Barmhartigheid

Er is één  woord dat onder het pontificaat van paus Franciscus  telkens weer opduikt en dat is het woord “barmhartigheid”. Het is inderdaad zo dat onze God een barmhartige God is. Hij is steeds weer bereid genade voor recht te laten gelden. Zijn barmhartigheid is een van de belangrijkste uitingen van de liefde die Hij is. Daar wil ik niets aan af doen.

Maar betekent dat ook dat God niet meer straft omdat zijn barmhartigheid Hem daarvan zou weerhouden? Het lijkt alsof veel mensen dat denken en dat ook ontlenen aan de woorden van de paus.

Nemen we de parabel van de verloren zoon waarin de barmhartigheid van God door Jezus beeldend geschilderd wordt. Wanneer kan de vader zijn barmhartigheid bewijzen aan de zoon die van hem is weggelopen en zijn leven vergooid heeft? Inderdaad, als de zoon tot inkeer komt en rouwmoedig tot de vader terugkeert en zegt: “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen de hemel en tegen u. Ik ben niet meer waard uw zoon te heten.” Was de zoon in de ellende die hijzelf veroorzaakt had, blijven steken en had hij niet naar zijn vader durven of willen gaan, dan was er geen sprake geweest van barmhartigheid en geen feest om een zoon die dood was en weer levend werd. Berouw en terugkeer is de noodzakelijke voorwaarde voor de barmhartigheid van God. Na een oprecht berouw van de kant van de zondaar laat God zijn rechtvaardigheid varen en toont zich de barmhartige Vader.

Soms krijg ik de echter indruk dat in de opvatting van veel  mensen de goddelijke barmhartigheid wordt verstaan als een soort mantel van liefde die alles bedekt, los van de houding van de zondaar; een God die de zwakheid van de mens wel begrijpt en er niet zo moeilijk over doet. Rechtvaardigheid en vergelding zijn dan loze begrippen geworden. Geen wonder dat met dit soort praten over barmhartigheid vaak de ontkenning van de hel gepaard gaat of minstens het geloof dat er niemand in is. Jezus zelf spreekt herhaaldelijk over de hel en over de eeuwige straf. Naast alle andere teksten is een sprekend voorbeeld de parabel van de arme Lazarus en de rijke vrek. We zien hier uiteindelijk Lazarus in de hemel en de rijke in het verzengende vuur van de hel. De tijd van barmhartigheid is blijkbaar voorbij. dat is ook de realiteit van het evangelie!

In de populaire opvatting van de barmhartige God zou ook de Kerk barmhartig moeten zijn. Je hoort dat nogal eens als argument - ook van de kant van sommige bisschoppen – in de discussie rond hertrouwd gescheidenen die in verband met gezinssynode gevoerd wordt. De barmhartigheid zou van de Kerk vragen dat ze deze mensen onder bepaalde voorwaarden toelaat tot de communie. Het zou onbarmhartig zijn om deze mensen blijvend de communie te ontzeggen. Het voorstel is dan dat ze op een gegeven moment zouden kunnen biechten waarin ze bepaalde stappen in het verleden berouwen maar geen einde hoeven te maken aan de situatie waarin ze verkeren. Na die biecht zouden ze dan weer kunnen communiceren. Voorstanders van deze vorm van barmhartigheid zijn kardinaal Kasper die dit idee in een vergadering van kardinalen heeft gelanceerd, en bovendien een groot gedeelte van de Duitse bisschoppen onder leiding van kardinaal Marx van München.

Dit zou betekenen dat er vergevende barmhartigheid plaats vindt zonder dat men iets aan zijn ongeregelde situatie hoeft te veranderen. Dan komt men toch wel erg in conflict met het woord van Jezus zelf: “Hij zei hun: ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt echtbreuk tegenover haar, en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij echtbreuk.’” (Mc.n10,11-12; vgl. Mt. 19, 9). Dus je wettige man of vrouw verstoten en een ander huwen is volgens de woorden van Jezus zelf groot kwaad tegen het 6de gebod van de decaloog en je raakt daarmee in een ernstig zondige situatie waarmee je frontaal ingaat tegen wat Jezus als een van de nieuwe dingen van het christendom ziet: de onontbindbaarheid van het huwelijk. Als je in die situatie van echtbreuk volhardt, kun je niet biechten en dus ook niet communiceren zonder zonde op zonde te stapelen. Je kunt hier geen beroep doen op de barmhartigheid van de Kerk. Zolang je je niet bekeert, blijft de rechtvaardigheid gelden.

Voor mensen in een dergelijke situatie zijn diverse oplossingen mogelijk. Allereerst dient men zijn gestrande huwelijk aan de Kerk (kerkelijke rechtbank) voor te leggen. Die kan bezien of er misschien vanaf het begin iets wezenlijks aan dit huwelijk heeft ontbroken. Dan kan het huwelijk nietig/ongeldig worden verklaard en is een nieuw kerkelijk huwelijk mogelijk.
Wordt het eerste huwelijk toch geldig bevonden, dan is een eerste en meest ideale optie de situatie van echtbreuk te verlaten en naar de oorspronkelijke partner terug te keren. Dan kan men zijn misstap biechten en wordt opnieuw de mogelijkheid tot eucharistische communie geopend.
Een tweede optie is om de situatie van echtbreuk te beëindigen door de tweede partner te verlaten en voortaan alleen te leven. Ook dan ervaart men de kerkelijke barmhartigheid in biecht en hernieuwde toelating tot de communie.
Een laatste optie komt in beschouwing als men de nieuwe partner niet kan verlaten, bijvoorbeeld vanwege kinderen die men samen opvoedt. Dan is de mogelijkheid zoals de H. Johannes Paulus II in Familiaris Consortio stelt om voortaan als broer en zus te leven. Ook dan mag men de kerkelijke barmhartigheid in biecht en hernieuwde toelating tot de communie ervaren.

Gods barmhartigheid is gelukkig groter dan zijn rechtvaardigheid. Maar die barmhartigheid kan pas in werking treden als iemand zich bekeert en van zijn zonden afstand neemt. Dan ziet God in zijn barmhartigheid af van de verdiende straf. Maar iemand die volhardt in het kwaad moet rekenen op Gods rechtvaardigheid die mede bepaald wordt niet door zijn barmhartigheid maar door een eventuele verminderde verantwoordelijkheid van de zondaar.


C. Mennen pr
27 maart 2015

Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten