mt. 23, 2).

Paus Franciscus heeft wel benadrukt dat men zich niet op afzonderlijke zinnen in zijn exhortatie mag focussen maar dat men het geheel in het oog moet houden.

Het je richten op de genoemde tekstgedeelten is in mijn ogen helemaal terecht. Men kan bij een pauselijk leerstuk niet verwachten dat de mensen blij zijn met een mooie tekst en maar niet kijken naar beslissende zinnen die de leer van de Kerk veranderen. Er bestaat hier slechts een duidelijk ja-nee beslissing. De communie geven of niet geven. Daar tussenin zit niets.

De heilige vader benadrukt in zijn schrijven bij herhaling dat niemand voor eeuwig veroordeeld mag worden.

Ik vind het moeilijk te begrijpen wat hij daarmee bedoelt. Dat de Kerk niemand persoonlijk mag veroordelen, en zeker niet eeuwig, wat zij Goddank ook helemaal niet kan, is duidelijk. Als het echter om seksuele relaties gaat, die objectief in tegenspraak zijn met de christelijke levensordening, dan zou ik graag van de paus weten na hoeveel tijd en onder welke omstandigheden een objectief zondige  gedraging verandert in een relatie die God aangenaam is.

Gaat het hier naar uw opvatting ook inderdaad om een breuk met de doctrinaire traditie van de Kerk?

Dat Franciscus met een kritische distantie staat tegenover zijn voorganger Johannes Paulus II, was al te zien toen hij hem samen met Johannes XXIII heilig verklaard heeft. Van deze laatste paus heeft hij uit eigen beweging de eis van een tweede wonder dat voor een heiligverklaring nodig is, laten vallen. Dat werd door velen als manipulatief ervaren. Het had er de schijn van dat de paus de betekenis van Johannes Paulus II wilde relativeren.
Het eigenlijke probleem is een invloedrijke stroming in de moraaltheologie, die we al in de 17de eeuw bij de jezuïeten vinden en die opkomt voor een zuivere situatiemoraal. De citaten van Thomas van Aquino die de paus in Amoris Laetitia aanhaalt lijken deze richting te ondersteunen. Hierbij ziet men over het hoofd dat Thomas handelingen kent die objectief zondig zijn en waarvoor geen situaties zijn die uitzonderingen toelaten. Daartoe horen ook alle seksueel ongeordende handelingen. Evenals tevoren Karl Rahner in 50er jaren in een essay, dat alle wezenlijke, ook nu nog geldende argumenten bevat, heeft Johannes Paulus II de situatiemoraal afgewezen en in zijn encycliek Veritatis Splendor veroordeeld. Ook  met dit doctrinaire schrijven breekt Amoris Laetitia. Daarbij mogen we niet vergeten dat het Johannes Paulus II was die zijn pontificaat onder het thema van de goddelijke barmhartigheid gesteld heeft, daaraan zijn tweede encycliek wijdde, in Krakau het dagboek van Zuster Faustina ontdekte en haar later heilig verklaarde. Hij is haar authentieke verklaarder.

Welke gevolgen ziet u voor de Kerk?

De gevolgen zijn nu al te zien: onzekerheid en verwarring van bisschoppenconferenties tot de simpele pastoor in het oerwoud. Enkele dagen geleden drukte een priester uit de Congo tegenover mij zijn radeloosheid uit over deze exhortatie en haar bedoelingen. Volgens de betreffende teksten van Amoris Laetitia kunnen onder de niet verder bepaalde “verzachtende omstandigheden” niet alleen de hertrouwd gescheidenen maar iedereen die in een of andere “irreguliere situatie” leeft, tot het biechten van de andere zonden en tot de communie toegelaten worden, zonder dat zij zich hoeven in te spannen om hun seksueel gedrag achter zich te laten, dat wil zeggen zonder biecht en bekering. Iedere priester die zich houdt aan de regeling rond de sacramenten die tot nu toe geldt, kan door de gelovigen gechicaneerd worden en door de bisschop onder druk gezet worden. Rome kan nu als richtlijn nemen dat alleen nog maar “barmhartige” bisschoppen benoemd worden die bereid zijn de bestaande ordening te versoepelen. De chaos is met één pennenstreek tot principe verheven. De paus had moeten weten dat hij met een dergelijke stap de Kerk verdeelt en in de richting van een schisma leidt. Een schisma dat zich niet aan de buitenkant maar in het hart van de Kerk zal afspelen. Dat moge God verhoeden.
Eén ding lijkt me echter zeker: de bedoeling van dit pontificaat dat de Kerk haar naar binnen gericht zijn zou overwinnen om vrij naar de mensen toe te kunnen gaan, is door deze exhortatie voor onafzienbare tijd teniet gedaan. De secularisatie heeft een verdere duw naar voren gekregen en een verdere teruggang van de aantallen priesters in grote delen van de wereld zijn dan ook te verwachten. Men kan sinds enige tijd zien, dat bisschoppen en bisdommen met een duidelijke, eenduidige houding inzake geloof en moraal de grootste aanwas van priesters hebben. We worden aan de woorden van de heilige apostel Paulus in de brief aan de Korintiërs herinnerd “als de trompetten geen duidelijke klank voortbrengen, wie zal dan naar de wapens (van de Heilige Geest) grijpen?” (1 Kor. 14, 8).

Hoe moet het volgens u verder gaan?

Iedere afzonderlijke kardinaal, maar ook iedere bisschop en priester wordt opgeroepen daar waar hij verantwoordelijk is, de katholieke ordening van de sacramenten in stand te houden en openlijk daarvan te getuigen. Als de paus niet bereid is corrigerende maatregelen te nemen, komt het een later pontificaat toe de dingen officieel weer in orde te brengen.

29 april 2016

Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten